Een voorbeeld voor offerzielen: de zienertjes van Fatima

ChildrensofFatima

Hun grote liefde voor Jezus en Maria

Maria heeft van deze onschuldige en eenvoudige kleinen, die zich door de liefde jegens Haar Onbevlekt Hart volkomen aan Haar hadden overgeleverd, meesterwerken in de orde der genade gemaakt. En wat een gans bijzondere bekoorlijkheid geeft aan deze zielen, is dat zij als het ware onbewust de toppen van de heiligheid bestijgen. In de ziel van deze kleinen heerste Maria als in Haar koninkrijk. Zij deelde hun op de eerste plaats mee Haar liefde tot God. Deze kinderen beminden God met en door het Hart van Maria. Vandaar die wondere tedere en tevens offersterke liefde welke hen bezielde.

Ik was blij“, zei Francisco, “den Engel te zien en nog blijer O.L.Vrouw te aanschouwen. Maar wat mij het gelukkigste heeft gemaakt, was God te zien in het grote licht dat de Dame ons in het hart heeft gestort. Ik houd zoveel van O.L. Heer.”

Lucia vertelt: “Vanaf het ogenblik dat O.L. Vrouw ons leerde aan Jezus onze offers aan te bieden, vroeg Jacinta, telkens als wij afspraken iets te doen, of als wij iets te lijden hadden: ‘Hebt gij al gezegd dat het was uit liefde tot Jezus?’ Als ik zei van neen, dan zei ze: ‘Dan doe ik het‘, en ze vouwde de handjes, sloeg de ogen ten hemel en zei: ‘O Jezus, het is uit liefde tot U en voor de bekering van de zondaars’

Eén van de geliefkoosde schietgebeden van Jacinta was: “O mijn Jezus, ik bemin U.” Zij zei wel eens: “Ik zeg zo gaarne aan Jezus dat ik Hem bemin. Als ik ’t Hem heel dikwijls zeg, is het mij of ik een vlam in mijn hart draag, maar zij brandt niet.” Hoe graag had zij in anderen hetzelfde liefdevuur ontstoken: “Kon ik toch“, aldus Jacinta, “aan het hart van iedereen de vlam meedelen die ik hier binnen in mij draag en die mij doet branden en zoveel houden van het Hart van Jezus en het Hart van Maria!”

Zij waren graag bij de “Verborgen Jezus” van het altaar. Dan vestigden zij hun ogen met brandende liefde op het tabernakel. Wat zouden Francisco en zijn zusje blij zijn geweest, als ze Hem hadden mogen ontvangen in de H. Communie. Op zekere dag gaf men Jacinta een prentje waarop een kelk met hostie stond afgebeeld. Stralend van vreugde nam zij het en overdekte het met kussen. “Het is de verborgen Jezus“, sprak ze. “Ik houd zoveel van Hem. Wie zal mij geven, dat ik Hem mag ontvangen in de kerk? Communiceert men niet in de hemel? Als men daar te Communie gaat, dan communiceer ik elke dag. Als de engel eens in het hospitaal was, om mij nog eens de H. Communie te brengen, wat zou ik blij zijn!

Hun verstervingszin

Bij de tweede verschijning van de Engel hadden de kinderen begrepen wat God was, hoe Hij ons liefhad en verlangde bemind te worden. Zij wisten hoe die eindeloos goede God door de zonde bedroefd en beledigd wordt. Had de Godsgezant er niet uitdrukkelijk van gesproken op het onvergetelijke ogenblik, toen hij hun de hostie en de kelk reikte: “Neemt en drinkt het Lichaam van Jezus Christus, vreselijk beledigd door de ondankbare mensen.” Daarom bleef altijd in hun oren natrillen het laatste woord dat hij tot hen gesproken had en dat klonk als een levensregel: “Biedt eerherstel voor hun misdaden en troost uw God.

Het was na de tweede verschijning van 13 juni. De herdertjes hadden het Onbevlekt Hart van Maria aanschouwd, gewond door de doornen van de zonden der mensen. O.L.Vrouw vroeg boete en eerherstel.

Lucia vertelt: “Vóór het feest van de H. Johannes zei Jacinta: ‘Nu dans ik nooit meer.‘ Waarom? ‘Omdat ik dat offer wil opdragen aan O.L. Heer.‘ Daar wij de toon aangaven in het spel onder de kinderen, hield het dansen bij de gelegenheden waar dit de gewoonte was, op.”

Een ander maal was het Francisco die een versterving had gevonden. “Laten wij ons eten aan de schapen geven. Niet eten, dat is een schoon offer.” De drie herdertjes wedijverden in edelmoedigheid. Zonder discussie werd het voorstel aangenomen. Ze vastten die dag – en heel veel andere dagen – voor de bekering van de zondaars.

Jacinta en Lucia, september 1917.

Jacinta en Lucia, september 1917.

Als er toch één van hen uitmuntte in de honger naar versterving, was het Jacinta. Lucia vertelt: “Zij nam zo ter harte offers te brengen voor de bekering van de zondaars, dat zij geen enkele gelegenheid daartoe liet ontsnappen. Er waren enige kleine kinderen van twee families van Moita, die langs de deur bedelen. Wij ontmoetten ze op zekere deg, toen wij met de kudde uittrokken. Jacinta zag ze en zei: ‘Laten wij ons eten aan die kleine armen geven, voor de bekering van de zondaars.’ En ze liep om het hun te brengen. ’s Avond zei ze me dat ze honger had. Daar waren enige groene eiken en gewone. De eikels waren tamelijk groen. Ik zei haar, dat we daar toch van konden eten. Francisco klom in een groene eik om de eikels te plukken. Maar Jacinta kwam op het idee, dat wij die van een gewone eik konden nemen, omdat wij zo doende de versterving konden doen van iets bitters te eten. En daar genoten wij die namiddag van dat ‘heerlijk’ eten… Voor Jacinta werd dit één van haar gewone verstervingen. Op zekere dag zei ik haar: ‘Jacinta, eet dat niet, het is heel bitter.’ – Dan zei zei: ‘Wel ’t is juist omdat het bitter is, dat ik het eet: om de zondaars te bekeren.

Dat was niet de enige keer dat wij vastten. Wij besloten telkens, als wij de kleine armen ontmoetten, hun ons eten te geven. De arme kinderen, blij met de aalmoes, trachtten ons te ontmoeten, en wachtten ons af langs de weg. Zodra wij ze zagen, liep Jacinta het tegemoet, om hun gans het eten van die dag te brengen, en dat deed zij met zoveel voldoening, alsof zij het niet nodig hadden gehad. Ons maal bestond op zo’n dagen dan uit dennenappels, wortels van “klokjes”, moerbeien, paddenstoelen, en enige dingen die wij vonden aan de wortels van de pijnbomen, waarvan ik mij de naam niet herinner. Ook aten wij vruchten, als er dichtbij te vinden waren in één of ander eigendom van onze ouders.

Ze verstierven hun smaak niet alleen in het eten, maar ook in het drinken.

Lucia: “Jacinta scheen onverzadigbaar in het beoefenen van de versterving. Op zekere dag bood een buurvrouw moeder een goede weide aan om onze kudde te hoeden, maar het was tamelijk ver en wij waren in volle zomer. Moeder nam het zo edelmoedig aanbod aan en zond mij daarheen. Daar zich daar kortbij een poel bevond, waar de kudde kon gaan drinken, zei ze, dat het beter was dat wij daar de middaguren doorbrachten in de schaduw van de bomen. Onderweg ontmoetten wij onze geliefde kleine armen en Jacinta liep om hun ons eten te brengen. De dag was schoon, maar de zon gloeide, om stenen te splijten. Op dat dor en droog terrein scheen zij alles te willen verteren. De dorst deed zich gevoelen, een geen druppel water om te drinken. In het begin droegen wij edelmoedig het offer op, voor de bekering van de zondaars. Maar na het middaguur hielden wij het niet meer uit. Ik stelde daarom aan mijn kameraden voor om naar een dichtbij gelegen plaats te gaan, om een beetje water te vragen. Zij aanvaardden het voorstel, en daar ging ik aankloppen aan de deur van een oud vrouwtje. Zij gaf mij een karaf water en voegde er nog een stuk brood aan toe. Ik nam met dankbaarheid aan en ging alles met mijn gezellen delen.

Ik gaf de karaf aan Francisco en zei hem te drinken. ‘Ik wil niet drinken’, antwoordde hij. -Waarom niet? – ‘Ik wil lijden voor de bekering van de zondaars.’ – Drink gij, Jacinta.’ – ‘Ik wil ook het offer brengen voor de zondaars.‘ Toen goot ik het water in de holte van een steen, zodat de schapen konden drinken, en ging de karaf naar de vrouw terugbrengen. De hitte woog hoe langer hoe zwaarder. De krekels voegden hun zang bij die van de kikvorsen van de poel en maakten een onverdraaglijk spektakel. Jacinta, uitgeput door honger en dorst, vroeg mij met die eenvoud die haar kenmerkte: ‘Zeg aan de krekels en de kikvorsen, dat ze zwijgen. Mijn hoofd doet zo’n zeer.‘ Toen vroeg Francisco: ‘Wilt gij dat niet lijden voor de zondaars?‘ Het arme kind, met het hoofd in de handen, antwoordde: ‘Ja, ’t is goed, laat ze maar zingen.’

Op zekere dag speelden wij bij de put. Daar dichtbij bezat de moeder van Jacinta een prieel met wijndruiven. Zij plukte enige trossen en bracht ze ons, om te eten. Maar Jacinta vergat nooit haar zondaars: ‘Laat ze ons niet eten, laten wij het offer brengen voor de zondaars.’ Toen liep zij weg om de druiven naar andere kinderen te brengen, die op straat aan ’t spelen waren.

Een andere maal riep tante ons, om enige vijgen te eten, die zij had meegebracht, en die werkelijk ieders eetlust opwekten. Jacinta kwam met blij gezicht bij ons zitten, naast de mand. Zij neemt er één en wil ze gaan eten, als haar opeens iets invalt: ‘Het is waar, vandaag hebben wij nog geen enkele versterving gedaan voor de zondaars. Wij moeten deze doen.” Ze legt de vijg weer in de mand, draagt de versterving aan God op en wij laten de vijgen liggen, om de zondaars te bekeren.  Jacinta deed dikwijls deze verstervingen, maar ik ga er niet meer vertellen, anders vind ik nooit een einde,” aldus Lucia.

Over een ander soort verstervingen vertelt Lucia het volgende: “Eens waren wij aan het spelen. Wij plukten tussen de stenen van de muren enige planten die een zeker geluid geven, als men ze tussen de vingers plet. Bij het verzamelen van deze planten, plukte Jacinta zonder het te willen enkele netels. Toen ze de pijn voelde, nam zij er nog meer in haar handjes en riep uit: ‘Kijk, kijk! Nog iets waarmee wij verstervingen kunnen doen!‘ Van toen af hadden wij de gewoonte ons nu en dan met de netels enige malen over de benen te strijken, om O.L. Heer ook dat offer aan te bieden.”

Lucia verhaalt over nog een andere versterving, kort na de verschijning van augustus: “Wij kwamen met onze schapen langs de weg, waar wij een stuk koord vonden. Ik raapte ze op en wond ze al spelend rond de arm. Spoedig merkte ik, dat de koord mij pijn deed. Ik zei daarop aan mijn neefje en nichtje: ‘Kijk, dat doet mij pijn. Wij zouden ze om het middel kunnen binden en God dat offer aanbieden.‘ De arme kinderen namen dadelijk mijn voorstel aan. Wij trachtten dus de koord onder ons drieën te verdelen. Als mes diende de scherpe kant van een steen waarmee we op een andere steen sloegen. Ofwel was het, omdat het koord zo dik en ruw was, ofwel omdat wij ze te strak aantrokken, maar zeker is dat dit boetetuig ons soms vreselijk deed afzien. Jacinta kon wenen van de pijn. Als ik haar dan eens voorstelde om ze af te doen, antwoordde zij: ‘Neen, ik wil dat offer aan O.L. Heer opdragen, tot eerherstel en voor de bekering van de zondaars.

Uit: O.L. Vrouw van Fatima – Missionaris van God! H. Jongen, Montfortaan, Secretariaat O.L.V. Middelares, Leuven, 1944

Jezus zoekt hostiezielen – offerzielen (5)

Jesus and world people carrying their crosses

Levensprogramma van de offerziel (deel 2)

Gehoorzaamheid

Aanhoor nu ook de les van de gehoorzaamheid. De meest gehoorzame hostieziel heeft het grootste krediet, en de grootste macht over Mijn Hart. De gehoorzaamheid is de deugd die het schepsel buigzaam maakt naar de wil van de Schepper. De gehoorzaamheid is de beoefening van de nederigheid, een daad van versterving om Mij te gelijken. Ik bracht Mijn aardse leven door in gehoorzaamheid. Ik, uw Jezus, was de eerste gehoorzame. Mijn voedsel was het de wil van Mijn Hemelse Vader te volbrengen. Inderdaad, omwille van de gehoorzaamheid leefde ik arm, en stierf op het kruis. En wat dan te zeggen van mijn Eucharistische gehoorzaamheid? Bij de woorden van de priester daal Ik dadelijk neer in de Hostie. Ik laat Me wegzetten in het Tabernakel, Ik treed er slechts uit om Me aan de zielen te geven, Ik word op verschillende plaatsen gebracht… gehoorzaam aan de wil van Mijn bedienaar.

Ge zult een hostie zijn, als ge de gehoorzaamheid beoefent. Dit is de meest verdienstelijke deugd, omdat men daardoor verzaakt aan hetgeen wat het meest dierbaar is: de eigen wil.

De gehoorzaamheid heeft drie graden:

  1. Een ontvangen bevel uitvoeren
  2. Bij de uitvoering ervan z’n eigen wil voegen
  3. Eénvormig maken niet alleen met z’n wil, maar ook met z’n intellect

Weerzin voelen in de gehoorzaamheid is niet slecht, integendeel, het doet de verdienste van gehoorzaamheid aangroeien. De gehoorzaamheid moet grootmoedig zijn en beoefend worden met grote ijver van geest. Ze moet ook dadelijk zijn, zonder dralen, opgewekt, zonder tegenspraak, en tot slot… voorzichtig! Men moet natuurlijk niet gehoorzamen aan de bevelen die tegen Mijn Wet (Mijn geboden) ingaan. Want men moet eerst en vooral gehoorzamen aan God, en dan pas aan de mensen. Offerziel, leef dus in gehoorzaamheid!

Zachtmoedigheid

Leer van Mij, hoe zachtmoedig en nederig van hart Ik ben. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten! Deze woorden heb ik tot allen gericht, maar vooral tot de hostiezielen. Het is zo gemakkelijk het geduld te verliezen in tegenspoed! En het is een offer om dan z’n opvliegendheid in te tomen! Wees steeds een toonbeeld van sereniteit… en wees meester over uzelf! Bij tegenspraak of belediging, verlies dan uw kalmte niet! Werk er aan een zachtmoedig karakter te verwerven en een delicaat gedrag. Laat uit uw mond nooit scheldwoord komen, of verhef nooit uw stem. Laat uw spreken steeds een voorbeeld van kalmte zijn. Wees in het bijzonder steeds zachtmoedig met lastige personen en in uw familiekring! Hoezeer behaagt Mij, en aan de werelds-gezinden, een zachtmoedige ziel! Het geheim om een opvliegend persoon te bedaren is: de zachtmoedigheid.

Innerlijk leven

Parfum wordt in flesjes bewaard. Het is nochtans noodzakelijk deze flesjes af te sluiten, opdat het parfum niet verspild zou worden. Ook het parfum van het innerlijk leven verliest men door verspilling. Zorg er dus voor u innerlijk te concentreren. De voornaamste hindernis is de praatzucht! Van elk nutteloos en verstorend woord door u gesproken, zal Ik afrekening vragen bij uw oordeel! Controleer dus uw woorden. Als de liefdadigheid of de welvoeglijkheid vereisen dat ge praat, doe het dan kalm, maar de wil om te kletsen, enkel en alleen om het instinct in te willigen, is een gebrek dat ge moet bestrijden. De echte spirituele mensen praten weinig, luisteren voorzichtig… en vertonen steeds een zachte glimlach. Volg Mijn allerheiligste Moeder na! O, hoe veel zeggend was Haar stilte in het huisje van Nazareth! De meest stille ziel, zal door Mij het best onderricht worden.

Versterving

versterving

Wanneer ge één deugd beoefent, zult ge ook de andere gemakkelijk beoefenen. Al dit onderricht is erop gericht om een verstervende geest te verwerven: dat wil zeggen, de bereidheid om de ontzeggingen te omhelzen. Geef aan uw menselijke natuur het nodige, nooit het overbodige. Behandel en behoud uw lichaam als een gevangene in een kerker. Hebt ge honger? Wacht een beetje om te eten… Hebt ge dorst? Les uw dorst een beetje later!..

Een lijst van kleine verstervingen:

  • Niet luid spreken
  • Zacht antwoorden
  • Met bescheidenheid gaan zitten
  • De minst comfortabele plaatsen opzoeken
  • Dadelijk uit bed opstaan
  • Steeds glimlachen, ook als uw hart gepijnigd is
  • Met grootmoedigheid een terechtwijzing aanvaarden
  • Het gezelschap van antipathieke personen niet ontwijken
  • U niet opwinden in gesprekken
  • Gemakkelijk toegeven wanneer het niet kwaad of slecht is
  • Uw nieuwsgierigheid afremmen om een bepaalde gebeurtenis te weten te komen, of om niet dringend nieuws te vernemen
  • Er zich van onthouden aan een bloem te ruiken
  • Niet klagen over het eten
  • Met vertraging drinken en in mindere mate dan ge had gewild
  • U een verfrissende drank ontzeggen tijdens zomerse hitte
  • Niet eten of drinken buiten de voornaamste maaltijden
  • U een vrucht of een zoetigheid ontzeggen
  • Niet klagen over warmte of koude
  • Vermijden om geprezen te worden
  • U niet verrechtvaardigen bij een onrecht
  • Kritiek op anderen vermijden
  • Een les in nederigheid of naastenliefde aanvaarden van iemand die zelf niet nederig of barmhartig is, en daarenboven nederig bedanken
  • Bidden voor hen die u slecht behandelen

Ziel: De verstervingen die Ge mij voorstelt, o Jezus, zijn niet moeilijk, en evenmin schaden ze de gezondheid. Elke dag wil ik U een mooie ruiker van deze bloempjes aanbieden. Ik zal het ook als een plicht beschouwen deze lijst aan vrienden door te geven, omdat ik een hostieziel wil zijn, want ik koester het verlangen dat ook zij Uw liefdevol Hart vertroosten, en U loven.

Alles voor Jezus

Jezus: ik ben de Schepper, en al wat de schepselen doen, moet tot Mij gericht zijn. Of men nu eet, of men drinkt, of men iets anders doet, alles moet gedaan worden tot Mijn eer. Als dit alles voor iedereen geldt, hoe veel te meer vraag Ik het dan aan u! Ge zult de meest pure hostie zijn, als ge Mij niets ontneemt van hetgeen ge denkt of doet. Ik verwacht van u zelfs uw harteklop! Aanhoor nu de les over de duurzame intentie; Ik verlang zozeer dat ge er een schatkamer van maakt!

Als uw oog lichtgevend is, zal uw lichaam in het licht staan. Als uw intentie duurzaam is, zullen al uw werken verdienstelijk zijn. De Schriftgeleerden en de Farizeeën baden, vastten, gaven aalmoezen… en nochtans zei Ik tot Mijn leerlingen: “Als uw rechtvaardigheid deze van de Schriftgeleerden en Farizeeën niet overtreft, zult ge nooit het Rijk der Hemelen binnengaan, want zij doen het omwille van de menselijke lofbetuigingen. In waarheid, Ik zeg u dat zij hun loon reeds ontvangen hebben.” Een hostieziel bidt en offert, maar ze moet erover waken dat de duivel haar de verdiensten van de goede werken niet komt ontroven! Dit door er menselijke inzichten bij te infiltreren. Ik ben het die de vergoeding moet geven! Niet de mensen! Daarom, zet ’s morgens een stempel op al hetgeen ge die dag zult doen. Dit door te verklaren dat ge enkel en alleen wilt handelen om Mij te behagen, Ik, de Mystieke Bruidegom van uw ziel. Maar dat volstaat nog niet. Bij het begin van een belangrijk werk, zult ge een kruisteken maken, een kort gebed uitspreken en het bekrachtigen met deze woorden: “Alles voor U, o Jezus!”

Een moeilijkheid verdragen, een goed werk verrichten,… enkel en alleen om een ellendige menselijke lofbetuiging te ontvangen, mag u nooit overkomen! Als ge handelt om een natuurlijke voldoening, dan is uw gedrag niet dat van een hostieziel. Want alles moet gebeuren om Mij te behagen! Hetgeen ge niet doet voor Mij is verloren voor de eeuwigheid. Ik heb zielen die de gelofte deden om steeds te handelen met een duurzame intentie. Dat eis ik echter niet van u, maar tracht anderen te evenaren die steeds deze kleine uitspraak voor ogen houden: “Wat niet voor Jezus is, heeft geen waarde!” Bedien u steeds van deze kleine uitspraak om waakzaam te zijn.

Verlichten

Jezus: De geconsacreerde is stralend; zij verlicht en verwarmt de harten. Zo ook moet de hostie-ziel zijn. Men plaatst de olielamp niet onder de korenmaat, maar wel op een kandelaar, opdat het hele huis zou verlicht zijn. Gij moet tot licht dienen voor anderen. Straal uw licht uit voor anderen, opdat ze uw goede werken zien en zodoende Mij zouden prijzen! Het licht waarvan Ik hier spreek is uw goed voorbeeld. Geen enkele prediking is zo werkzaam als het voorbeeld. Als ge als hostie leeft, zult ge Me veel zielen brengen, ook al zult ge niet bij de heidenen gaan om het Evangelie te verkondigen. Het licht komt niet alleen van hetgeen ge doet, maar ook van al wat ge zegt. Bedien u daarom van de gave van het spreken. Mijn woorden zijn woorden van eeuwig leven, ook als ze herhaald worden door uw mond. Maak er gul gebruik van, maar wees voorzichtig in het zaaien van Mijn goede onderrichtingen. Onderricht de kleinen. De onschuldige kinderen ontvangen in eenvoud en liefde de geloofswaarheden. Wees rein en en neem de zondaars tot kinderen aan.

Liefde

Jezus: Aanhoor nu een les over de zuivere liefde. Ik verlang er zo naar dat ge Mij begrijpt. Mijn wet behelst verschillende geboden, maar het voornaamste is dit: bemin de Heer uw God met geheel uw hart, geheel uw verstand, met geheel uw ziel en met al uw krachten. Dit gebod sluit elk voorbehoud in de liefde uit en werd gericht tot allen, maar vooral tot de hostiezielen. Deze liefde heeft verschillende trappen: de doodzonden ontvluchten, de dagelijkse zonden vermijden, de deugd van voorzichtigheid beoefenen,… en dit alles niet om de hel of het vagevuur te vermijden, maar om Mij niet te mishagen, om Mij glorie te geven. De zuivere liefde is deze welke Ik u vraag. Zij bestaat eruit levendig deel te nemen aan Mijn Lijden, veroorzaakt door de zonden van de wereld, en de noodzaak aan te voelen om voor zoveel onrechtvaardigheden eerherstel te brengen. Uw liefde moet bovendien erkentelijk zijn, om Mij te bedanken voor zoveel genaden die Ik u rijkelijk toebedeel, en voor deze die Ik geef aan die mensheid, die zich ondankbaar vertoont. Uw liefde moet de geest van boete dragen, om zoveel trouweloosheid en ongeloof van uwentwege.

Ik zal u onderrichten hoe ge het vuur der liefde moet doen oplaaien. Eerst en vooral, denk aan Mij, kleine offerziel! Ik verheug me wanneer ge aan Mij denkt! Deze akte herstelt zoveel vergetelheden van andere personen. Ik heb zielen in de wereld die geen kwartier voorbij laten gaan zonder hun geest naar Mij op te richten. En al werkt ge, voldoe aan Mijn verlangen. Vrees niet dat ge door dikwijls aan Mij te denken tijd zult verliezen! Diegenen die het meest werken, en het best slagen in hun ondernemingen, zijn werkelijk diegenen die het meest met Mij verenigd zijn! Want Ik ben het, die uw inspanningen zegen!

Enkelen aanwijzingen kunnen u als een hulp zijn in dit leven van vereniging met Mij. Houd in het bereik van uw ogen een afbeelding van uw Jezus. Doen dit ook de wereldse geliefden niet? En ben Ik niet uw Hemelse Liefde? Elke keer dat uw blik op deze afbeelding zal vallen, verhef dan gedurende en stonde uw gedachten tot Mij. Offer Mij uw werk op! Vraag Mij Mijn zegen! In het diepste van uw hart zult ge Mijn vrede voelen. De kus die ge drukt op Mijn afbeelding (vb kruisje) zal dan geen steriele daad zijn, maar een werkelijke liefdedaad. Waar uw uitverkorene is, daar is ook uw hart! Uw harteslag, speciaal de meest vurige, weze voor Mij! De liefde is een aaneenschakeling van tederheden. De tederheid is de meest uitmuntende uitdrukking van het hart en moet het aangebrachte zegel zijn van de hostieziel. Richt uw tederheid op Mij en Ik zal ze op u richten! Geef mij uw hart, en Ik schenk u het Mijne. Dit is de werkelijke liefdesontmoeting.

Bemin uw evennaaste

Om te vliegen heeft een vogel twee vleugels nodig. Eén volstaat niet. Opdat de ziel naar de hemel zou kunnen zweven, heeft zij twee liefdes nodig: deze tot God en deze tot de evennaaste. Wie zegt Mij te beminnen, en ondertussen zijn naaste niet bemint, bedriegt zichzelf en dan is z’n godsdienst een ijdel woord. Ik beschouw hetgeen dat ge aan anderen doet als aan Mijzelf gedaan. Hostieziel, het is werkelijk de deugd van de naastenliefde die ge moet opbouwen. Tot Mijn apostelen zei Ik: “Bemint elkaar, zoals Ik u bemind heb. Daardoor zult ge herkend worden als Mijn volgelingen.” Nu zeg Ik het ook tot u: de naastenliefde moet het teken zijn waaraan men u herkent tussen de anderen. Vergeet niet dat uw liefde als hostieziel dezelfde maat moet hebben in uw naastenliefde. Ze moet dezelfde voorkomendheid hebben als de liefde tot Mij.

 

soulsheaven

De zielen die je zult hebben helpen redden, zullen het allemaal de moeite waard hebben gemaakt! Denk aan de dag waarop je oog in oog met die zielen zult staan, die anders misschien verloren zouden zijn gegaan, als jij je niet aan Jezus had aangeboden als offerziel!

 

Uit: Hostie-zielen offerzielen (Anime Ostie), Don Guiseppe Tomasselli, Catanae, 1953


Kort woordje van Don Guiseppe (1909- 1989):

tomaselli

De moraal van de wereld ligt werkelijk in het slijk! Op het eerste zicht lijkt het dat alle zielen de prooi zijn van Satan! Toch is het niet zo. Goede zielen zijn er nog, en misschien nog meer dan men zich kan indenken. En tussen hen ontbreken er geen die, alhoewel leek zijnde, toch een werkelijk vroom leven leiden. Dit in familie-kring of op apostolaatsterrein. Zij bidden en zij verdedigen de glorie van God. Zij willen de zondaars bekeren en staan klaar om de oproepen van Jezus te beantwoorden.
Tot deze categorie van zielen is deze spoedoproep (dit boekje dus) gericht, in naam van de goede Jezus. Onderhavig werkje zal hen dienen tot aanmoediging en tot gids. De gekruisigde Christus maakt deze pagina’s vruchtbaar omwille van Zijn Goddelijk bloed. En de Smartvolle Maagd, Medeverlosseres van de mensheid, zegent mijn bescheiden inspanningen. Het wordt ten zeerste aanbevolen dat de lezers, alvorens dit geschrift te lezen, een Onze Vader, een Weesgegroet en een Glorie zij de Vader bidden ter ere van de 5 H. Wonden, opdat deze lezing (over de offerzielen) vruchtbaar zou zijn.

Don Guiseppe was 63 jaar lang priester, waar hij de functies uitoefende van exorcist, kapelaan, predikant, leraar en apostel van de goede katholieke pers. Hij was tevens een gewild biechtvader en een leidsman van tal van mystieke zielen. Tijdens zijn leven werkte hij met grote ijver voor de redding en de heiliging van de zielen, en hij was daarbij ook zeer toegewijd aan de Maagd Maria.  Hij hield niet van slappe toespraken, maar stelde krachtig de leugens van de wereld aan de kaak. Hij schreef ook een honderdtal devotionele boekjes, door de H. Geest geïnspireerd, die over de hele wereld werden verspreid.

Jezus zoekt hostiezielen – offerzielen (4)

Jesus and world people carrying their crosses

Opdracht

Jezus: De offers, de gebeden, de goede werken van de offerzielen, zijn genaden voor de zondaars. Ik wil u leren kennen hoe Ik de verdiensten der ‘afsmeking’ gebruik. Er zijn vele, vele zondaars, en toch ken Ik ze één per één. Ik heb zoveel medelijden met hun staat. Nochtans kan Ik hun wil niet dwingen opdat ze het kwaad zouden verlaten. Maar wanneer Ik afsmekingsverdiensten heb, Mij gegeven door gelovige zielen, wend Ik deze aan, in Mijn Opperste Wijsheid, door genaden te geven aan diegenen die het nodig hebben. Dat wil zeggen, Ik verlicht hun geest die verduisterd is; Ik beweeg hun verharde hart. Ik maak dan speciaal gebruik van lijdensmomenten, omdat op zo’n ogenblikken de zondaar zich het gemakkelijkste in zichzelf keert. Nu bekeer Ik een stervende die hardnekkig is in de boosheid; dan een arme gekwetste; of weer een familie die in rouw is; of dan weer red Ik een zondaar uit een groot gevaar, opdat Hij de liefhebbende Hand Gods zou zien… Voortdurend werk Ik in de zielen. Men kan in de wereld geen dokter vinden die zo attentievol is voor de zieken als Ik voor de zondaars. Het is Mijn opdracht als Verlosser. Als men bidt voor een bepaalde zondaar, en als men offers brengt voor hem, dan is het mogelijk dat men niet dadelijk zijn inkeer ziet. Denk dan niet dat dit nutteloos is geweest, deze verdienste van ‘afsmeking’. Wel integendeel! Meestendeels wordt de zondaar, waarvoor men bidt, bekeerd. Zo niet dadelijk, dan toch minstens voordat hij sterft.

Maar somtijds pas Ik het gebed en de offers niet dadelijk toe op deze bepaalde ziel, omdat Ik voorzie dat in die tijdspanne Mijn genade verkwist zou worden. Daarom wacht Ik een meer gunstig moment af. In zo’n geval gebruik Ik de verdienste van ‘afsmeking’ voor anderen, omdat deze dan meer ‘ontvankelijk’ zijn om de Goddelijke genade vrucht te laten dragen. Nu ge het werk kent, dat Ik voltrek, zult gij, kleine offerziel, gewapend zijn met een heilige moed en zult ge onvermoeibaar meewerken.

Levensprogramma van de offerziel

Jezus: door het woord OSTIA (hostie) zal Ik u uitleggen wat Ik van u verwacht.

O = Orazione: Gebed
S = Sacrificio e Sete : Offer en dorst
T = Tutto a Gésu : Alles voor Jezus
I = Illuminare : Verlichten
A = Amore : Liefde

Gebed

Jezus: Het gebed is de verheffing van het hart boven de geest, tot Mij, om Mij te aanbidden, om Mij te bedanken, en om Mij te vragen hetgeen men nodig heeft. Ik ben de Allerheiligste Hostie, en in de gedaante van de Eucharistie verneder Ik Mij. Als Eucharistische Hostie bid in ononderbroken voor de mensheid, terwijl Ik tussenkom bij de Goddelijke Vader. Een hostieziel is een offerziel van gebed. Volbreng dus met nauwkeurigheid en getrouwheid uw godsdienstpraktijken. Laat er geen enkele vallen.

Schietgebeden

De schietgebeden of liefdesstralen, zijn de korte aanroepingen die ge dikwijls kunt doen gedurende de dag, en zelfs ’s nachts wanneer ge wakker wordt. De beste schietgebeden zijn natuurlijk deze die spontaan in uw hart opwellen, dit omdat ze werkelijk een uiting van liefde zijn. Al bij al zal Ik er u enkele voorstellen die Mij zeer dierbaar zijn.

  • “Jezus, ik geef U mijn hart. Vervul het met Uw liefde, en offer het op aan de Hemelse Vader.”
  • “Jezus, mijn God, mijn leven, mijn alles! Omdat Gij wilde dat mijn ziel Uw bruid werd, geef dat mijn leven steeds een beluistering van U zij, geef dat mijn leven steeds behaagt aan de ogen van Uw liefde!”
  • “Glorie aan U, Allerheiligste Drievuldigheid!”
  • “Jezus, ik hou zielsveel van U!”

Bid dikwijls

Alvorens een  werk te ondernemen, vraag dan Mijn zegen! In de moeilijkheden, roep Mij dan te hulp! Ik sta zo dicht bij u, en uw kreet om hulp bereikt dadelijk Mijn Hart, vooral van u, kleine offerziel. Maar vooral: bid vooraleer ge een apostolaatswerk zult doen. Vraag Mij dan de meest doeltreffende woorden te vinden. Ge zult zien hoe het goede woord, de Blijde Boodschap, in de harten zal neerdalen. Misschien zult ge het soms niet dadelijk zien, maar wanneer ge de vruchten niet dadelijk bemerkt, wees er dan niet om bekommerd. Het zaad dat ge zult gestrooid hebben, zal te zijner tijd groeien en bloeien.

Aanroep uw Engelbewaarder

Gij, kleine hostie, zijt Mijn schepsel, zo edel, naar Mijn gelijkenis gemaakt, en voorbestemd om eens in het gezelschap der engelen te zijn! Gedurende de pelgrimstocht van dit aards leven, heb Ik voor u, aan u persoonlijk, een Engel geschonken, opdat hij u zou behoeden en te hulp komen wanneer het nodig is. Dus vergeet deze goede vriend niet, uw Engelbewaarder. Hij is dag en nacht in uw gezelschap. Denk niet dat ge minder zijt dan hem, wanneer ge de deugd van zuiverheid onderhoudt! Luister naar zijn delicate stem, hij begeleidt u in het goede, en weerhoudt u bij gevaren. Aan Mijn buitengewone liefde-slachtoffers geef Ik dikwijls de vreugde hun Bewaarengel werkelijk te zien. Ik laat zelfs toe dat ze een gesprek hebben met hem. Aan u is dit echter niet toegestaan. In elk geval, al zult ge hem niet zien, ge zult hem van zeer nabij voelen, dit als ge voor Mij een trouwe kleine hostie zijt!

Eer uw patroonheilige

Bij de voltrekking van uw Doopsel, heeft mijn bedienaar u onder de bescherming van een bijzondere heilige geplaatst: diegene wiens naam gij draagt. Bid tot uw Patroonheilige, opdat deze u zou bijstaan in de taak die Ik u heb toevertrouwd. Tracht een levensbeschrijving over hem of haar te verkrijgen, dit opdat ge zijn of haar voorbeeld zoudt kunnen navolgen.

Bemin en aanbid mijn Heilige Wonden

Het is het Goddelijk Bloed dat de ongerechtigheden in deze wereld vernietigt. Mijn Wonden zijn bronnen van barmhartigheid en vergiffenis. Daarom is het nodig dit dikwijls te gedenken en er beroep op te doen met geloof.

Offer en dorst

Jezus: Hostie betekent slachtoffer. Onder de vorm van Hostie, offer Ik me elke dag op de altaren op. Zo weze het ook met u. Zoals de hostie gemaakt is van zovele graankorreltjes, zo moet de hostieziel gevormd worden door vele kleine offertjes. Bij de vorming van deze hostie zult ge de pure vreugde en het geluk vinden. Luister, de menselijke natuur houdt vast aan het genot. Men onderwerpt zich aan vele offers, zelfs grote, om het te bereiken en te smaken. Alvorens men het proeft, kent men een groot verlangen. Terwijl men het proeft, merkt men dat men het wil ontvluchten, daarna rest er de ontgoocheling, de walging, de bitterheid en dikwijls de wroeging.

Alvorens men het offertje omhelst, gevoelt men een zekere weerzin. Het is de zwakke menselijke natuur die in opstand komt. Maar Mij, gekruisigd aanschouwende, gevoelt de ziel zich bemoedigd. Eens dat het geloof terug opleeft, roep dan voor uw geest het hoge goddelijke ideaal: de zondaars bekeren! Besluit dan met alle wilskracht tot het brengen van het offertje. Herinner u dan dat het offertje wordt gebracht als men het ‘doet’. Ondertussen wordt de weerzin verminderd, en samen met Mijn genade verhoogt uw kracht. De ziel begint de vreugde te smaken, een vreugde, die helemaal anders is dan de lichamelijke. Dus van nu af aan, zoek de vreugde van het offer. Meer nog dan de persoonlijke vreugde, denk aan de vertroosting die ge uw Jezus geeft!

Nederigheid

Zoals de hoogmoed de wortel is van elke zonde, zo is de nederigheid de moeder van elke deugd. De nederigheid laat uw nietigheid erkennen, ze houdt u op uw plaats. Ze remt uw onzinnige wens boven de anderen te willen uitsteken! Het is de nederigheid die u doet zeggen: “Heer, Gij zijt alles en ik ben niets!” Wat waart ge voor Ik u heb geschapen? Niets! Uit uzelf hebt ge niets anders dan begane zonden! De nederigheid is werkelijkheid, is waarheid! De nederigheid verplicht u niet de gaven te verloochenen of te verbergen die Ik u gaf, zoals talent, bekwaamheid, enz. Maar de nederigheid doet u ze herkennen en verplicht u ze te gebruiken om Mij te verheerlijken. Naargelang uw nederigheid zult ge genaden ontvangen van Mij.

Hier volgen verschillende punten van de nederigheid:

Niemand misprijzen! Het wereldse wel misprijzen, de wereldse grondregels en voorschriften. Zichzelf geringschatten. Niet bezorgd zijn om de misprijzing die men krijgt, en welwillend de vernedering aanvaarden, vanwaar ze ook moge komen. De nederigheid is geen nederlaag, die u ver verwijdert van elke actie, integendeel, ze ontplooit uw activiteit naar de volmaaktheid toe, en trekt u aan tot het goede, terwijl ze ook de anderen ertoe aanzet. Ze doen u het gedane goed toeschrijven aan Mijn genade, want in werkelijkheid zijt gij, schepselen, niets. En daar ge niets zijt, kunt ge niets uit uzelf, zonder Mijn genade en hulp.

Een ziel zal nooit echt een hostieziel zijn, als ze niet een behoorlijke dosis nederigheid bezit. En nu komen we tot de praktijk ervan. Hebt ge het verlangen uzelf in het midden te plaatsen, opdat ge bewonderd zoudt worden? Verberg u dan! Geef geen genoegdoening aan eigenliefde. Wilt ge vertellen over uzelf, alleen opdat ge lof toegezwaaid zoudt krijgen? Zwijg dan! Hebt ge een lofrede verwacht om een volbrachte taak, en ze niet gekregen? Wees dan niet gekrenkt! Denk eraan dat Ik diegene ben die men moet loven en prijzen! En hoe zult ge u gedragen bij een vernedering? Als ge uw trots de vrije teugel laat, zult ge geprikkeld zijn, ge zult scherp antwoorden en uw kalmte verliezen. Daardoor zult ge Mij diep bedroeven, terwijl Satan victorie kraait boven u. Als ge daarentegen uw eigenliefde het zwijgen oplegt, vertoont ge u als een ware hostieziel. Bijgevolg: zwijg, zeg geen enkel woord ter verdediging. Zwijg absoluut. Laat aan Mij de taak over om de waarheid te doen zegevieren. Bovendien, wees dankbaar omdat ge vernederd werd, en bid voor diegenen die het mogelijk maakten om zo’n grote verdienste te verwerven. En om de kracht te hebben te zwijgen bij een vernedering, denk dan aan Mijn gedrag voor de rechters. Ik Koning van het heelal, werd beledigd, bespot, bedekt met spuwsel, Ik werd ‘duivelsbezetene’ genoemd en ‘godslasteraar’… en Ik deed toen Mijn mond niet open! Ge zult een hostieziel zijn wanneer ge mijn houding navolgt.

Zuiverheid

purityheart

De nederigheid is de zuiverheid van de geest; de kuisheid is de nederigheid en de zuiverheid van het lichaam. Gij hostieziel, behoort Me toe met geheel uw wezen. Ge kunt me dus niet behagen als ge de lelie van uw kuisheid niet behoedt, zoals ze in uw eigen levensstaat moet bloeien! De wereld is bedolven onder modder; de schandalen zijn enorm! Ik ben het Onbevlekte Lam en Ik weid tussen lelies. Mijn hostiezielen zijn de meest welriekende lelies. Welriekender dan deze aardse bloem! Een kuise ziel is een ziel van kristal. En zoals kristal is ze ook doorschijnende en weergalmend, om de weerspiegeling te ontvangen, van de schitterende stralen van Mijn liefde. De Eucharistische Hostie is sneeuwwit, zo moet ook een hostieziel zijn. Maak uw hart zuiver en vrij, bewaak uw zinnen.

Wees er niet bezorgd om wanneer in u een strijd gevoerd wordt tussen het vlees en de wetten van de geest. Het goud wordt gezuiverd in het vuur, en de deugd in de proef. De zielen die Mij het meest dierbaar zijn, hebben steeds zo’n harde weg moeten bewandelen. Mijn genade heeft hen ondersteund en hen naar de overwinning gebracht. Het mishaagt me niet als ge onderworpen wordt aan bekoringen. Het is nochtans noodzakelijk ze niet op te zoeken en alles te doen om er niet in te vallen! Elke overwinning is een bewijs van trouw. Hoe groter de strijd, des te groter de vergoeding. Als uw geest overvallen wordt door gedachten die u niet aangaan, houd er u dan niet mee bezig! Als uw gedachten overhoop worden gehaald, zoek dan verstrooiing, en wees waakzaam opdat ge Me niet zou beledigen! Ge zoudt Me inderdaad beledigen, en niet weinig, als ge bij een slechte gedachte, die ge opmerkt, er toch in volhardt, en terwijl ge weet dat het kwaad is, er toch mee verder doorgaat!

Behoed uw zinnen en beteugel ze, zoals honden aan de ketting. Herinner u dat de zonde bestaat uit de ‘wil tot zondigen’ en dat wanneer ge niet vastberaden toestemt in het kwade, ge niet verantwoordelijk zijt. 

In hevige bekoringen kan het volgende nuttig zijn voor u:

  • Blijf sereen in uw ziel. Hoe meer ge er bezorgd om zijt, des te breder de weg wordt die de bekoring zich toe eigent.
  • Zoek verstrooiing en ontspanning. Ge kunt gezelschap zoeken, ofwel u gaan bezig houden met iets anders.
  • Bid.

Het is werkelijk de duivel van de onkuisheid die uw deugd belaagt en komt bekoren met herhaalde aanvallen! Maar bij zo’n proef ben Ik aanwezig! Ik sta steeds klaar om u te hulp te komen, en dit nadat ge nauwelijks me met uw hart erom verzocht hebt! Ik stel u een korte aanroeping voor, die vreselijk gehaat wordt door Satan. Herhaal ze langzaam, en met geloof. Ge zult zien welk goed ge erdoor verkrijgt. Terwijl ge dit bidt, zal uw kracht versterkt worden, en deze van de duivel vernietigd:

Laat Uw Bloed, o Jezus, over mij komen, om mij te versterken, en stort het over de onzuivere duivel om hem te verslaan!

En wanneer ge dan volhardt, na zo’n krachtige aanroeping, zal de kleur van uw blanke lelie geen schade berokkend worden! Ge moet ook een bijzondere zorg dragen bij de behoeding van uw hart. Als dit niet goed behoed wordt, kan het u naar de diepste afgrond sleuren! Niemand slafelijk beminnen, niet geoorloofde genegenheden afbreken! Ik ben jaloers op het menselijke hart, en in het bijzonder jaloers op het hart der hostiezielen. Beroof uzelf van een bepaalde blik… van een bepaalde herinnering… en van die bepaalde gesprekken die de kalmte van uw geest zouden kunnen verstoren. Val niet in de hinderlaag van de duivel. Hij zou u vast kunnen binden met de uitvlucht van sympathie, erkentelijkheid of andere motieven. Ge kunt geen hostieziel zijn met een ongeoorloofde verhouding!

De ledigheid van uw hart, zal Ik vullen. Wanneer Ik een hart aantref dat reeds bezet is door een ongeoorloofde liefde, ben Ik verplicht Me terug te trekken ofwel ontbering te lijden. De hostieziel moet eerherstel brengen voor de onvolmaaktheden van anderen. Daarom zoekt ze de volmaaktheid van de kuisheid, die ze zich tot doel stelde bij haar toewijding. Als ge de toewijding van kuisheid doet, in uw eigen levensstaat, zullen de verbintenissen tussen Mij en uw ziel sterker worden.

Uit: Hostie-zielen offerzielen (Anime Ostie), Don Guiseppe Tomasselli, Catanae, 1953

Jezus zoekt hostiezielen – offerzielen (3)

crownthorns2

Noot: Nu wordt uitleg gegeven over de liefdesproef, volgende keer komt het levensprogramma.

De liefdesproef

Jezus: Het is goed dat ge de gedragslijn kent welke Ik voorstel aan de offerzielen. Houd echter steeds voor ogen dat Ik de beste ben van alle Vaders. Eerst zorg Ik ervoor dat Ik hun een grote vreugde en een geestelijke kalmte geef. Daarmee leg Ik hun zwak hart vast. Vervolgens onderwerp Ik hen aan de liefdesproef: dat wil zeggen, Ik ontneem hun elke vreugde, daardoor komt er geestelijke ‘dorheid’. De offerziel begint de verveling en de verbittering aan te voelen, alhoewel ze daar de oorzaak niet kan van vinden. Daar die ziel echter denkt dat ze tot die gang van zaken aanleiding heeft gegeven, wordt ze nog meer gekweld. Op dat ogenblik denkt ze ver van Mij te zijn, ze denkt dat ze door Mij verlaten werd. Wel, integendeel, het is juist in deze momenten dat Ik deze ziel het meest nabij ben! Tijdens zulk een proefperiode mag de ziel gerust zijn, kalm. Als ze geen zin heeft om te bidden, wanneer het zelfs vervelend is, dan moet ze het toch doen. Als die ziel een afkeer voelt om een goed werk te verrichten, dat ze het dan toch maar doet. Hoe groter de weerzin om een goed werk te doen, en het toch te verrichten, des te meer is de liefdesproef Mij aangenaam. In deze periode, die werkelijk een geestelijke agonie is, weet dan dat Ik vele andere zielen red!

Het licht dat ik aan de offerziel ontneem, geef Ik aan de zondaars; de koudheid van het hart van de offerziel, dien omt de verharde harten te verwarmen. Eén enkele liefdesakte door een offerziel gebracht in zo’n periode, herstelt vele, vele ondankbaarheden van andere zielen. Het gezegde: “Jezus, Uw wil geschiede!”, in deze smartelijke proef, is meer waard dan een lange Rozenkrans die vurig gebeden werd.

Ik heb u gezegd dat een plant zon nodig heeft. Wel, nadat de offerziel beproefd is geworden, kent ze een geestelijk herontwaken. Groots! Hoe harder de proef is geweest, hoe hoger de opeenhoping van genaden. De kalmte en de vreugde lacht Mijn uitverkorenen toe. Zelfs een toenemen aan voorrechten en verlichting. Ik laat Me dan van héél dichtbij voelen. En op zekere wijze ontsla Ik hen dan van de verplichting Mij te helpen zondaars te redden. De landbouwer heeft er interesse bij dat de plant echt vruchtbaar zou zijn, daarom snoeit hij die plant. Ook Ik verlang er vurig naar dat de offerziel genoeg vruchten afwerpt, daarom laat Ik haar niet te lang in deze zoete geestelijke toestand. Na zo’n rustperiode, herbegint de proef. Het zou kunnen zijn door een miskenning; door een lastig persoon waarmee men verplicht is te leven; een fysieke kwaal; ofwel een periode van erge bekoringen. Wanneer een offerziel Mijn gedrag kent, zal ze niet ontmoedigd worden. Ze zal Mij laten werken. Want Ik keer alles ten beste. De bekoringen die overwonnen worden in zo’n periode, geven aan de zondaars de kracht om het slechte te verlaten. De ondergane vernederingen herstellen de beschimpingen die Mij worden gebracht door de bozen. De lichamelijke ongemakken dienen om de onbeschaamdheid en de onzuiverheid te herstellen… Alles wordt gebruikt!

Dus wanneer ge in de ‘kalmte’ zijt, bereid u dan voor op de proef. Als ge te lijden hebt, wacht tot de ‘verlichting’ komt. Wordt nooit moe op deze weg! Satan haat mijn offerzielen, omdat ze hem de prooi ontstelen: de zondaars. Hij doet z’n best om hen te ontmoedigen, om hen alzo deze ingeslagen weg te doen verlaten. Ge zult nu opwerpen:” Hoe kan ik door zoveel proeven geraken? Het leven is zo lang!… ” Ge zult als volgt aan de duivelse valstrikken weerstaan: Vandaag lijd ik… morgen misschien niet meer! Ik wil niet aan de toekomst denken, elke dag heeft genoeg aan z’n eigen zorgen… Dezen die volharden op deze weg van liefde, zijn Mijn welbehagen.

Mijn tranen drogen en Mijn wonden helen! Dat is uw opdracht! Weet ge hoezeer Ik beledig word door de zielen? En er zijn er onder hen die Mij het meest zouden moeten beminnen! Maar ik wil allen gered zien… Gij zult Mij helpen! De oogst is groot, maar er zijn zo weinig arbeiders! Het aantal te bekeren zondaars, en voor dewelke men eerherstel moet brengen, is groot,… maar zo klein is het aantal der grootmoedige zondaars! Hoe meer offerzielen er zullen zijn, hoe grootser Mijn triomf van genaden in de wereld! Ik verzoek elke offerziel er minstens drie andere te vinden. Drie andere personen die bereid zijn zichzelf op te offeren voor de zondaars. Harten die bereid zijn tot deze daad van grootmoedigheid, heb Ik in de wereld gezaaid.

Uit: Hostie-zielen offerzielen (Anime Ostie), Don Guiseppe Tomasselli, Catanae, 1953

Jezus zoekt hostie-zielen – offerzielen (2)

Jesus and world people carrying their crosses

Noot: nu vertelt Jezus meer specifiek over wat het inhoudt om een hostie-ziel te zijn. Volgende keer vertelt Jezus over de liefdesproef, de geestelijke dorheid, en hoe daarna de Jezus zich weer van dichtbij laat voelen…en dan beginnen we ook aan het levensprogramma dat Jezus uitlegt aan de hand van het Italiaans voor hostie, OSTIA (Orazione: gebed; Sacrificio: offer en dorst; Tutto à Gésu: alles voor Jezus; Illuminare: verlichten; Amore: liefde).

Jezus zoekt Hostie-zielen

Jezus: Weet, o dierbare ziel, dat elk begin moeilijk is. Wees niet ontmoedigd wanneer ge op een bepaald moment uw zwakheid zult aanvoelen. Dat getuigde Ik zelfs in de Hof van Getsemane, en Ik riep uit: de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak! Roep Mij dadelijk ter hulp, en Ik zal u ondersteunen, zoals Ik de martelaren ondersteunde, en zoals Ik elke dag de grote offerzielen, de mystieken, bijsta.

Een slachtoffer zijn, wat een grote taak! Ik was het Slachtoffer bij uitstek, en Ik zoek zulke zielen, die klaar staan om zich op te offeren voor de zondaars. Hoe moeilijk is het om zulke grootmoedige zielen te vinden!… Men vreest om een roos te plukken, uit angst om zich te kwetsen aan de doornen! Maar wanneer men de staat van slachtoffers zoekt – en Ik heb zovele offers nodig – dan stel Ik me waarneembaar voor aan zekere zielen, en nodig hen uit de staat van slachtoffer te aanvaarden, tot heil der zondaars. Diegenen aan wie Ik dit verzoek richt, antwoorden dadelijk met onderwerping en grootmoedigheid. Zo deden Gemma Galgani, Chambon, Katharina Emmerick, Consolata Ferrero en Josepha Menendez,… Zo ook doen het nog vandaag andere bevoorrechte zielen, in de stilte en verborgenheid, wat Me zoveel glorie brengt.

Aan elk buitengewoon liefdeslachtoffer duid ik een categorie zondaars aan, teneinde hen te redden door het lijden en gebed. Hoe groot is het geschenk van hun lijden! In hun lichaam prent Ik Mijn vijf Wonden; het maakt hen dikwijls deelgenoot in de doodsangst van Getsemane. Ik doe hen de pijnen ervaren van de geseling en de doornenkroning. Ik laat hen de aanvallen van Satan aanvoelen. Ik voer hen op mysterieuze wijze naar het Vagevuur, zelfs naar de Hel, om nog meer te lijden… Met Mijn genade volharden ze in deze staat gedurende lange jaren en zijzelf vragen Me om groter lijden. In hun hart zijn ze gelukkig, en de glimlach ligt steeds op hun lippen! Hoeveel zondaars redden zij alzo! Ik ben deze zielen erkentelijk, en Ik vergoed hen voor de hulp die ze Mij geven! Hoeveel keer houd Ik hen gezelschap, samen met Mijn Maagdelijke Moeder, en hoezeer voldoe Ik dadelijk aan hun verlangens!

Van u, mijn arm en dierbaar kind, eis Ik niet zoveel. Ge moogt niet veronderstellen dat Ik u uitverkies tot buitengewoon liefdeslachtoffer! De oproep die Ik tot u en tot andere zielen richt, is een oproep tot de staat van ‘gewoon slachtoffer’. Terwijl ge in uw gewoon doen-en-laten blijft op uw gewone levensweg, kunt ge Me nochtans veel glorie geven, en veel zondaars redden!

Ziehier nu wat Ik van u verlang: kleine zaken, maar voortdurend vergezeld van een zuivere liefde. Leg u in Mijn handen, opdat Ik met u doe wat Ik wil, volgens Mijn eigen goedkeuring. Al hetgeen ge Mij zult geven, zal ten goede komen aan de zielen. Vrees niet: Wie aan zijn evennaaste iets geeft, verliest er niets bij, integendeel, ge zult er meer bij winnen, omdat al uw daden het parfum zullen hebben van naastenliefde.

Gij o ziel, zijt klein, en ge kunt geen grote dingen doen. Herinner u nochtans dat een berg gemaakt is van kleine steentjes, en dat de zee is gemaakt met druppels water; zo is het ook met het geestelijk leven. Wees trouw in de kleine zaken, met de intentie Mij te behagen. Ik zal alles verzamelen als druppels voor een kostbare balsem. Een niet gesproken woord, een niet geworpen blik, een gedode affectie, een aangename gedachte verbroken,… deze kleine akten, verenigd met Mijn oneindige verdiensten, verwerven een grote waarde. Als ge moest weten hoe ze Mij behagen, deze kleine offeringen gedaan in stilte! De volmaaktheid is samengesteld uit de vermenigvuldiging van deze kleine akten. Ik, van Mijn kant, zal u een vermenigvuldiging geven van genaden, als gij Mij in overeenstemming, een vermenigvuldiging van akten geeft. Om te volharden in het goede, moet ge denken aan het goede dat ge doet. Wanneer ge een klein werk doet, tot eer van Mij, en terwille van Mijn liefde, verwerft ge drie diensten: De eerste verdienste is deze van de verheerlijking; een verhoging van de eeuwige glorie, van de goddelijke schittering. Het is een nieuwe parel aan de kroon die ge zult krijgen in de hemel. De verdienste van verheerlijking is strikt persoonlijk en men kan ze niet afstaan aan iemand anders. Maar met hetzelfde kleine goede werk kunt ge ook de verdienste van voldoening verwerven, een gedeeltelijke aftrek der straffen verdiend door uw trouweloosheid. Bijgevolg vermindert ge uw vagevuur. De verdienste van voldoening kunt ge afstaan aan anderen, en alzo volbrengt men een voortreffelijke akte van geestelijke barmhartigheid, die Ik zozeer op prijs stel.

Een derde verworven verdienste met een klein goed werk, is deze van de afsmeking. Door deze verdienste verkrijgt ge van Mij elke genade. Het is mystiek wisselgeld, dat men voor zichzelf kan gebruiken of voor de evennaaste. Hoe meer het goed werk uit ware liefde werd volbracht, hoe meer het u gekost heeft, des te meer waarde heeft het voor Mij. Ik vraag u heden alle afsmekingsverdiensten, opdat Ik me ervan zou kunnen bedienen voor de zondaars.

Ziel: Mijn Jezus, dit zijn werkelijk de schatten van het leven! Ik heb spijt over al mijn verloren tijd, omdat ik niet heb geweten hoe ik de gelegenheid die Gij me hebt geboden, kon benutten. Ik geef u alles, o mijn God. Overigens vraag ik zo weinig voor mezelf.

Jezus: Ik ben de vlekkeloze Hostie, het reine Offer, en Ik zoek hosties. Ik zal u onderrichten wat een hostie-ziel, een offerziel, moet zijn. Ze moet zijn: een zielen-apostel.  Het woord apostel, slaat terug op de twaalf apostelen, op deze ruwe vissers, van de welke Ik Mij bediende om Mijn Rijk te openbaren. De opdracht die Ik hun toevertrouwde was deze: ‘Gaat en onderwijst alle volkeren en doopt ze in de naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest!’ Deze woorden, gegeven aan de apostelen, waren gericht tot elke christen. Iedere christen, door het simpele feit dat hij het H. Doopsel ontving, heeft tot plicht dit apostolaat te volbrengen. Als dit apostolaat een plicht is voor de christen, moet het een verplichting worden voor de hostie-ziel. Deze moet zich tot doel stellen an het eigen leven alles te geven van zichzelf, in voortdurende opoffering van zichzelf. Dit apostolaat kan volbracht worden op drie manieren:

  1. Met het woord
  2. Met het gebed en de voortdurende opoffering van zichzelf.
  3. Met de daad

Als het apostolaat van het woord uw actie-terrein is, is het nodig dat het vergezeld gaat met de praktijk van het inwendige leven, dit opdat het vruchtbaar zou zijn. Het innerlijke leven is in principe een vitaal punt voor elke vorm van apostolaat. Zoniet zou het herleid worden tot een puur uitwendig werk, dor en onvruchtbaar. Het apostolaat van het gebed is veel gemakkelijker, en is zelfs mogelijk voor diegenen die door bijzondere omstandigheden in de onmogelijkheid verkeren zelf te werken voor het heil der zielen.  Het apostolaat van de hostie-ziel is het meest zachte! Ik bekijk deze ziel met voorliefde, omdat Ik weet dat zij helemaal van Mij is, en dat die ziel alles doet om medemensen, broeders, te redden die in het slijk gevallen zijn! O, als ge eens wist met welke bijzondere liefde Ik de hostie-zielen behoed. Deze hostie-zielen, die al te dikwijls slachtoffer zijn van de onrechtvaardige mensheid. Uit al hetgeen Ik heb gezegd moet ge de staat van “hostie” kunnen begrijpen en liefhebben.

Het zich aanbieden als hostie-ziel

Met vurig verlangen heb Ik het moment afgewacht van uw grootmoedige opoffering aan Mijn versmade liefde. Wees nu sereen, maar vurig voorbereid tot deze verdienstelijke daad.  Kies een plechtige datum uit; deze moet voorbereid zijn door een noveen, vóór de aanbieding als “hostie-ziel”. In deze negen dagen zult ge uw hart zuiveren door een private biecht. Ge zult me al uw goede werken aanbieden tot eerherstel van de begane zonden; in dank om de ontvangen genaden, en om nieuwe genaden af te smeken. Als ge dus goed voorbereid zult zijn, doen dan volgende opdracht, nadat ge Me in uw hart ontvangen zult hebben tijdens de Communie:

“O, Almachtige en Eeuwige God, die me geschapen heeft om U lief te hebben, met al mijn krachten, gewaardig U mijn nederige opoffering te aanvaarden. In de tegenwoordigheid van de Maagd Maria, van mijn bewaarengel, van het hele hemelse Hof, offer ik mij aan U op als hostie van liefde en tot eerherstel voor de zondaars. Ik weet dat ik zwak ben, maar ik weet evenzeer dat Gij mijn kracht zijt. Zie me hier dus klaar om met nederige onderwerping de kruisen te aanvaarden. De kruisen die Gij mij in Uw goedheid zult zenden. Ik ben bereid daarmee te hulp te komen voor de redding van zoveel arme zondaars. De Allerheiligste Maagd Maria, en mijn bewaarengel zullen U voortdurende alles aanbieden wat ik doe of zeg, in het bijzonder elk leed. Moge deze akte hernieuwd worden bij elke klop van mijn hart. Amen.”

Het is goed elk jaar plechtig deze opoffering van slachtoffer te hernieuwen, voorafgegaan door een persoonlijk triduüm (driedaagse voorbereiding). Nadat ge deze opdracht gedaan zult hebben, zult ge met een sterkere intensiteit van geest gaan werken. Wanneer zo’n nieuw tijdperk in uw leven ingeluid wordt, is het noodzakelijk dat ge elke dag een pas vooruit gaat. Tracht in het begin niet te klagen over de kleine smarten of over de dagelijkse sleur. Vraag Me vervolgens, op een bepaalde dag in de week, bijvoorbeeld de vrijdag, een speciaal ‘lijden’. Verder schrijdend op uw weg van offerziel, kunt ge Me elke morgen een geschenk vragen voor die dag. En… de geschenken van een Gekruisigde God zijn… kruisen.

Gods-definition-of-Love_3

Nadat ge geoefend zult zijn in deze oefening, zult ge verder kunnen gaan, dat wil zeggen, niet alleen Mijn geschenken aanvaarden, maar bij elk kruis, bij elke doorn zeggen: ‘Dank u, Jezus!’ Hoe weinig zielen zijn er dankbaar omwille van een verkregen kruis! En nochtans verlang Ik zo innig naar zulke dankbaarheid! De plant ontwikkelt zich en groeit geleidelijk aan. Zij heeft water nodig, zon en zelfs wind, opdat de wortels dieper en vaster zouden komen. Zo ook gij, ge zult u omvormen tot het leven van hostie, langzamerhand.

Ziel: O Jezus, ik wil me plechtig voorbereiden tot de akte die Gij me voorstelt. Ik wil uw lieveling worden, uw speelgoed. Ik leg me in Uw handen, zoals een kind doet in de armen van z’n moeder. Dat mijn leven een voortdurende geur van mystieke wierook moge worden!

Uit: Hostie-zielen offerzielen (Anime Ostie), Don Guiseppe Tomasselli, Catanae, 1953

Jezus zoekt hostiezielen – offerzielen (1)

Jesus and world people carrying their crosses

Noot: Eerst zullen we de inleidende tekst weergeven, waarin Jezus zijn verlangen uit om offerzielen te vinden. De volgende keer zullen we dan verder gaan en dan vertelt Jezus hoe men zich plechtig aan Hem kan aanbieden als hostie-ziel en wat de liefdesproef en het levensprogramma inhoudt. Wij hopen op vele antwoorden aan Jezus’ oproep.

Jezus heeft dorst

Jezus: Vrome ziel, Ik ben Jezus, de grote Liefde-dorstige! Ik wend me tot u, zoals Ik eens deed tot de Samaritaanse vrouw. Herinner u deze publieke zondares! Daar Ik tot haar hart wou doordringen, vroeg Ik haar om drinken. De vrouw kende Me niet en reageerde bruusk, met een afwijzing. Toen riep Ik uit: O zo gij de genade Gods kende, en wist Wie het is die u te drinken vraagt!… Gij uitverkoren ziel, zoudt ge met een afwijzing antwoorden aan uw Jezus? Ik zal spreken tot uw hart. Luister met zachtmoedige nederigheid naar deze liefdelessen. Als ge uw oor zoudt sluiten voor Mijn Stem, zoudt ge u van zoveel verdere genaden beroven.

Als ik me tot u wend, dan is dit omdat Ik u bemin met een bijzondere liefde. Ik heb u op de wereld geplaatst in een land waar het licht van het Evangelie schittert. Ik heb u toevertrouwd aan een diep-christelijke familie. Ik droeg ijverzuchtig zorg voor u vanaf uw eerste jaren. Uit hoeveel gevaren heb ik u bevrijd! Hoeveel keer schonk Ik Mij in de H. Eucharistie aan u! Wat een overvloed van inspraken stortte Ik in uw ziel; dit aan de voeten van Mijn Tabernakel en gedurende de H. Communie. En terwijl vele andere personen aangetrokken werden door de bedriegelijke aardse genoegens, en snel achteruit gingen, heb Ik u daarentegen het Heilig Licht gegeven. Dit om echte waarden en de werkelijke aantrekkelijkheden ten opzichte van Mij te zoeken.

Als ge u niet bevindt in de beklagenswaardige toestand van andere zielen, dan is dit dankzij Mij: Ik heb u veel gegeven! Maar vergeet niet, aan wie veel werd gegeven, zal er ook veel gevraagd worden. Wat zou God u kunnen vragen?… Wat zou Hem ontbreken?… Niets!.. En nochtans… Ik ben God, maar ook Mens! Ik ben de Verlosser der zielen en Ik zoek zielen! Ik heb er zo’n dorst naar!… Ik zou elkeen de vruchten van Mijn bloed willen mededelen, om ze in de eeuwige gelukzaligheid te hebben. Zou een vader niet bezorgd zijn om zijn kinderen? En zou Ik geen interesse hebben voor Mijn schepselen? Aanhoor daarom Mijn smeekbede, die herleid werd in de woorden: “Ik heb dorst!”, uitgesproken op Calvarië. Terwijl Ik aan het kruis genageld hing, bereikte Mijn Lijden het toppunt. Niemand vertroostte de stervende Christus!.. Mijn uitgebloed Lichaam, ten prooi aan een gloeiende koorts, vroeg in dit uiterste uur een beetje water: Ik heb dorst!…, en het werd Mij geweigerd! De vrome vrouwen, die een beetje van het kruis verwijderd stonden, hoorden Mijn kreet, en wilden Mijn dorst lessen. Ze konden het niet doen, omdat het hen verboden was de Veroordeelde te benaderen. De slok water, die Ik in de hevigste pijn vroeg, was een natuurlijke vraag. Maar dit: “Ik heb dorst!”, drukte nog heel wat anders uit! Het was de dorst naar de zielen die Mij verscheurde. Daarom was Ik mens geworden en stierf Ik! wat had Ik in zo’n subliem moment kunnen wensen? De zielen te redden! De één na de andere, geen enkele uitgesloten. Terwijl vele Me ontvluchten! Zij geven er de voorkeur aan zich over te leveren aan Satan. Deze trekt hen aan met valse genoegens, ze denken niet na, en lopen hun eeuwige verdoemenis tegemoet! Snelt gij hen tegemoet om hen te redden!

In het plan van de Eeuwige Vader is vastgelegd dat de schepselen gered worden door de hulp van diezelfde schepselen. Bijgevolg heb ik medeverlossende zielen nodig, die Mij overvloedige verdiensten geven, opdat Mijn Bloed over de zondaars zou komen en hen bekeren. Al wat men doet voor een afgedwaalde, is een verkwikking voor Mij! Wat een eer en wat een verdienste te kunnen zeggen: “Tijdens mijn korte levensloop heb ik zo dikwijls de dorst van Mijn God gelest!” O hoe goed verstond de kleine H. Theresia mijn smekende kreet! En hoe groot heb Ik haar verheven in de hemel en op aarde….

Ziel: Jezus, mijn leven, mijn alles, ziehier uw dienaar! Doe met mij zoals het U best bevalt! Daar Gij me dit met zo’n grote liefde vraagt, is het mijn plicht uw wensen zo goed mogelijk na te komen. Weet nochtans dat ik zwak ben. Geef mij de kracht! Ik wil voor U mijn leven besteden. Ik wil geen hindernis plaatsen voor Uw werk in Mij. Ik leg me in Uw handen!

Jezus:
Ja geen hindernis opstellen… In hoeveel harten zou Ik zulke wonderbare veranderingen kunnen volbrengen! Maar door de hindernissen die men opwerpt voor Mijn werk, blijft het dikwijls alleen bij het initiatief tot volmaking. Zachtmoedigheid en moed dus! Als ik het u vraag, wil dit zeggen dat ge het Mij kunt geven! Ik vraag nooit aan iemand meer dan hij Me geven kan. Ik zou willen dat ge Me zoveel zoudt vragen als Ik u vraag, want zonder Mij kunt ge niets doen. Aanhoor Mij nu aandachtig.

Eerst bestond gij niet. Daar Ik u schiep, zult ge niet ophouden te bestaan. Ge maakt uw proeftijd door op de wereld; ge zult daar blijven zolang Ik het wil. Ik zou kortelings kunnen komen, of Mijn komst nog lang uitstellen. Wees waakzaam! Zalig is de dienaar die, wanneer de Heer komt, wakende is! Het aardse verblijf, dat zo kort is, kan verlopen in een ongeremde zoektocht naar plezier. Het kan iemand een beetje vermaken, maar slechts een wijle. Want zulk een persoon zal bitterheid in het hart hebben; hij zal nooit het ware geluk vinden. Want Ik ben het ware geluk! Levend in de slavernij van passies, zal hij, na veelvuldige desillusies, naar het eeuwige vuur gaan. Mijn Opperste gerechtigheid oordeelt immers elkeen volgens zijn eigen werken en gedrag. Daar ge echter een vrije wil hebt, kunt ge kiezen. Ik kan uw vrije wil niet dwingen. En gij kunt een leven van versterving kiezen. Dat wil zeggen: met grootmoedigheid de levenskruisen aanvaarden en u verbeteren voor uzelf en voor de anderen. Zo’n leven zou hard kunnen schijnen… versterving… ontzegging… Maar in werkelijkheid is het niet zo!

Wie lijdt zonder ideaal wordt verpletterd door de pijn. Wie lijdt voor het hoogste, edele ideaal, dat wil zeggen, om Mij te behagen en Mij zielen te geven, is verheugd en vindt zelfs op deze aarde het geluk, ook al voelt hij het gewicht van het kruis! Wie met Mij het kruis draagt, kan met spoed de Calvarie-weg bewandelen.

De grootmoedige zielen, die Mijn werken gewillig aanvaarden, ondergaan een radicale transformatie, zonder het te bemerken. Ik doe hen het lijden liefhebben. Ik drijf hen ertoe het te zoeken en het te vragen. Die zielen komen dan op het punt het als een ontbering aan te voelen, wanneer ze Mij geen smart meer te bieden hebben. De bloem van de Karmel, Mijn kleine Theresia, kon het u bevestigen: “Ik verheug me, wanneer ik lijd. Als ik geen pijn heb, lijd ik het meest. Mijn passie is de smart. Als in het Paradijs mijn hart niet verandert, zal ik me niet kunnen verheugen, want daar zal ik niet kunnen lijden!” Deze sublieme bevestiging kan niet begrepen worden, tenzij door de grootmoedige zielen. Aan deze zou Ik ter kennis willen brengen, dat Ik hen begunstigd heb met de kostbaarheid van het lijden. uit die kennis moet een grotere achting van het kruis voortvloeien. Als Ik, God, de Eeuwige Wijsheid, een meer geschikte weg had gevonden om de mensheid te redden, dan zou Ik die verkozen hebben. Maar de enige weg is deze van het lijden. Aan deze gaf Ik de voorkeur, en Ik maakte Me tot de Man van Smarten. Mijn aardse bestaan was een voortdurend kruis.

Aan Mijn volgelingen bakende Ik de weg naar het Paradijs af, zeggende: “Wie Mij lief heeft, neme zijn kruis op en volge Mij!” Hoe meer Ik een ziel bemin, des te meer kruisen geef ik ze. Welke persoon zou er dierbaarder aan Mijn Hart geweest zijn dan Mijn Maagdelijke Moeder? Nochtans werd zij de Vrouw van Smarten, de Smartvolle! Het zwaard van droefheid doorboorde Haar Hart! De wereld ontvlucht het lijden; maar Mijn barmhartige Liefde dient ze toe aan iedereen, in verschillende dosissen. Zalig diegene die er gebruik van weet te maken. De zielen die Mij het meest dierbaar zijn zullen dit niet vergeten: Waar het kruis is, daar is ook Jezus!… Waar Jezus is, daar staat ook het kruis!… De grootste genade die Ik kan geven aan een ziel is: haar bij Mij te houden op Calvarië… en haar de kracht te geven.

Ziel: Deze taal O Jezus, lijkt me hard! Maar aangezien het Uw wil is, en daar ik rijkelijk drink aan de beker van Uw liefde, zal ik de instincten van mijn verwende natuur het zwijgen opleggen. Ik plaats me onder Uw liefderijke hamer. Maak van Mij een afbeelding die U waardig is. Welke kunstenaar zou er delicater kunnen zijn, dan Gij Jezus? Tot op heden heb ik de waarde van het lijden weinig gewaardeerd, en heb ik mijn kruis met een slechte wil gedragen, het slepende. Omdat Gij me een verheven doel aanwijst om te bereiken, verlang ik nu dat het lijden me vergezelt en me heiligt.

Uit: Hostie-zielen offerzielen (Anime Ostie), Don Guiseppe Tomasselli, Catanae, 1953