Beloften van de H. Maagd aan zwangere vrouwen

Vrijdag – 8 september – is het feest van de geboorte van de Moeder van God. De Zalige Anna Katharina Emmerick verhaalt op 7 december 1821:

Ik heb veel betreffende de H. Brigitta gezien en er werden mij tal van openbaringen medegedeeld, welke deze heilige met betrekking tot de ontvangenis en de geboorte der H. Maagd gehad heeft. Ik herinner mij nog, dat de H. Maagd tot haar zei:

“Wanneer zwangere vrouwen de vooravond van mijn geboortefeest (8 september) met vasten doorbrengen en ter ere van mijn negenmaandelijks verblijf in de moederschoot, negen maal het Wees Gegroet bidden en zij gedurende de zwangerschap en op de vooravond van haar bevalling meermalen deze oefening herhalen, en daarbij de heilige Sacramenten met godsvrucht ontvangen, zal ik zelf haar gebed voor de troon van God brengen, en ook in moeilijke omstandigheden een voorspoedige bevalling voor haar afsmeken.”

***

Over de Ontvangenis van Maria verhaalt zij:

(Joachim en Anna waren lange tijd onvruchtbaar geweest en hadden afgezonderd geleefd. Toen verscheen aan elk van hen een engel die zei dat hun gebeden (voor het Kind van de Belofte, namelijk Maria) verhoord waren en ze elkaar in de Tempel zouden ontmoeten).

[…] Nadat Joachim ongeveer het derde gedeelte van de gang (onder de Tempel) doorlopen had, kwam hij in een plaats, waar, in het midden, een zuil stond in de vorm van een palmboom met neerhangende bladeren en vruchten. Hier nu trad Anna, stralend van vreugde, hem tegemoet. Ze omarmden elkaar in heilige blijdschap en deelden mekaar hun geluk mee. Zij waren buiten zichzelf en door een lichtwolk omgeven. Dit licht zag ik uitgaan van een grote schaar engelen, die de verschijning van een hoge, licht-uitstralende toren droegen en op Joachim en Anna neer gezweefd kwamen. Deze toren had de vorm van de toren van David, van de Ivoren Toren, enz. zoals ik deze zie onder het bidden van de litanie van Onze-Lieve-Vrouw van Loreto. Ik zag hem als verdwijnen tussen Anna en Joachim, terwijl een lichtwolk hen omgaf. Ik begreep nu dat, ten gevolge van de hier aan Joachim en Anna verleende zegen en genade Maria’s ontvangenis geheel onbevlekt was, juist zoals alle ontvangenis het zonder de zondeval zou geweest zijn. Terzelfder tijd had ik een onbeschrijfelijk visioen: de hemel ging boven hun hoofden open en ik zag de vreugde van de H. Drie-eenheid en der engelen en hun medewerking aan de geheimenisvolle zegening, die de ouders van Maria hier ontvingen.

Ik bekwam bij deze gelegenheid ook de verklaring dat de ouders de handeling, waardoor Maria ontvangen werd, gesteld hebben zonder inmenging van begeerlijkheid en uit heilige gehoorzaamheid. Ook werd me getoond dat zij daarna in een bestendige onthouding, in de verhevenste godsvrucht en de vurigste liefde geleefd hebben. Meteen werd me duidelijk te kennen gegeven dat de reinheid, kuisheid en onthouding van de ouders en hun strijd tegen alle onreinheid een onmetelijke invloed hebben op de heiligheid van de kinderen die zij verwekken, en hoe algehele onthouding na de ontvangenis vele zondekiemen van de vrucht afweert. Ik zag het als een algemene regel dat buitensporigheid en onmatigheid de bron zijn van misvorming en zonde.

Verder: Maria vertelt zelf over de geheimenissen van haar ontvangenis:

Zo heb ik haar heden ook aan Suzanna en Marta horen zeggen dat Joachim en Anna elkaar in de zaal onder de Gulden Poort op een gouden uur hebben ontmoet. Daar was de goddelijke genade met zulk een volheid in hen gekomen dat, ten gevolge daarvan, zij alleen door een daad van louter gehoorzaamheid en allerzuiverste godsliefde, zonder enige inmenging van zinnelijkheid, haar de ontvangenis en het bestaan hadden geschonken. Zij gaf hun ook nog te kennen dat zonder de zondeval de ontvangenis van alle mensen even zuiver zou geweest zijn.

Uit de visioenen van de H. Brigitta van Zweden (Boek 1, Hoofdstuk IX); Maria vertelt over haar ontvangenis:

Hij, Mijn eigen Zoon, hield van Me voordat Ik van Hem hield, sinds Hij Mijn Schepper is. Hij verenigde Mijn vader en moeder in zulk een kuis huwelijk dat er geen kuiser paar te vinden was. Ze hebben nooit gewenst om samen te komen, tenzij in overeenstemming met de Wet, alleen omwille van de voortplanting. Toen een engel hen aankondigde dat ze geboorte zouden geven aan de Maagd uit wie de verlossing der wereld zou komen, zouden ze nog liever gestorven zijn dan samen te komen in wellustige liefde. Maar, Ik verzeker je, uit goddelijke naastenliefde en vanwege de boodschap van de engel kwamen zij samen in het vlees, niet uit begeerte maar tegen hun wil en uit liefde voor God. Op deze manier is Mijn lichaam door goddelijke liefde uit hun zaad voortgebracht. Toen Mijn lichaam was gevormd, zond God vanuit Zijn goddelijkheid de geschapen ziel erin; de ziel was onmiddellijk samen met het lichaam geheiligd en de engelen hebben elke dag en nacht over haar gewaakt en haar verzorgd. Mijn moeder was zo vervuld van blijdschap dat het niet in woorden uit te drukken is.

 

 

 

Uit: Het leven der H. Maagd Maria, beschreven naar de visioenen van A. C. Emmerick, J.J. Romen & Zonen, uitgevers, Roermond, 1924

Download artikel als pdf


De Heilige Augustinus over seksualiteit

Adam en Eva verloren controle over hun genitaliën

“Het was niet gepast dat dit schepsel zou blozen over het werk van zijn Schepper. Maar door een rechtvaardige straf, was de ongehoorzaamheid van hun genitaliën het gevolg van de ongehoorzaamheid van de eerste mens, voor welke ongehoorzaamheid ze bloosden toen ze hun schaamdelen bedekten met vijgenbladeren, die voorheen niet schaamtelijk waren… Ze waren ineens zo beschaamd over hun naaktheid, die in de dagelijkse gewoonte waren van het naar elkaar kijken, dat ze die seksuele ledematen niet langer naakt konden aanzien, maar er onmiddellijk voor zorgden dat ze ze bedekten. Daarom zagen ze die ledematen voorheen niet als ongehoorzaam aan de keuze van hun wil, die zeker zou geweest zijn zoals de rest van hun lichaam door hun vrijwillige wil.” (Tegen de twee brieven van de Pelagianen, 1,31-32).

De Heilig Augustinus redeneerde dus als volgt: als gevolg van de zondeval zijn alle delen van ons lichaam onder onze controle, behalve onze genitaliën. We sturen ons oog om te kijken, onze voeten om te bewegen, onze handen om iets vast te nemen. Onze geest controleert ze. Maar onze seksuele organen hebben een leven en een wil op hun eigen. Ze proberen over te nemen. Ze doen ons dingen doen die we niet willen (ongewenst opgewonden worden). Augustinus schreef deze ‘ongeregeldheid,’ ‘ongehoorzaamheid’, ‘zelf-gewilde passie’ toe aan de zonde van Adam en Eva. Het is ons opgelegd als een soort straf.

In het paradijs was er geen seksueel plezier of verlangen

“In het Paradijs zou het mogelijk geweest zijn om nakomelingenschap te verwekken zonder de dwaze seksuele passie. De seksuele organen zouden gestimuleerd worden in hun noodzakelijke activiteit door de kracht van de wil alleen, net zoals de wil de andere organen controleert. Dan, zonder geprikkeld te worden door de aanlokking van de lust, zou de man op de borsten van zijn vrouw kunnen liggen rusten met volledige vrede van geest en lichamelijke kalmte, en het deel van zijn lichaam zou niet geactiveerd worden door onstuimige passie maar in werkende dienst gebracht worden door het opzettelijk gebruik van kracht wanneer de nood ertoe is, en het zaad zou in de baarmoeder gebracht worden zonder verlies van maagdelijkheid van de vrouw. Zodus, de twee zouden samen kunnen gekomen zijn voor impregnatie en conceptie door een daad van de wil, eerder dan door seksuele passionele begeerten.” (Stad van God, Boek 14, Hoofdstuk 26).

De passie in seksuele organen door hun eigen wil is veroorzaakt door zonde

“De vraag voor ons, gaat dan niet over de beweging van lichamen, zonder hetwelk geen seksuele gemeenschap kan zijn; maar over de schaamtelijke beweging van de organen van voortplanting, die zekerlijk afwezig zou kunnen zijn. En toch zou de vruchtverwekkende verbintenis er nog steeds kunnen zijn, indien de voortplantingsorganen niet gehoorzaam zouden zijn aan seksuele passie, maar gewoonweg aan de wil, zoals andere ledematen van het lichaam. Is het zelfs nu niet het geval, in het sterfelijk lichaam, dat een bevel wordt gegeven aan de voet, de arm, de vinger, de lip of de tong en ze onmiddellijk in beweging worden gezet door deze wenk van onze wil? En zelfs de vloeistof die in onze urinaire vaten gevat zit gehoorzaamt aan het bevel om uit ons te vloeien naar ons genoegen, en zelfs indien we geen overmatige druk voelen; […]. Met welk hoeveel groter gemak en rust dan, indien de generatieve organen van ons lichaam inschikkelijk zouden zijn, zou natuurlijke beweging volgen en de menselijke conceptie bewerkstelligd worden… ” (Over Seksueel Verlangen, Boek II, hoofstuk 53).

Seksuele passie tijdens de geslachtsgemeenschap is de drager van de erfzonde

“Als zodanig is de hedendaagse toestand van de sterfelijke mens, dat de echtelijke geslachtsgemeenschap en de seksuele passie tegelijkertijd in actie zijn; en bij deze gelegenheid gebeurt het dat als de seksuele passie gelaakt wordt, zo ook de geslachtsgemeenschap, hoewel echter wettelijk en eerbaar, en het wordt verwerpelijk gezien door die personen die niet bereid zijn om het onderscheid tussen hen te trekken. [in Augustinus’ tijd waren er ook mensen die seks op zich als slecht en zondig beschouwden, wat uiteraard verkeerd is]. Ze geven geen acht aan het goed van de echtelijke staat, welke de glorie van het huwelijk is; ik bedoel nakomelingschap, kuisheid en de huwelijksbelofte. Het kwaad echter, waar het huwelijk zelfs uit schaamte voor bloost, is niet de schuld van het huwelijk, maar van de seksuele passie van het vlees. Echter, zonder dit kwaad is het onmogelijk om het goede einddoel van het huwelijk tot stand te brengen, zelfs het verwekken van kinderen; wanneer deze daad zal worden gesteld, wordt er heimelijkheid nagestreefd, getuigen verwijderd, en zelfs de aanwezigheid van de kinderen die uit dit proces worden geboren wordt vermeden zodra ze de leeftijd van verstand bereiken. Zo komt het te gebeuren dat het huwelijk wordt toegelaten om alles wat wettelijk is in die staat ten uitvoer te brengen, enkel mag het niet vergeten worden om alles te verbergen dat ongepast is. Daaruit volgt dat kinderen, hoewel niet in staat om te zondigen, toch niet geboren worden zonder de smet van de zonde – niet inderdaad, door wat wettelijk is, maar door wat onbetamelijk is: want uit wat wettelijk is, wordt het natuurlijke geboren, van wat onbetamelijk is, zonde. Van de natuur die geboren wordt is God de Auteur, die menselijke wezens schiep en die man en vrouw verenigde onder de echtelijke wet, maar van de zonde is de auteur de subtielheid van de duivel die verleidt, en van de wil van de mensen die toestemmen. (Over de Genade van Christus, Boek II, hoofdstuk 42)

Seksueel verlangen, zelfs in een goed huwelijk, geeft de erfzonde door

“Huwelijk op zichzelf is eerbaar in al het goed die er betrekking op heeft, maar zelfs wanneer het bed onbezoedeld is, als het komt tot het feitelijke proces van voortplanting, kan de omhelzing die op zich wettig en eerbaar is, niet gedaan worden zonder het vuur van de seksuele passie, om in staat te zijn om dat te bereiken wat behoort tot het gebruik van rede en niet van seksuele passie (het verwekken van een kind). Nu, deze passie, als deze de wil volgt of voorafgaat, doet op één of andere manier, door een kracht op zichzelf, de ledematen bewegen die niet eenvoudigweg kunnen bewogen worden door de wil, en op deze manier toont dit aan dat ze niet de dienaar zijn van een wil die het beheerst, maar eerder als een straf, van een wil die het niet gehoorzaamt. Het toont daarbij dat het moet geprikkeld worden, niet door vrije keuze, maar door een zekere verleidelijke stimulus, en dat het daardoor schaamte produceert. Dit is de vleselijke seksuele begeerte. Het is de dochter van zonde, en wanneer het instemming krijgt tot het stellen van schaamtelijke daden, wordt het de moeder van vele zonden. Nu is alles wat door deze seksuele begeerte in het bestaan komt door natuurlijke geboorte gebonden door de erfzonde, tenzij het wedergeboren wordt in Hem, die de Maagd ontving zonder deze seksuele begeerte. Daarom, toen Hij zich verwaardigde om geboren te worden in het vlees, was hij alleen geboren zonde zonde [De H. Augustinus vergat hier de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, omdat hij er nooit van had gehoord, dus we kunnen het hem niet kwalijk nemen] (Over seksueel verlangen, Boek I, hoofstuk 27).

“Er was geen echtelijk samenleven bij Maria en Jozef [zoals gewone gehuwde koppels]; want Hij die zonder zonde moest zijn en niet in zondig vlees werd gezonden, maar in de gelijkenis van zondig vlees, zou onmogelijk in zondig vlees kunnen gemaakt zijn zonder die schaamtelijke seksuele passie van het vlees die van de zonde komt, zonder hetwelk Hij wilde geboren worden, zodat Hij ons zou kunnen leren dat ieder die geboren wordt door seksuele gemeenschap in feite zondig vlees is, omdat Dat alleen wat niet geboren was uit zo’n gemeenschap, geen zondig vlees was [behalve dan de Maagd Maria die uit Joachim en Anna werd geboren, die de geheimzinnige Zegen uit de Ark ontvingen en zo zonder zonde Maria verwekten, want Christus moest in een onbevlekt en onbezoedeld Tabernakel van Vlees neerdalen uit de Hemel en Mens worden, niemand was dus waardig behalve Maria]. Desalniettemin is geslachtelijke gemeenschap op zich niet zondig, wanneer het gepaard gaat met de intentie van het verwekken van kinderen; omdat de goede wil van de geest het daaruitvolgende lichamelijke plezier leidt, in plaats van zich erdoor te laten leiden; en de menselijke keuze is niet afgeleid van het juk van de zonde die erop drukt, aangezien de klap van de zonde teruggebracht wordt tot het doel van het verwekken van kinderen. Deze seksuele passie dan, is op zichzelf geen goed in het huwelijk. Het is een obsceniteit in zondige mensen, een noodzakelijkheid in ouders die kinderen produceren, het vuur van de wulpse genietingen, de schaamte van het echtelijk plezier. (Over seksueel verlangen, Boek I, hoofdstuk 13)

Het hebben van kinderen is de enige waardige vrucht van seksuele gemeenschap

“De eerste natuurlijke verbintenis van de menselijke samenleving is man en vrouw… Ze zijn aan elkaar gebonden, zij aan zij, en ze wandelen samen (in het leven) en leiden elkaar terwijl ze gaan. Dan volgt de verbinding van het delen van kinderen, die de enige waardige vrucht is, niet van de band tussen man en vrouw, maar van hun seksuele gemeenschap. Want het is mogelijk dat er in beide seksen een zekere vriendschappelijke en echte verbintenis bestaat, zonder zo’n gemeenschap, met de man die heerst en de vrouw die gehoorzaamt.” (Over Huwelijk, hoofstuk 1)

Seksuele gemeenschap in huwelijk, niet om kinderen te verwekken, is een dagelijkse zonde

“Gehuwde personen zijn elkaar niet enkel het vertrouwen van hun seksuele gemeenschap op zich schuldig, voor het verwekken van kinderen, die de eerste gemeenschap van de menselijke aard vormt in deze sterfelijke toestand, maar ook in een manier, een wederzijdse dienstbaarheid van het versterken van elkaars zwakheid, om de onwettelijke gemeenschap te vermijden… Want gemeenschap in het huwelijk voor het krijgen van kinderen is niet zondig; maar het bevredigen van seksuele passie, zelfs met iemands man of vrouw met de redelijkheid van de huwelijkstrouw is een dagelijkse zonde; maar overspel of hoererij is een doodzonde. Natuurlijk is het zich onthouden van alle gemeenschap inderdaad zelfs beter dan de gemeenschap in het huwelijk die plaatsgrijpt voor het goed van het krijgen van kinderen.” (Over Huwelijk, hoofdstuk 6)

Een perfect Christelijk koppel leeft samen als broer en zus

“Een Christen kan daarom in harmonie leven met zijn vrouw op drie manieren: 1. met haar zijn vleselijke verlangens vervullen, iets waar de apostel Paulus over spreekt met toestemming, niet met bevel; 2. zorgen voor de verwekking van kinderen, wat tot op zekere graad prijzenswaardig kan zijn; of 3. zorgen voor een broederlijke en zusterlijke vriendschap, zonder enige lichamelijke verbintenis, zijn vrouw hebbend alsof hij haar niet had, is het meest uitstekende en sublieme in het huwelijk van Christenen: echter op die manier dat hij de naam van tijdelijke relatie haat, en de hoop van altijddurende zaligheid liefheeft.” (Bergrede, Boek I, hoofdstuk 42)

 

Vragen en antwoorden over het christelijk huwelijk

couple

Hoe kan ik de juiste levenspartner vinden?

Het is in ons verankerd, we willen geluk en voor bijna een ieder van ons geldt ook we willen het samen met een partner. De meeste mensen associëren ‘alleen zijn’ met ongelukkig of in ieder geval niet compleet. Dat hoeft natuurlijk niet altijd zo te zijn, maar in de meeste gevallen verlangen we toch wel iemand naast ons, hand in hand door het leven, op elkaar steunen in moeilijke momenten, iemand die door dik en dun aan je zijde gaat.

Maar hoe vind ik zo iemand?

God is geïnteresseerd in ons en heeft ons lief. Daarom wil Hij ook betrokken zijn in de één van de belangrijke beslissingen van ons leven, namelijk de keuze met wie wij ons leven zullen gaan delen. Als christenen leven we momenteel in een wereld waarin mensen bij voorkeur leven naar hun emoties en gevoelens. Verliefdheid wordt vaak gezien als iets wat je overkomt en waar je vooral aan moet toegeven. Alleen, er is een groot verschil tussen verliefdheid en echte liefde. Je kunt vele malen verliefd worden in je leven, maar dat kan gemakkelijk weer over gaan en maar…je kunt als christen niet aan alle verliefdheid toegeven, hoe moeilijk dat ook is.

Verliefde mensen zijn vaak ongeduldig en reageren impulsief. Emotionele reacties winnen het dan van het gezond verstand en willen je dingen laten doen waar je (mogelijk) later spijt van krijgt. Maar voor een christen gaat God gehoorzamen boven alles, zelfs al kost het moeite. Verliefd zijn op iemand die God niet wil dienen, hoe mooi het ook lijkt, gaat toch tegen Gods Woord in. Luister naar wat de Bijbel zegt in 2 Kor.6:14: ‘Vormt geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeen met wetteloosheid, of welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?’ Een dergelijke relaties zal altijd leiden toch teleurstellingen en verdriet en daarom dat God ons ervoor waarschuwt, want Hij houdt van ons en wil ons voor verdriet bewaren.

Echte liefde is meer dan verliefdheid, het is een geschenk van God.

Je kunt van iemand intens houden en die liefde neemt alleen maar toe. Echte liefde houdt in dat je een ‘onvoorwaardelijke’ verbintenis aangaat met iemand die niet perfect is, maar waar je toch enorm veel van houdt. Deze echte liefde is een groot geschenk van God aan ons en komt helemaal tot zijn recht in een huwelijk. Wij zijn dan in staat om van elkaar te houden omdat Jezus eerst van ons hield.

Hoe kan ik, als kind van God nu de juiste partner vinden in de massa mensen die om ons heen leven?

Het antwoord van de Bijbel is duidelijk (Spreuken.3:5,6 ) ‘Vertrouw op de Heer met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.’ Ik ben er zeker van, mensen kunnen zonder de hulp van de Heer, heel gemakkelijk verkeerde keuzes maken. Teveel mensen hebben het zelf geprobeerd om de juiste levenspartner te vinden en zijn teleurgesteld uitgekomen. Helaas ook onder christenen eindigen steeds meer huwelijken in een scheiding. Dat komt gedeeltelijk omdat, als het gaat om de liefde, mensen te vaak hun eigen weg gaan, zonder te luisteren naar goede raad. Men gaat bijvoorbeeld ´stappen´ om de ware te vinden, dan desnoods maar het uitgaansleven in. Maar kinderen Gods die echt op God vertrouwen, behoeven niet te gaan ‘stappen’ om de ware te vinden.

Je beledigt God ermee en geeft Hem niet de ruimte, tijd en vertrouwen die Hij van je vraagt. Daarnaast veroorzaakt het vaak frustraties en teleurstellingen. Maar…wat zijn Gods voorwaarden om ons te helpen in het vinden van de ware ?

God heeft 3 basisvoorwaarden voor ons:

  1. Vertrouwen – Vraag u af: “geloof ik werkelijk dat God intens veel van me houdt en ook de diepste verlangens van mijn hart kent. Vertrouw ik Hem dan dat Hij het beste met me voor heeft”. Dit is de eerste voorwaarde als we Gods hulp willen inroepen om de juiste levenspartner te vinden. (Hebr. 11:6)
  2. Gehoorzaamheid – Vraag u af: “Heb ik besloten om God gehoorzaam te zijn in alles?” Dit betekent dat we onze eigen wil en mening ondergeschikt maken aan wat God wil. Ook als het tegen onze emoties en gevoelens ingaat.
  3. Nederigheid – Vraag u af: “Ben ik klaar om Zijn wil te doen, ook als dat betekent dat ik moet wachten op Gods tijd.” Dit vraagt om een bijzondere nederige houding. Niet wij weten wat het beste voor ons is maar de Heer en een mens die op God vertrouwt, komt nooit bedrogen uit.

Bron: christelijk-huwelijk.nl

 

Jezus spreekt over het Sacrament van het Huwelijk

marriage3

“De gezinnen die geen gezinnen zijn en voortkomen uit grove mislukkingen die vanuit de familiale kern uitdeinen naar de maatschappij en de wereldvrede in gevaar brengen, zijn die gezinnen waarin God niet heerst, maar alleen de wellust en het eigenbelang en zo kindschap aangaan met Satan. Geschapen op een basis van wellusten en eigenbelang kunnen zij zich niet verheffen tot datgene wat heilig is, maar kruipen als onkruid dat opschoot uit het slijk, in de aardbodem terug.

De Engel zei tot Tobias: “Ik zal u leren wie diegenen zijn waarover de duivel macht heeft”. In waarheid zeg Ik u dat er echtgenoten zijn die reeds onder duivelse macht staan vanaf het ogenblik van de huwelijksinzegening of zelfs vroeger. Er zijn er die gedreven worden door oneerlijke en valse beweegredenen gesteund op egoïsme en zinnelijkheid een partner kiezen om het huwelijk aan te gaan. Niets is heilzamer en heiliger dan twee die zich oprecht beminnen en verenigen met het doel het menselijk ras voort te zetten en zielen te schenken aan de Hemel. De waardigheid van de man en vrouw die vader en moeder worden moet alleen onderdoen voor de waardigheid van God zelf. Zelfs is de koninklijke waardigheid er niet aan gelijk, omdat een koning, ook al is hij de wijste op aarde, niets anders doet dan zijn onderdanen besturen. De ouders integendeel trekken Gods blik op zich en ontrukken aan Zijn blik een nieuwe ziel die ze omhullen met het lichaam dat uit hen wordt geboren. Ik zou bijna kunnen beweren dat op dat ogenblik God zelf hun ondergeschikte is, omdat Hij aan hun rechtschapen liefde, die zich verenigt om aan de Aarde en de Hemel een nieuwe bewoner te geven, gehoor geeft en ogenblikkelijk een nieuwe ziel schept.

Zo gij meer nadacht over hun macht die door God onmiddellijk wordt ingewilligd! De Engelen zelf moeten voor die macht onderdoen. Ook zij staan, evenals God, prompt klaar de daad van de vruchtbare echtparen bij te treden en zich als bewaarder ten dienste te stellen van het nieuwe schepsel. Maar zoals Rafaël zegt: “Menigvuldig zijn zij, die de huwelijksstaat op zodanige wijze omhelzen, dat ze God uit hun hart en geest verbannen om zich over te geven aan de zinnelijkheid en zo terecht komen in de macht van de duivel.” Bestaat er wel een verschil tussen het bed van de zonde en dat van twee gehuwden die het zingenot aanvaarden, maar het nakomelingenschap weigeren? Laten we geen opportunistische woorden en leugenachtige redeneringen gebruiken. Het verschil is wel zeer klein. Wanneer wegens ziekt of onvolmaaktheid aangeraden of toegestaan werd geen kinderen voort te brengen, moet men zich de steriele genoegdoeningen ontzeggen die niets anders zijn dan de bevrediging der zinnen. Indien er integendeel geen enkele factor is die de voortplanting in de weg staat, waarom maakt gij dan van de natuurlijke en bovennatuurlijke Wet een immorele daad, door ze uit haar verband te rukken? Weet te leven als kuise echtgenoten en niet als wellustige apen, wanneer er een eerlijke beweegreden aanwezig is om u een groter kroost te ontzeggen. Hoe wilt gij dat Gods Engel over uw huis waakt, wanneer gij er een hol van zonde van maakt? Hoe wilt gij Gods bescherming ontvangen wanneer gij Hem verplicht Zijn blik vol afschuw van uw bezoedeld nest af te wenden?

O beklagenswaardige gezinnen, gevormd zonder degelijke bovennatuurlijke voorbereiding. Ellendige gezinnen waar a priori elk zoeken naar de Waarheid word gebannen, waar gespot wordt met het Woord der Waarheid dat leert wat het Huwelijk inhoudt en waarvoor het dient. Beklagenswaardig zijn de gezinnen gevormd door de angel van zinnelijke begeerten en financiële betrachtingen, en niet door hogere gedachten. Hoeveel gehuwden zijn er niet, die na de onvermijdelijke gewoonte van de godsdienstige plechtigheid, zelfs geen aandacht meer over hebben voor God. Ik zeg wel een gewoonte, en Ik herhaal het omdat het voor de meerderheid niets anders is dan een gewoonte en geen betrachting van de ziel, Gods tegenwoordigheid in dat ogenblik op de roepen. Hun gedachten dwalen van Hem af en ze maken van het Sacrament een feest en van het feest een dierlijke roes. Dat Sacrament, dat niet eindigt met de godsdienstige plechtigheid maar dán eerst begint en duurt zolang de gehuwden leven, zoals bij de kloosterling of kloosterlingen de inkleding niet eindigt met de godsdienstige ceremonie, maar duurt tot zijn sterven. Zo heb Ik het gewild.

De Engel onderricht aan Tobias dat de daad, voorafgegaan door het gebed, wordt geheiligd en gezegend met de ware vreugden en met een kroost. Zo zou het moeten zijn: naar het huwelijk toegaan, de ogen op God gericht, gedreven door ’t verlangen naar een kroost. Want dat is de doel van de menselijke verbintenis. Elk ander doel is een onterende zonde voor de mens als redelijk wezen en kwetst de ziel, tempel van God, die verontwaardigd vlucht. God is geen verdrukkende gevangenisbewaker, maar een goede Vader die zich verheugt over de eerlijke vreugde van Zijn kinderen en die hun heilige omarming beantwoordt met Zijn instemming en hemelse zegeningen, waarvan de schepping van een nieuwe ziel het bewijs levert. Wie zal echter deze bladzijde begrijpen? ’t Zal zijn alsof Ik de taal sprak van een onbekende planeet en gij zult ze lezen zonder de heilige smaak ervan te proeven. Ze zullen toeschijnen als versnipperd stro, terwijl het hemelse doctrine is. De geleerden van dit uur zullen er de spot mee drijven en zij vergeten dat Satan om hun dwaasheid lacht en de zege behaalt door hun losbandigheid en dierlijkheid, die datgene doet veroordelen wat God voor het welzijn heeft geschapen: het huwelijk als menselijke vereniging en als Sacrament.

Ik herhaal de woorden die Tobias sprak tot zijn vrouw, omdat gij erover zoudt nadenken en er naar zoudt handelen, – indien gij het nog kunt door het restje menselijke eer dat in u overblijft: “Wij zijn kinderen van heiligen en wij mogen ons niet verenigen zoals de heidenen die God niet kennen.” Laat zo uw norm zijn, ook al werd gij geboren, daar waar de heiligheid dood was, dan toch heeft het Doopsel u tot kinderen van God gemaakt, van God de Heilige der heiligen, en kunt gij u op dat kindschap beroepen en er uw leven naar richten. Dan zal uw nakomelingschap de Naam des Heren prijzen en in Zijn Wet leven. Wanneer de kinderen in Gods Wet leven zullen de ouders er de vruchten van plukken, want zij onderwijst de deugd, de eerbied en de liefde. Na God zullen het de gelukkige ouders zijn, de heilige echtgenoten, die van het huwelijk een levenslang ritueel wisten te maken en geen schandelijke ondeugd.”

Uit: Jezus zelf geeft onderricht voor deze tijd – Geschriften van Maria Valtorta, uit de schrijfboeken van 1943 en 1944- Deel I, Centro Editoriale Valtortiano, ISOLA-del-LIRI. Italia. 1987

Uit de Openbaringen van de H. Brigitta van Zweden over het huwelijk

adameve2

De engelen geven woorden van lof aan God, en over hoe kinderen geboren zouden worden als onze eerste ouders niet hadden gezondigd en over hoe God door Mozes wonderen toonde aan het volk en later door zijn eigen komst en over de perversie van lichamelijk huwelijk in deze tijd en over de voorwaarden van het geestelijk huwelijk.

BOEK 1 – HOOFDSTUK 26

Je zag hoe de engelen voor God stonden. De hele menigte engelen zei: ”Alle lof en eer aan u, Heer God, u die is en was zonder einde! Wij zijn uw dienaren en wij brengen u een drievoudige lof en eer. Ten eerste, omdat u ons geschapen hebt om gelukkig te zijn met u en ons een onbeschrijfelijke licht gaf om voor eeuwig gelukkig in te zijn. Ten tweede omdat alle dingen in uw goedheid en loyaliteit zijn geschapen en volgens uw wensen en via uw woord behouden worden. Ten derde zijn wij erg gelukkig, omdat u de mens hebt geschapen en omwille van hen, een menselijk lichaam heeft genomen uit de meest kuise Moeder, die waardig bevonden werd om u te dragen, die de hemelen niet konden bevatten.

Moge uw roem en zegen, namens alle engelen die u zo verheven heeft in eer, over alle dingen zijn. Moge uw altijddurende eeuwigheid en resistentie over alle dingen behouden worden en blijven. Moge uw liefde blijven in het menselijke ras dat u heeft geschapen. U alleen, Heer, moet gevreesd worden vanwege uw grote macht, u alleen moet worden gewenst vanwege uw grote liefdadigheid. U alleen moet geliefd worden vanwege uw standvastigheid. Alle lof komt u toe zonder einde, onophoudelijk, voor altijd en eeuwig. Amen!”

De Heer antwoordde: “Jullie geven me een waardig eerbetoon voor de hele schepping. Maar vertel me eens waarom jullie me eren voor het menselijke ras, die me meer dan alle andere schepselen, tot woede heeft uitgedaagd? Ik heb ze superieur gemaakt aan de lagere schepselen. Voor geen enkele andere heb ik zulke schande geleden als voor de mens en ik heb geen enkele andere tegen zo’n hoge prijs vrijgekocht. Of welk schepsel, buiten de mens behoudt zich niet door zijn natuurlijke orde? Hij bezorgt me meer verdriet dan elk ander schepsel. Net zoals ik jullie heb geschapen naar mijn lof, maakte ik de mens ter ere van mij. Ik gaf hem een lichaam om een geestelijke tempel te zijn en ik plaatste een ziel erin als een mooie engel, omdat de menselijke ziel vrijwel identiek is aan de macht en kracht van een engel. In deze tempel, was Ik, zijn God en Schepper de derde metgezel. Hij was bedoeld om van mij te genieten en vreugde in mij te vinden. Daarna maakte ik een vergelijkbare tempel uit zijn rib.

Nu, mijn bruid, voor wie dit allemaal is gezegd, zul je je afvragen hoe zij kinderen konden krijgen zonder gezondigd te hebben. Ik zal je vertellen: Het bloed van de liefde zou zijn zaad in het lichaam van de vrouw hebben geplant zonder enkele schaamteloze lust, door de goddelijke liefde en wederzijdse genegenheid en seksuele geslachtsgemeenschap waarin zij beiden in vuur en vlam gezet zouden worden voor elkaar en de vrouw zou zo vruchtbaar zijn geworden. Eens het kind zonder zonde of wellustig genot verwekt zou zijn, zou ik er uit mijn goddelijkheid een ziel in hebben gezonden en ze zou het kind gedragen hebben en zonder pijn gebaard hebben.

Het kind zou aanstonds, net als Adam, in perfectie geboren worden. Maar hij toonde minachting voor dit voorrecht door toe te geven aan de duivel en een grotere eer te begeren dan die ik hem had gegeven. Na hun ongehoorzame daad, kwam mijn engel naar ze toe en ze schaamden zich voor hun naaktheid. Precies op dat moment maakten ze kennis met de begeerte van het vlees en leden honger en dorst. Ook verloren ze mij, want daarvoor, toen ze mij nog hadden, voelden ze geen honger of vleselijke lust of schaamte en alleen Ik was al hun goed, hun tederheid en plezier en perfecte genot.

Terwijl de duivel zich verheugde over hun verderf en ondergang, kreeg ik medelijden met ze en heb ik ze niet verlaten maar toonde hen een drievoudige genade. Ik kleedde hun naaktheid en gaf ze brood van de aarde. In ruil voor de wellust die de duivel in hen had aangewakkerd na hun daad van ongehoorzaamheid, heb ik, door mijn goddelijke macht, zielen in hun zaad geplant. En ik heb wat de duivel hen had voorgesteld totaal omgekeerd voor hun goed. Daarna liet ik ze zien hoe ze moesten leven en hoe ze me moesten eren. Ik gaf ze de toestemming om geoorloofde geslachtsgemeenschap te hebben, want voordat ik ze mijn toestemming en aanwijzingen had gegeven, waren ze verstijfd van angst en bang om zich seksueel te verenigen. Zo was ik ook door medelijden bewogen en heb ik ze getroost toen Abel vermoord werd en zij treurden voor lange tijd en onthielden zich voor lange tijd.

Toen mijn wil eenmaal aan hen bekend was gemaakt, begonnen zij weer geslachtsgemeenschap te hebben en kinderen te verwekken. Ik beloofde hen dat Ik, hun Schepper, geboren zou worden onder hun nakomelingen. Daar de kwaadwilligheid van de kinderen van Adam groeide, heb ik gerechtigheid over de zondaars doen gelden, maar genade aan mijn uitverkorenen. Zij maakten me blij en ik heb ze weggehouden van verderf en ze opgevoed, omdat ze zich aan mijn geboden hielden en in mijn beloftes geloofden. Toen de tijd van barmhartigheid naderde, heb ik mijn machtige werken laten zien door Mozes en mijn kinderen gered, zoals ik beloofd had. Ik heb ze met manna gevoed en ging ze voor in een zuil van wolken en vuur. Ik gaf ze mijn Wetten en onthulde mijn mysteries en de toekomst aan hen door mijn profeten.

Hierna koos Ik, de Schepper van alle dingen, een maagd voor me, geboren uit een vader en moeder. Van haar nam ik het menselijke vlees en ben ik waardig uit haar geboren zonder geslachtsgemeenschap of zonde. Net als die eerste kinderen geboren zouden zijn in het paradijs door het mysterie van de goddelijke liefde en uit hun ouders’ wederzijdse liefde en genegenheid en zonder enkele schaamteloze lust, nam mijn goddelijkheid een menselijke natuur aan van een maagd zonder geslachtsgemeenschap of haar maagdelijkheid aan te tasten.

Gekomen in het vlees, ware God en man, vervulde ik de Wetten en alle geschriften, net zoals het eerder was voorspeld over me. En ik introduceerde een Nieuwe Wet, omdat de Oude Wet streng en moeilijk uit te voeren was en niks anders was dan een beeld over wat er in de toekomst gebeuren zou. In de Oude Wet was het voor een man toegestaan om verschillende vrouwen te hebben, zodat de komende generaties niet kinderloos hoefden te zijn of zich moesten verenigen met de heidenen om te trouwen. In mijn Nieuwe Wet is het een man voorgeschreven om slechts één vrouw te hebben en verboden om tijdens zijn leven meerdere vrouwen te hebben. Zij die zich, omwille van de voortplanting, seksueel verenigen in liefde en vrees voor God zijn voor mij een geestelijke tempel waar ik in wens te wonen als een derde metgezel.

Echter treden de mensen van deze eeuw in het huwelijk om zeven redenen. Ten eerste vanwege de schoonheid van het gezicht; ten tweede omwille van de rijkdom; ten derde vanwege het buitensporige en onfatsoenlijke plezier dat ze krijgen door geslachtsgemeenschap, ten vierde vanwege de feesten en buitensporige vraatzucht; ten vijfde omdat het aanleiding geeft tot trots over hun kleding, voedsel, het vermaak en andere ijdelheden; ten zesde om kinderen te verwekken, niet voor God of goede werken maar voor rijkdom en eer; als zevende treden ze in het huwelijk omwille van de lust en zijn zij door hun wellust als beesten.

Deze mensen ontmoeten elkaar met instemming en harmonie graag aan de deuren van mijn kerk, maar hun gevoelens en innerlijke gedachten zijn totaal tegenovergesteld aan de mijne. In plaats van mijn wil, geven ze de voorkeur aan hun eigen wil, die gericht is op het plezier van de wereld. Als al hun gedachten tot mij gericht waren en als ze hun wil in mijn handen toevertrouwden en een echtgenoot in goddelijke vrees namen, dan zou ik ze mijn instemming geven en zou ik de derde metgezel met hen zijn. Maar nu, hoewel ik aan hun hoofd zou moeten zijn, verkrijgen ze geen toestemming van me, want ze hebben liever lust dan mijn liefde in hun harten. Ze komen naar mijn altaar en horen daar dat ze één hart en één geest moeten zijn , maar mijn hart vlucht van ze omdat ze geen warmte van mijn hart hebben en de smaak van mijn lichaam niet kennen.

Zij zoeken een warmte die snel zal vergaan en begeren het lichaam dat door wormen wordt verorberd. Zodoende treden zulke mensen in het huwelijk zonder de verbintenis en vereniging met God de Vader en zonder de liefde van de Zoon en zonder de troost van de Heilige Geest. Als het echtpaar naar bed gaat, verlaat de Geest hen meteen en treedt de geest van onzuiverheid toe, omdat zij slechts samenkomen uit lust en aan niets anders denken of niets anders bespreken. Maar mijn genade kan nog steeds bij hen komen, als ze zich bekeren. Want met mijn macht plaats ik graag een levende ziel in hun zaad. Soms laat ik slechte ouders goede kinderen krijgen. Vaker worden slechte kinderen geboren uit slechte ouders, omdat de kinderen de slechtheid van hun ouders imiteren, zoveel als ze maar kunnen en het zelfs nog vermeerderen als mijn geduld het hen toelaat. Zo’n paar zal nooit mijn gezicht te zien krijgen, tenzij zij berouw hebben. Want er is geen zonde zo ernstig dat berouw het niet wegspoelt.

Aansluitend zal ik voor het soort vereniging dat voor God geschikt is om te hebben, met een kuis lichaam en een zuivere ziel, het huwelijk geestelijk maken. Daarin zijn zeven goede dingen, die in tegenstelling zijn tot de eerder genoemde slechte dingen. Daarin is er geen verlangen naar fysieke schoonheid of aangenaam zicht, maar slechts voor het zicht van de liefde van God. Noch is daar, ten tweede, enkel verlangen om ook maar iets meer te bezitten dat wat zij nodig hebben om verder te leven. Ten derde, voorkomen zij nutteloos en frivool taalgebruik. Ten vierde maken zij zich geen zorgen over het zien van vrienden of familie, in plaats daarvan ben ik degene die zij liefhebben en verlangen.
Ten vijfde verlangen zij ernaar om innerlijke nederigheid in hun geweten te behouden en uiterlijk in de manier waarop ze zich kleden. Ten zesde hebben ze nooit enig voornemen om een wellustig leven te leiden. Als zevende leiden ze zoons en dochters van God door middel van hun goede gedrag en goed voorbeeld en door het prediken van spirituele woorden.

Ze staan voor mijn kerkdeuren, met hun onaantastbaar geloof behouden en waar ze me toestemming geven en ik geef hen de mijne. Ze komen tot mijn altaar en genieten van de spirituele vreugde van mijn lichaam en bloed. Met de vreugde die zij hierin vinden wensen zij één hart en één lichaam en één wil te worden, en Ik, ware God en mens, machtig in hemel en op aarde, zal de derde metgezel van ze zijn en hun hart vullen. De wereldse echtparen beginnen hun lust voor het huwelijk in lust als beesten, en nog erger dan beesten. Deze spirituele echtgenoten beginnen in de liefde en angst voor God en streven ernaar niemand anders dan mij tevreden te stellen. De onreine geest vult de eerste en spoort hen aan tot lichamelijke lust waar niets anders is dan stank. De laatste zijn gevuld met mijn Geest en staan in vuur en vlam van mijn Geest die nooit gedoofd wordt in hen.

Ik ben een God in drie personen. Ik ben één in wezen met de Vader en de Heilige Geest, aangezien het onmogelijk is voor de Vader om gescheiden te worden van de Zoon of voor de Heilige Geest om gescheiden te worden van beide en omdat het onmogelijk is om hitte van vuur te onderscheiden is het ook onmogelijk voor deze spirituele echtgenoten om van mij gescheiden te worden. Ik ben samen met hen als hun derde metgezel. Mijn lichaam was eens gewond en overleed door het lijden, maar het zal nooit meer gewond raken of sterven. Op dezelfde manier zullen degenen die in mij zijn opgenomen door een oprecht geloof en een perfecte wil nooit van mij afsterven. Overal waar ze staan, zitten of lopen, ben ik bij ze als derde metgezel.”

Leer van Jezus over het huwelijk en de kuisheid

marriage22

1. Onontbindbaarheid van het huwelijk

Uit de H. Schrift (Mattheüs 19,3-9):

Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, mag de mens niet scheiden.’ Ze zeiden Hem: ‘Waarom heeft Mozes dan bevolen haar te verstoten door haar een scheidingsakte te geven?’ Hij zei hun: ‘Omdat u verstokt van hart bent, heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten, maar dat was niet zo vanaf het begin. Maar Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot, behalve in het geval van een ongeoorloofde verbintenis, en met een ander trouwt, pleegt echtbreuk.’

Uit de Visioenen van de Zalige Anna Katharina Emmerick (+1824) over het Openbaar Leven van Jezus:

Hevig dispuut in de synagoge over de echtscheiding.

16 augustus. – Ik zag deze morgen veel leraren en Farizeeën uit Groot- en Klein- Sefforis en uit de omstreken, zoals ook enig ander volk zich verzamelen in de alleen liggende school, waarbij Jezus gisteren aangekomen was. Zij kwamen daar met Hem bijeen voor een dispuut over de passage betreffende de echtscheiding. Woensdag laatst had Jezus de synagogeleraar er van beschuldigd dat hij die tekst op ongeoorloofde wijze ingelast had. De Farizeeën en ander volk uit Groot-Sefforis hadden Hem dit zeer euvel geduid, want deze toevoeging of inlassing kwam voort uit een huwelijksleer die Sefforis eigen was. De echtscheidingen werden in die stad zeer lichtzinnig voltrokken; ook hadden zij een speciaal gebouw, waar zij de verstoten vrouwen onderkomen verschaften. Die leraar welke zijn schuld bekend had, had voorheen een wetsrol gekopieerd en er kleine, verkeerde interpretaties ingelast; zij disputeerden lang tegen Jezus en rekenden het Hem aan als een onvergeeflijke aanmatiging die bepaling uit de Wet te willen verwijderen. Hij bracht hen tot zwijgen, maar niet tot een schuldbekentenis gelijk de eerste. Hij bewees hun dat het verboden was iets aan de Wet toe te voegen, en derhalve dat men verplicht was het toegevoegde te schrappen; Hij bewees hun de valsheid van de door hen gehouden en ingelaste mening, en stelde openlijk aan de kaak de lichtzinnigheid, waarmee in hun stad de wet van de echtscheiding geïnterpreteerd werd en zo de wet der huwelijkstrouw ontdoken werd. Hij zei in welke gevallen het volstrekt ongeoorloofd was dat de man de vrouw verstootte; maar in geval één van de partners zijn afkeer voor de andere niet kon overwinnen en een eendrachtige samenleving onmogelijk geworden was, dan mochten zij scheiden (van tafel en bed) met toestemming van de andere partij, maar de machtigste mocht de andere tegen haar wil en zonder schuld van diens kant, niet wegzenden. Jezus’ betoog haalde evenwel weinig uit: zij waren zeer geërgerd, protesteerden opgeblazen en bleven hardnekkig, ofschoon zij Hem niet weerleggen konden.

De Schriftgeleerde die te Klein-Sefforis door Jezus overtuigd was, scheidde zich van de Farizeeën af en verklaarde aan zijn gemeente dat hij de Wet voortaan zonder enige toevoeging zou uitleggen, en, indien zij hem dit euvel duidden, dat hij dan zijn ontslag als leraar geheel en al aanbieden en zich terugtrekken zou. De tussengevoegde uitleg van de Wet der echtscheiding luidde: “Indien een van de twee echtgenoten vroeger met een ander persoon liefdebetrekkingen onderhouden heeft, dan bestaat de echt niet en die derde, die vroeger met een der tegenwoordige echtgenoten te doen gehad heeft, kan deze als de zijne opeisen, zelfs wanneer de beide echtgenoten in goede verstandhouding leven.”

Jezus verwierp dit onvoorwaardelijk en hij zei ook dat de wet der echtscheiding slechts voor een ruw volk gegeven was (cfr. Mt. 19, 8). Hij veroorloofde een zekere scheiding (in bepaalde omstandigheden), maar nooit een tweede huwelijk van de gescheiden gehuwden. Twee van de voornaamste Farizeeën, die aan die twist hadden deelgenomen, bevonden zich juist in zulk een situatie, dat zij uit de toevoeging of wetvervalsing hun goed recht op echtscheiding konden afleiden en laten gelden. Daarom hadden zij reeds sedert geruime tijd die brede wetsinterpretatie ingang doen vinden; hun aangelegenheid was niet aan anderen bekend, doch Jezus kende die en Hij zei hun in het aangezicht: “Zoekt gij door deze wetsvervalsing niet de eisen van uw eigen vlees te voldoen?” Dit maakte hen razend van woede.

[…]

Jezus sprak over de scheiding en wel er tegen: man en vrouw vormen één lichaam, zij kunnen niet meer gescheiden worden. Indien grote zonde door hun samenwonen en -leven ontstaat, dan mogen zij zich van mekaar afzonderen, maar zij kunnen niet hertrouwen. De (oude) wetten zijn gedeeltelijk afgestemd op de kindsheid en ruwheid van de volkeren, doch nu men weer de kindsheid ontgroeid is, en de volheid der tijden begonnen is, is het hertrouwen van gescheidenen een overtreding en schending van de eeuwige natuurwet. De afzondering echter is geoorloofd als een middel tegen het gevaar van zonde, doch ook dit slechts na ernstige beproeving (cf. Gal. 4, 1-5). In de synagoge begonnen de Farizeeën nog zijn uiteenzetting van heden over het huwelijk aan te vallen; ze was hun, wat de onderdanigheid der vrouwen betreft, te laks, te toegevend, en inzake scheiding te streng. Zij hadden vooraf allerlei geschriften nageslagen, en ook na zijn herhaalde uiteenzetting konden zij zich bij zijn leer niet neerleggen. Hun verzet evenwel, ofschoon vinnig, bleef binnen de palen der welvoeglijkheid

 2. Over de huwelijksdaad

Uit de visioenen van de Zalige A.K. Emmerick:

17 november. – Vanmiddag zag ik Jezus met Salatiël en zijn vrouw in een huis te Kedar. Jezus kwam in zijn gesprek nogmaals terug op het onderwerp van de huwelijke staat. Ditmaal daalden zijn onderrichtingen af tot in bijzonderheden. Hij hield dit jeugdige paar bijzondere, persoonlijke richtlijnen en bepaalde voorwaarden voor, die zij nakomen moesten, indien zij een vruchtbare wijngaardstam wilden worden. Zij moesten zich rein houden van begeerlijkheden (overtollige wellust), en wanneer zij voor de huwelijksdaad samenkwamen, moesten zij een zuivere bedoeling hebben; zij moesten een mening vormen door te bedenken waarom zij dit deden. Indien zij zich door louter zinnenlust lieten geleiden, zouden zij ook slechts de bittere vruchten van de boze begeerlijkheid voortbrengen. Hij waarschuwde hen tegen overmaat en overdaad in alle dingen, vooral tegen dronkenschap door wijn, en Hij spoorde hen aan tot het gebed en de versterving. Ook sprak Hij over Noach en de dronkenschap.

De bruid moest een rein vat zijn. Hij gebood haar de afzondering in haar ziekten en radicale onthouding na de ontvangenis. Hij sprak van het wederzijds vertrouwen en van de gehoorzaamheid der vrouw. De man mag niet weigeren, indien zij vraagt om de schuld. Hij moet haar eren en sparen als een zwak vat. Hij mocht geen wantrouwen hebben, als hij haar met een ander zag spreken, en ook zij mocht niet naijverig zijn, maar zij moesten toch vermijden elkaar onnodig ergernis te geven. Zij mochten geen bemoeier, geen derde, geen overdrager tussen elkaar dulden, en hun huiszaken en alles met liefde onder elkaar afhandelen. Hij sprak zeer streng tegen de bevrediging van de begeerlijkheid louter om zich te voldoen. Hij schilderde het huwelijk en de voltrekking of het gebruik ervan in de gevallen mens af als een handeling, die bij deugdzame echtgenoten moet samengaan met gevoelens van schaamte, berouw, boetvaardigheid en zelfvernedering.

Zij moesten voor het huwelijksgebruik niet samenkomen zonder gebed en overwinning (zonder eerst gebeden, hun gevoelens en verlangens gelouterd en hun goede intentie gevormd te hebben), en vervolgens moesten zij de vruchten aan God aanbevelen en overlaten. Hij zei tot de vrouw dat zij een deugdzame Abigaïl moest worden.