De 10 geboden

De 10 geboden vormen, samen met de 7 Sacramenten, de basis van het Christelijk geloof. In versvorm in het Vlaams klinken de tien Geboden aldus:

1. Bovenal bemin één God.
2. Zweer niet ijdel, vloek noch spot.
3. Heilig steeds de dag des Heren.
4. Vader, moeder zult gij eren.
5. Dood niet, geef geen ergernis,
6. Doe nooit wat onkuisheid is.
7. Vlucht het stelen en bedriegen.
8. Ook de achterklap en ‘t liegen.
9. Wees steeds kuis in uw gemoed.
10. En begeer nooit iemands goed.

De tien Geboden in de Bijbel

De Tien Geboden zijn tien wetten in de Bijbel die God vlak na de uittocht uit Egypte aan het volk Israël gaf. De Tien Geboden zijn in essentie een samenvatting van de meer dan 600 geboden die in de Wet van het Oude Testament staan. De eerste vier geboden hebben betrekking op onze relatie met God. De daaropvolgende zes geboden gaan over onze relatie met elkaar. De Tien Geboden zijn in de Bijbel in Exodus 20:1-17 en Deuteronomium 5:6-21 vastgelegd en bestaan uit de volgende geboden: • “U zult geen andere goden hebben ten koste van Mij.” Dit gebod is tegen de verering van andere goden dan de ene ware God. Alle andere goden zijn valse goden.

• “U zult geen beelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde. Buig u niet voor hen neer en bewijs hun geen goddelijke eer, want Ik, de HEER uw God, Ik ben voor hen die Mij haten een jaloerse God die de schuld van de vaders wreekt op hun kinderen, tot de derde en vierde generatie. Maar voor hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden ben Ik een God die goedheid bewijst tot aan de duizendste generatie.” Dit gebod is tegen de vervaardiging van afbeeldingen (of afgoden), dat wil zeggen zichtbare voorstellingen van God. Wij kunnen geen enkele afbeelding vervaardigen die God nauwkeurig zou kunnen voorstellen. Het vervaardigen van een dergelijke voorstelling van God is hetzelfde als de aanbidding van een valse god.

• “U zult de naam van de HEER uw God niet lichtvaardig gebruiken, want de HEER laat degenen die zijn naam lichtvaardig gebruiken niet ongestraft.” Dit is een gebod tegen het ijdel gebruik van de naam van de Heer. We moeten de naam van de Heer niet lichtvaardig behandelen. We dienen God te hoogachten door Hem alleen op respectvolle en eerbiedwaardige manieren te noemen.

• “Denk aan de sabbat; die moet voor u heilig zijn. Zes dagen kunt u werken en alle arbeid verrichten. Maar de zevende dag is de sabbat voor de HEER uw God. Dan zult u geen enkele arbeid verrichten: uzelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, evenmin als de vreemdeling die bij u woont. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel, de aarde en de zee en al wat ze bevatten gemaakt. Maar de zevende dag heeft Hij gerust en zo de sabbat gezegend en tot een heilige dag gemaakt.” Dit is een gebod om de Sabbat (de zaterdag, de laatste dag van de week) als een bijzondere rustdag te behandelen, een dag die aan de Heer is gewijd.

• “Eer uw vader en uw moeder. Dan zult u lang leven op de grond die de HEER uw God u schenkt.” Dit gebod vertelt ons om onze ouders altijd met respect en waardigheid te behandelen.

• “U zult niet doden.” Dit is een gebod tegen moord met voorbedachte rade.

• “U zult geen echtbreuk plegen.” Dit is een gebod tegen seksuele relaties met iemand anders dan je huwelijkspartner.

• “U zult niet stelen.” Dit is een gebod tegen de toe-eigening van het bezit van anderen zonder hun toestemming.

• “U zult niet vals getuigen tegen uw naaste.” Dit is een gebod tegen het afleggen van een onwaar getuigenis over een ander mens. Het is in wezen een gebod tegen liegen.

• “U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste; u zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, niet op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, op niets wat hem toebehoort.” Dit is een gebod tegen het begeren van het bezit van een ander. Een dergelijke begeerte kan leiden tot een overtreding van een van de eerder genoemde geboden: moord, overspel en diefstal. Als het verkeerd is om een bepaald iets te doen, dan is het ook verkeerd om ernaar te verlangen.

(Got Questions Ministries)

De 10 geboden nader uitgelegd volgens de Mechelse Catechismus

(Uit de Mechelse Catechismus)
Eerste gebod van God – Bovenal bemin één God.

248. Wat gebiedt het eerste gebod van God?
Het eerste gebod van God gebiedt God alleen te aanbidden en Hem boven alles te beminnen.

249. Wat is God aanbidden?
God aanbidden is Hem erkennen en vereren als onze Schepper en opperste Heer, van wie wij geheel en gans afhangen.

250. Moeten wij onze Heer Jezus-Christus aanbidden?
Ja, wij moeten onze Heer Jezus-Christus aanbidden, want Hij is de mensgeworden Zoon van God.

251. Waarin bestaat de eredienst van het Heilig Hart van Jezus?
De eredienst van het Heilig Hart van Jezus bestaat in het vereren van de oneindige liefde van Jezus tot ons, onder het zinnebeeld van zijn menselijk hart.

252. Is de eredienst van het Heilig-Hart een eredienst van aanbidding?
Ja, de eredienst van het Heilig-Hart is een eredienst van aanbidding, omdat dit het Hart is van de mensgeworden Zoon van God.

253 Welke eredienst zijn wij aan God verschuldigd?
Aan God zijn we verschuldigd een innerlijke, een uiterlijke en een openbare eredienst.

254. Wat is de innerlijke eredienst?
De innerlijke eredienst is de eredienst die wij aan God bewijzen in het binnenste van onze ziel.

255. Wat is de uiterlijke eredienst?
De uiterlijke eredienst is de eredienst die wij aan God bewijzen door handelingen waaraan ons lichaam deelneemt, zoals het kruisteken, het knielen, het mondelinge gebed.

256. Wat is de openbare eredienst?
De openbare eredienst is de eredienst die geschiedt in de naam van de heilige Kerk.

257. Welke is de opperste akte en het middelpunt van de eredienst tot God?
De opperste akte en het middelpunt van de eredienst tot God is het Misoffer.

258.Wat verbiedt het eerste gebod van God?
Het eerste gebod van God verbiedt alle zonden tegen het geloof, de hoop en de liefde tot God; het verbiedt ook afgoderij, ongodsdienstigheid, heiligschennis en bijgeloof.

259. Hoe zondigt men tegen het geloof?
Men zondigt tegen het geloof vooral door ongeloof en ketterij, door vrijwillig aan zijn geloof te twijfelen of het in gevaar te brengen.

260. Hoe zondigt men tegen de hoop?
Men zondigt tegen de hoop door wanhoop en door vermetel vertrouwen.

261. Hoe zondigt men tegen de liefde tot God?
Men zondigt tegen de liefde tot God door onverschilligheid, door ondankbaarheid en door haat tegen God.

262. Wat is afgoderij?
Afgoderij is een ingebeelde godheid of een schepsel aanbidden in plaats van de Schepper.

263. Wanneer bedrijft men ongodsdienstigheid?
Men bedrijft ongodsdienstigheid, wanneer men de godsdienst bestrijdt of zijn godsdienstige plichten verzuimt.

264. Wanneer bedrijft men heiligschennis?
Men bedrijft heiligschennis, wanneer men aan God toegewijde personen, zaken of plaatsen onteert of oneerbiedig behandelt, zoals de sacramenten, de kerken en de priesters.

265. Wanneer is men bijgelovig?
Men is bijgelovig, wanneer men van voorwerpen, tekens of woorden, een uitwerking verwacht die ze niet kunnen hebben, noch uit de krachten der natuur, noch door goddelijke instelling, noch door de wijding of de gebeden der heilige Kerk.

Tweede gebod van God – Zweer niet ijdel, vloek noch spot.

266. Wat gebiedt het tweede gebod van God?
Het tweede gebod van God gebiedt de heilige Naam van God te eerbiedigen, alsook de aan God gedane geloften te houden.

267. Wat verbiedt het tweede gebod van God?
Het tweede gebod van God verbiedt alle oneerbiedigheid tegenover de heilige Naam van God, voornamelijk de godslastering, het breken van. Geloften, en de valse eed.

268. Wat is God lasteren?
God lasteren is kwaad spreken van God, van zijn heiligen of van heilige zaken, bijvoorbeeld zeggen of schrijven dat God niet rechtvaardig of niet barmhartig is, dat Hij zich niet om de wereld bekommert, dat de godsdienst of de Kerk de oorzaak is van alle kwaad op aarde.

269. Wat is een gelofte doen?
Een gelofte doen is zich tegenover God op zonde verbinden een goede daad te verrichten.

270. Is het zonde een gelofte niet te houden?
Een gelofte niet te houden is zonde; ja, zelfs doodzonde, wanneer men zich tot een gewichtige daad verplicht heeft op straffe van zware zonde; daarom moet men, alvorens een gelofte te doen, eerst goed nadenken en om raad vragen.

271. Wat is een eed doen of zweren?
Een eed doen of zweren is God tot getuige nemen van hetgeen men bevestigt of van hetgeen men belooft.

272. Wanneer is de eed een daad waardoor men God vereert?
De eed is een daad waardoor men God vereert, wanneer hij wordt afgelegd om een gewichtige en rechtvaardige reden.

273. Wanneer is het verboden een eed te doen?
Het is verboden een eed te doen zonder noodzakelijkheid, of onder eed te bevestigen hetgeen men weet vals te zijn, of een zondige daad onder eed te beloven.

Derde gebod van God – Heilig steeds de dag des Heren.

274. Wat gebiedt het derde gebod van God?
Het derde gebod van God gebiedt de dagen te heiligen die aan God bijzonder zijn toegewijd, in het bijzonder de zondag en de Kerkelijke feestdagen.

275. Wie heeft de heiligdagen bepaald?
God heeft in de Nieuwe Wet aan de heilige Kerk de macht gegeven om te bepalen welke de heiligdagen zijn en hoe ze moeten gevierd worden.

Vierde gebod van God – Vader, moeder zult gij eren.

276. Wat gebiedt het vierde gebod van God?
Het vierde gebod van God gebiedt onze ouders en onze geestelijke en wereldlijke oversten te eren.

277. Welke zijn de plichten van de kinderen jegens hun ouders?
De kinderen moeten hun ouders beminnen, eerbiedigen, hun gehoorzamen, en ze in hun nood helpen en bijstaan.

278. Welke zijn de plichten van de ouders jegens hun kinderen?
De ouders moeten zorgen voor het lichamelijk onderhoud van hun kinderen; zij moeten hun, in de huiskring en op de school, een christelijke opvoeding verschaffen.

279 Welke zijn de plichten van de onderdanen jegens hun oversten?
De onderdanen moeten hun oversten eerbiedigen, hun gehoorzamen, en hun billijke belangen behartigen.

280. Welke zijn de plichten van de oversten jegens hun onderdanen?
De oversten moeten, ieder volgens zijn ambt, het geestelijk en het tijdelijk welzijn van hun onderdanen behartigen.

281. Is het soms verboden aan zijn ouders of aan andere oversten te gehoorzamen?
Het is verboden aan zijn ouders of aan andere oversten te gehoorzamen, wanneer zij iets bevelen, dat strijdig is met de geboden van God of van de heilige Kerk.

282. Welke zijn de voornaamste plichten van de burgers jegens hun vaderland?
De burgers moeten hun vaderland beminnen, dienen en zo nodig, ten koste van hun leven verdedigen; zij moeten het burgerlijk gezag eerbiedigen en aan de rechtvaardige wetten gehoorzamen.

Vijfde gebod van God – -Dood niet, geef geen ergernis.

283. Wat gebiedt het vijfde gebod van God?
Het vijfde gebod van God gebiedt ons eigen leven en dat van de naaste te eerbiedigen, zowel het leven van de ziel als dat van hel lichaam.

284. Wat verbiedt het vijfde gebod van God?
Het vijfde gebod van God verbiedt zonder wettige macht en reden, te doden, te kwetsen of te slaan; aan zichzelf of aan anderen kwaad te doen of te wensen; zich schuldig te maken aan gulzigheid, dronkenschap, gramschap, haat, nijd en ergernis.

285. Wanneer geeft men ergernis?
Men geeft ergernis, wanneer men iemand tot zonde aanzet of op schuldige wijze tot zonde aanleiding geeft.

Zesde en negende gebod van God – Doe nooit wat onkuisheid is. Wees steeds kuis in uw gemoed.

286. Wat gebieden het zesde en het negende gebod van God?
Het zesde en het negende gebod van God gebieden de deugden van kuisheid en van zedigheid te beoefenen.

287. Heeft de christenmens een bijzondere reden om de kuisheid en de zedigheid te beoefenen?
Ja, de christenmens heeft een bijzondere reden om de kuisheid en de zedigheid te beoefenen, omdat hij lidmaat is van Jezus. Christus en tempel van de heilige Geest.

288. Wat verbiedt het zesde gebod van God?
Het zesde gebod van God verbiedt alle uitwendige zonde van onkuisheid; het verbiedt ook handelingen, blikken, gesprekken, liederen en lezingen die tot onkuisheid kunnen leiden.

289. Wat verbiedt het negende gebod van God?
Het negende gebod van God verbiedt alle inwendige zonde van onkuisheid, namelijk onkuise begeerten en vrijwillig behagen in onkuise gedachten.

290. Wat moet men doen om kuis te leven?
Om kuis te leven moet men vooral de gevaarlijke gelegenheden vermijden, de versterving beoefenen, dikwijls biechten en communiceren, en een grote godsvrucht onderhouden tot de heilige Maagd Maria.

Zevende en tiende gebod van God – Vlucht het stelen en bedriegen. En begeer nooit iemands goed.

291. Wat gebieden het zevende en het tiende gebod van God?
Het zevende en het tiende gebod van God gebieden de eigendom van de naaste te eerbiedigen, en aan iedereen te geven wat hem toekomt.

292. Wat verbiedt het zevende gebod van God?
Het zevende gebod van God verbiedt alle onrechtvaardigheid die de naaste benadeelt in zijn tijdelijke goederen.

293. Wie nemen onrechtvaardig het goed van de naaste?
Diegenen nemen onrechtvaardig het goed van de naaste, die stelen, die bedrog plegen in koophandel, de woekeraars, de werkgevers die het rechtvaardig dagloon niet betalen, de oneerlijke arbeiders, en al degenen die iemand beroven van hetgeen hem toekomt.

294. Wie behouden onrechtvaardig het goed van de naaste?
Diegenen behouden onrechtvaardig het goed van de naaste, die hun schulden niet betalen, die niet teruggeven hetgeen zij genomen hebben of hetgeen hun werd toevertrouwd.

295. Wat verbiedt het tiende gebod van God?
Het tiende gebod van God verbiedt de wil of de begeerte om de naaste onrecht aan te doen in zijn tijdelijke goederen.

Achtste gebod van God – (Vlucht) ook de achterklap en het liegen.

296. Wat gebiedt het achtste gebod van God?
Het achtste gebod van God gebiedt oprecht te zijn in woorden en in daden. En de faam en de geheimen van de naaste te eerbiedigen.

297. Wat verbiedt het achtste gebod van God?
Het achtste gebod van God verbiedt leugen en valse getuigenis, kwaadsprekerij en lastertaal, kwaad vermoeden en lichtvaardig oordeel.

298. Wat is liegen?
Liegen is opzettelijk onwaarheid spreken met het inzicht te bedriegen.

299. Wat is kwaadspreken?
Kwaadspreken is de fouten of gebreken van de naaste zonder noodzakelijkheid bekendmaken.

300. Wat is de naaste belasteren?
De naaste belasteren is hem beschuldigen van een gebrek dat hij niet heeft, of van een fout die hij niet heeft bedreven.

301. Moet men de geheimen bewaren die men kent?
Ja, de geheimen die men kent moet men bewaren dit eist het belang van de maatschappij en van iedereen in het bijzonder.

302. Zijn wij verplicht het onrecht te herstellen, dat wij de naaste hebben aangedaan?
Ja, wij zijn verplicht, zo goed en zohaast mogelijk, het onrecht te herstellen, dat wij de naaste hebben aangedaan in zijn gezondheid, zijn tijdelijke goederen of zijn goede naam.

Biechtspiegel

hier komt de biechtspiegel