Extasen van heiligen tijdens de H. Mis – en miraculeuze Communies

Extasen tijdens de Heilige Mis

De H. Franciscus Xaverius (+1552) ervoer een lange extase toen hij op missie was in India. Hij was van plan om met de vicekoning enkele zaken te regelen. Toen zijn assistent, Andreas, naar hem toe gezonden werd om hem daaraan te herinneren, vond hij hem zittend op een lage stoel vóór het tabernakel met zijn gezicht opgeheven en zijn handen boven zijn borst gekruist. Aarzelend om hem te storen, fluisterde Andreas tenslotte hem zijn boodschap in, maar de H. Franciscus reageerde niet. Twee uur later werd hij in dezelfde positie teruggevonden, maar deze keer sloeg Andreas erin hem te doen rechtstaan. Toen de H. Franciscus te weten kwam hoe lang hij in extase was geweest, bereidde hij zich direct voor op zijn afspraak. Maar toen hij onderweg was, ging hij opnieuw in extase. Hij stond bewegingsloos in de straat tot zonsondergang, toen hij terugkeerde van zijn extase en weer naar huis ging. “Mijn zoon,” zei hij tegen Andreas, “we moeten de vicekoning een andere dag bezoeken. Deze dag heeft God voor zich alleen gewild.”

***

De H. Ignatius van Loyola (+ 1556), de stichter van de Jezuïetenorde, had naar verluidt op z’n minst een uur nodig om zich voor te bereiden op de Heilige Mis. Terwijl hij aan het altaar stond, ging hij vaak in extase, die vaak lange tijdsperioden in beslag namen, en periodiek vond hij het onmogelijk om zijn dagelijkse Mis te doen door zijn liefdevolle aanbidding en diepe contemplatie van het H. Sacrament.

***

De H. Franciscus Borgia (+1572), die de orde van de Jezuïeten binnentrad na de dood van zijn vrouw, ervoer zo’n extatische vereniging van zijn ziel met de Verlosser dat hij vaak de Mis begon in de morgen en het beëindigde bij de Vespers (het avonduur van het goddelijk officie). Vanwege de lengte van zijn Missen, offerde hij zelden de Mis voor het publiek.

***

De H. Theresa van Avila (+1582) ging vaak in extase nadat ze de H. Communie ontving, en vaak op de plaats van het ontvangen. Het werd dus de gewoonte dat de zusters haar terug begeleidden  naar haar plaats in de kapel. Eens in Toledo, aan het einde van de Mis, werd ze door de portierster leunend tegen een muur gevonden, bewegingloos en in extase. Hoewel de portierster haar ruw wilde rechttrekken, bleef de H. Theresa in extase “zoals een standbeeld” tot Gods aangeduide tijd. In haar autobiografie vertelt ze in hoofdstuk 39: “Ik assisteerde tijdens de Mis en ik ging te communie. Ik weet niet hoe ik het deed. Ik dacht dat ik daar slechts een korte tijd was en ik was verbaasd toen de klok luidde en ik zag dat ik in die staat van extase was geweest voor twee uur.”

***

Terwijl de H. Filippus Neri (+1595) zijn eerste H. Mis deed, was hij zo overweldigd door vertroosting en vreugde dat hij amper in staat was om de wijn en het water in de kelk te gieten vanwege het overmatig trillen van zijn handen, dat voortduurde tot het einde van het H. Misoffer. Zijn extasen, vooral tijdens de opheffing en de Communie, waren zo intens dat hij het vaak nodig achtte om tegen het altaar te leunen om te vermijden dat hij zou vallen. Zijn extasen waren zo frequent dat de Mis twee uur of meer duurde. Omwille van deze reden moest hij de Mis celebreren in een private kapel.

***

Terwijl de H. Margareta-Maria Alacoque (+1690) herstelde van een zware ziekte in haar vroege kloosterleven, vroeg ze toelating van de overste om in aanbidding voor het tabernakel te blijven gedurende de hele nacht van Witte Donderdag – de nacht die de instelling van het H. Sacrament gedenkt. De overste gaf toelating. Margareta bleef voor het tabernakel van half negen ’s avonds tot de volgende morgen, bewegingloos geknield en in extase – tot de zusters zich verzamelden voor de Priem (gebed na de Lauden), toen ze hen vergezelde zonder enig teken van moeheid.

***

De stichter van de Orde van de Congregatie van de Meest Heilige Verlosser (Redemptoristen), De H. Alphonsus Liguori (+1787) was vaak opgenomen in extase vóór het H. Sacrament en werd vaak gehoord zeggende: “O mijn God, mijn Liefde, O altijddurende Liefde, ik hou van U!” Ik het is gezegd dat geen enkel andere heilige Jezus in het H. Sacrament zo vaak bezocht als de H. Alphonsus. Hij moedigde de veelvuldige bezoeken aan het H. Sacrament aan en schreef zelfs een traktaat “Bezoeken aan het Meest Heilige Sacrament van het Altaar”, wat in verschillende talen werd vertaald, tot welzijn van talloze zielen. Toen hij niet meer in staat was om het H. Misoffer zelf op te dragen, vanwege zijn hoge leeftijd, vroeg hij om hem in de kerk te dragen, waar hij dan vijf of zes Missen bijwoonde en vijf tot zes uur in gebed doorbracht vóór het H. Sacrament. De Heilige zei vaak: “Eén ding is zeker, dat naast de H. Communie er geen daad van aanbidding zo behagend is aan God, en geen zo nuttig als het dagelijks bezoek aan onze Heer Jezus Christus in het Heilig Sacrament verblijvend op het altaar. Weet dat je in één kwartier die je spendeert vóór Jezus in het Heilig Sacrament je meer verkrijgt dan in alle goede werken van de rest van de dag.”

***

De H. Pater Pio (+1968) was de eerste priester die gestigmatiseerd was met de wonden van Christus. Zijn extasen tijdens de Heilige Mis zijn goed gedocumenteerd. Hij stond op om 3 uur ’s morgens en spendeerde uren in gebed voordat hij naar het altaar ging. Tijdens de H. Mis ging hij in een extatische toestand waarin hij de Passie van onze Heer zag en zijn pijn ervoer. Hij bekende eens aan een medebroeder: “Al wat Jezus heeft gelede in Zijn Passie, lijd ik inadequaat, voor zover het mogelijk is voor een menselijk wezen…” Vanwege zijn mystieke toestand was de heilige pater niet op de hoogte van de tijd en moest hij vaak aangemoedigd worden om verder te doen en voort te gaan naar het volgende deel van de Mis. Sommige van zijn Missen duurden wel vier uur of meer.

Tranen

De Heilige Clara (+1253) weende vaak vóór het H. Sacrament. Een tijdgenoot verhaalt: “Toen Clara te Communie ging, weende ze warme tranen van liefde en was ze vervuld met het grootste ontzag en de grootste eerbied tegenover de Heer van Hemel en Aarde die zich zo klein maakte. Ze weende zoveel dat het leek alsof haar hart werd uitgestort. Voor haar was de gedachte aan de geconsacreerde Hostie zo ontzag inboezemend als die aan God de Schepper van alle dingen. Zelfs in ziekte dacht ze altijd perfect aan Christus en dankte ze Hem voor alle lijden, en hiervoor bezocht de gezegende Christus haar vaak en hij troostte haar, en gaf haar grote vreugde in Hemzelf.”

***

De H. Felix van Cantalice (+1587) was een nederige lekenbroeder van de orde van de Capucijnen, die erom bekend staat dat hij tranen van wroeging weende op vele momenten tijdens het dienen van de Heilige Mis. Met grote moeite zou hij het Confiteor (schuldbelijdenis) herhalen en niet in staat zijnde zijn tranen te onderdrukken, vond hij het meest moeilijk om het “Domine non sum dignus” te zeggen (Heer, ik ben niet waardig). Na de H. Communie bedankte hij de Heer met grote innigheid tot het tijd was om uit het klooster te vertrekken om aalmoezen bijeen te garen.

***

De H. Franciscus van Podas (+1713) achtte zich onwaardig om zijn God aan te raken en weende onophoudelijk tijdens het celebreren van de H. Mis. Bij de opheffing van de Hostie beefde zijn hele lichaam en kon hij zijn verzuchtingen niet weerhouden.

***

De H. Ignatius van Loyola was ook een heilige die de gave van tranen had. Na één van zijn Missen, voelde een vreemdeling die hem niet kende, medelijden met hem. Hij benaderde vader Strada, die net de Mis van de H. Ignatius had gediend en hij zei tegen hem: “Hij die net de Mis heeft gedaan, moet zichzelf inderdaad een grote zondaar beschouwen. Laat ons hopen dat God hem vergeven heeft. Hij heeft genoeg geweend.”

***

Een ander die tranen weende voor het Sacrament van het Altaar was de H. Franciscus Solano (+1610), afkomstig van Andalusië, Spanje. Hij was reeds godvruchtig en contemplatief in zijn jeugd. Hij communiceerde regelmatig en devoot en was in staat om, vanwege zijn stichtend voorbeeld, andere jongeren tot een gelijkaardige devotie te brengen. Op de leeftijd van 20 jaar trad hij in bij de Franciscanen en werd hij priester. Vervolgens werd hij op missie gezonden naar Zuid-Amerika. Zoals vele andere heiligen, was hij niet in staat om de H. Mis te celebreren zonder het vergieten van veel tranen. Omwille van deze reden, en vanwege zijn andere mystieke begenadigingen, dienden de leden van zijn orde om beurt zijn Mis, wat ze als een privilege beschouwden. Ook de vicekoning en de president van de Koninklijke Raad  van Peru woonden regelmatig zijn Missen bij.

***

Miraculeuze ontvangsten van de Heilige Communie

Eén van de bekendste voorvallen van miraculeuze Communies is deze in Fatima in 1917. Het was bij de derde verschijning van de Engel:

“De derde verschijning”, schrijft Lucia, “moet dunkt me, hebben plaats gehad in oktober of einde september. Want wij gingen toen de namiddaguren niet meer thuis doorbrengen. Wij gaan van de Pregueira (een kleine olijfgaard van mijn ouders) naar de grot (van de Cabeço)… daar bidden wij ons rozenhoedje en het gebed dat de Engel ons de eerste keer had geleerd. Terwijl wij ons hier bevonden, verscheen hij ons de derde maal, met in de hand een kelk en boven de kelk een Hostie, waaruit enige bloeddruppels in de kelk vielen. Hij liet de kelk en de Hostie in de lucht zweven, knielde neer op de grond en bad driemaal volgend gebed:

“Allerheiligste Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U diep en ik offer U op, het allerkostbaarste Lichaam en Bloed, de ziel en de Godheid van Jezus Christus, tegenwoordig in alle heiligdommen van de aarde, tot eerherstel van de versmadingen, heiligschennissen en onverschilligheid waardoor Hij beledigd wordt. En om de oneindige verdiensten van Zijn allerheiligste Hart en van het Onbevlekt Hart van Maria bid ik U de bekering van de arme zondaars.”

Dan stond de Engel op en nam weer de kelk en de Hostie. De Hostie gaf hij aan mij en de inhoud van de kelk gaf hij te drinken aan Jacinta en Francisco. Daarbij sprak hij de woorden: “Neemt en drinkt het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus, vreselijk beledigd door de ondankbare mensen. Biedt eerherstel voor hun misdaden en troost uw God.” Opnieuw knielde hij neer op de grond en herhaalde driemaal met ons hetzelfde gebed: “Allerheiligste Drieëenheid,…” Dan verdween hij.

Aangegrepen door de macht van het bovennatuurlijke dat ons omgaf, volgden wij de Engel in alles na. Dat wil zeggen: wij wierpen ons ter aarde zoals hij, en herhaalden de gebeden welke hij voorbad. De invloed van Gods tegenwoordigheid was zo intens, dat hij ons helemaal in beslag nam en ons bijna totaal vernietigde. Hij scheen ons zelfs te beroven van het gebruik van onze zintuigen gedurende lange tijd. Overdag werkten wij als bewogen door hetzelfde bovennatuurlijke dat ons daartoe aanzette. De vrede en vreugde die wij voelden was groot, maar alleen inwendig. De ziel was helemaal in beslag genomen door God. Ook de lichamelijke onmacht die ons drukte, was groot.”

Francisco riep uit: “Ik zie graag de Engel. Maar het ergste is dat wij niet meer in staat zijn om iets te doen. Ik kan zelfs niet meer lopen. Ik weet niet wat ik heb.”

Enkele dagen later vroeg Francisco aan Lucia: “De Engel gaf U de H. Communie, maar wat gaf hij aan mij en Jacinta?” Jacinta kon niet wachten, tot haar nichtje antwoordde en jubelend kwam zij ertussen: “Hetzelfde, de H. Communie! Hebt ge niet gezien dat het ’t H. Bloed was dat uit de Hostie vloeide?” Alsof hem opeens een licht opging, riep Francisco uit: “Nu begrijp ik het! Ik voelde dat God in mij was, maar ik wist niet hoe.”

Dan knielde hij neer met zijn zusje en nichtje, en lang, heel lang, herhaalden zij het schone gebed dat de Engel had gebeden: “Allerheiligste Drieëenheid,..” enz

***

De Zalige Anna Maria Taigi (+1837) was een huisvrouw en moeder van zeven kinderen en lid van de Derde Orde van de Meest Heilige Drie-eenheid. Ondanks haar twistzieke echtgenoot, een ziekelijke moeder en de vele afleidingen en ongemakken van haar overbevolkt huis, was Anna Maria vaak in extase. Ze bewerkte ook mirakels van genezing, las de harten en gaf raad aan velen die haar kwamen opzoeken om voortgang in het spirituele leven te bekomen. Als een dagelijkse communicant, woonde Anna Maria eens de Mis bij in de kerk van St. Karel toen tijdens het Agnus Dei, de Hostie de handen van de priester verliet. Tot ieders verbazing werd het door onzichtbare handen naar de lippen van Anna Maria gebracht.

***

Verschillende ongewone Communies worden gedocumenteerd in het leven van de H. Catharina van Siena. Omdat ze verzwakt was door geestelijke kwellingen, ging de H. Catharina de kerk van St.Dominicus binnen, maar bleef ze in een hoek, bij een ongebruikt altaar staan. Eén van de zusters zag haar en leidde haar naar de rest van de gemeenschap voor het ontvangen van de H. Communie. Toen het haar beurt was, passeerde de priester zonder haar de Communie te geven. Dit gebeurde nog tweemaal bij een volgende Mis. De heilige aanvaarde dit als een teken van haar onwaardigheid. De prior van het klooster had het echter verboden om haar de Communie uit te reiken om buitengewone manifestaties te vermijden die de grote volksaantallen die men in de diensten verwachtte, zou afleiden. Na de tweede Mis echter, omgaf een fel licht het altaar en in het midden daarvan verscheen een visioen van de H. Drie-eenheid: de Vader en de Zoon gezeten op tronen met de Heilige Geest boven hen in de vorm van een Duif. Een hand van vuur die een Hostie vasthield, kwam uit het visioen. De Hostie werd op de tong van de H. Catharina geplaatst, die in extase was gegaan. De biechtvader verhaalt: “Verschillende individuen die geloofwaardig zijn, verzekerden me dat wanneer ze de Mis dienden waarin Catharina de H. Communie ontving, ze duidelijk zagen dat de heilige Hostie ontsnapte uit de handen van de priester en naar haar mond vloog; ze vertelden me dat dit wonder zelfs gebeurde wanneer ik haar de heilige Hostie gaf; ik beken dat ik het nooit duidelijk heb opgemerkt, enkel toen ik een zekere trilling in de geconsacreerde hostie voelde, toen ik het aan haar lippen aanbood. Het ging haar mond binnen gelijk een klein steentje dat vanop afstand met kracht gegooid werd… Broeder Bartholomew van St. Dominic, professor in de H. Schrift en nu Prior Provinciaal van mijn orde voor de Romeinse provincie, vertelde mij ook toen hij Catharina de H. Communie gaf, hij de heilige Hostie voelde ontsnappen, niettegenstaande zijn inspanningen om het te blijven vasthouden.”

De H. Catharina van Siena in extase.

 

Bron: JOAN CAROLL CRUZ, Eucharistic Miracles, Tan Books and publishers, Rockford, Illinois, 1987


Wie dit gebedje zegt krijgt telkens een volle aflaat.

 

“Uit eerbied tegenover dit Sacrament, raakt niets het aan behalve wat gewijd is; vandaar zijn de corporaal en de kelk gewijd, en evenzo de handen van de priester, om dit Sacrament aan te raken. Vandaar dat het voor gelijk wie niet wettelijk is het aan te raken, behalve uit noodzaak, bijvoorbeeld, indien het op de grond valt of in een ander geval van nood.” ~H. Thomas van Aquino (Summa Theologiae, III, 82,3)

Download artikel als pdf

De Kerk leeft van de Eucharistie

Uit het contactblad van Kleine Zielen regio Vlaams-Brabant; woord van proost P.Daniel Artmeyer, SJM.

Beste kleine zielen,

ik schrijf dit artikel op sacramentszondag. Eén van de mooiste feesten van het kerkelijk jaar. In het Frans heet het kort en bondig la Fête-Dieu. Helaas is in de laatste decennia veel van de plechtigheid en de bijzondere charme van dit feest verloren gegaan. Deze neergang gaat gepaard met het verdwijnen van het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in dit sacrament. De maand juli is in het bijzonder aan het kostbaar Bloed van onze Heer Jezus Christus en daarmee ook aan het Allerheiligste Sacrament des altaars toegewijd. Twee redenen om hier enkele gedachten over dit verheven mysterie neer te schrijven.

De volgende overwegingen zijn genomen uit een preek van oud-Aartsbisschop Georg Eder van Salzburg, Oostenrijk, ter gelegenheid van de publicatie van de encycliek Ecclesia de Eucharistia van Paus Johannes Paulus II in 2003.

***

Ecclesia de Eucharistia vivit – De Kerk leeft van de Eucharistie. Zo begint Paus Johannes Paulus II zijn encycliek. De Eucharistie is niet beperkt tot de wekelijkse viering van een parochie, maar zij heeft een alomvattend karakter. Het is dezelfde Heer die tegenwoordig komt, hetzelfde offer – of het nu in een kleine kapel of in een grote basiliek of zelfs in een smerige kerker opgedragen wordt.

1. Zonder priester geen Eucharistie

Hoe goed pastorale plannen en de groeiende inzet van leken in de liturgie ook vaak bedoeld mogen zijn, zij wekken meer en meer de illusie dat het ook zonder priester gaat. Waarom zouden jonge mannen nog voor een celibatair leven in de geest van armoede en gehoorzaamheid kiezen als de unieke en onpeilbare waarde van het priesterschap steeds meer ontkend en genegeerd wordt? Zonder priester geen H. Mis, zonder H. Mis geen Eucharistie, zonder Eucharistie geen blijvende tegenwoordigheid van Christus.

2. De priester deelt het Lichaam van Christus uit

Het heeft een diepe geestelijke betekenis dat eerst en vooral de priester het is die het Lichaam van Christus aan de gelovigen uitdeelt. De gelovigen ontvangen Christus. Niemand kan de Heer tot zichzelf nemen. Zoals ook niemand zichzelf kan verlossen, zichzelf vergiffenis schenken en zichzelf kan heiligen. Dat alles is genade, een geschenk! Wij moeten terug leren zoals kinderen te ontvangen. Dat wil ook de geknielde tongcommunie uitdrukken: God is het die mijn ziel voedt, door de hand van zijn gewijde dienaren.

3. De priester leeft van de Eucharistie.

Dit geestelijk voedsel is niet symbolisch te begrijpen. Het is niet en vrijblijvende toegift. Deze hemelse spijs is- vooral voor de priester, maar ook voor de gelovigen – noodzakelijk! Zonder Eucharistie kunnen wij letterlijk niet leven. Zonder dit voedsel sterven wij geestelijk. Mooie getuigen hiervoor zijn bv. priesters die onder totalitaire regimes in de kerker of tijdens de Franse revolutie met de inzet van hun leven de H. Mis gevierd hebben. En ook de eerste christenen hebben voor hun heidense rechter die hen van de dagelijkse Eucharistie wou beroven, beleden: Wij kunnen zonder dit voedsel niet leven! En zij waren eerder bereid om lichamelijk te sterven. Vele gelovigen en helaas ook veel priesters zijn vandaag de dag geestelijk dood omdat zij zich niet meer laten voeden door de Heer.

De leer over de Eucharistie is vandaag dezelfde als eeuwen geleden. Ook het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze leer niet veranderd. De Mis is geen menselijke viering, zij is niet gewoon een heilige maaltijd. De Mis is het offer van Christus en zij is de garantie voor de blijvende tegenwoordigheid van Christus in zijn Kerk. Brood en wijn worden door de consecratiewoorden het vlees en het bloed van Christus dat aan de gelovigen wordt uitgedeeld om hen er geestelijk mee te voeden. De omgang met dit heilig goed vraagt dus van de priesters en de gelovigen de grootste eerbied en zorgvuldigheid. Toetsen wij ons van tijd tot tijd of dat ook nog ons geloof is en hernieuwen wij ons in dit geloof!

Bisschop Eder sluit met de volgende woorden: Als vandaag een priester bij mij zou komen die zegt dat hij niet meer in de werkelijke aanwezigheid an de Heer in de Eucharistie kan geloven dan zal ik hem op mijn knieën smeken: “Stop er onmiddellijk mee nog de H. Mis op te dragen. Je berokkent je ziel en de Kerk de grootste schade! Vraag aan uw bisschop een sabbatjaar waarin je kunt reflecteren en teruggaan naar het punt waar je nog geloof had. En dan, bid, bid bid!”

Ecclesia de Eucharistia vivit. De Kerk leeft van de Eucharistie. Dat geldt ook voor ieder van ons. Deze schat is onmetelijk groot, een onpeilbaar cadeau. Bidden wij voor heilige priesters. En bidden wij om dit geloof en om hierin te mogen volharden!

Gods zegen,

P. Daniel Artmeyer SJM

De Eucharistische Rozenkrans

De Eucharistische Rozenkrans werd door de Engel Rafaël in 1995 geopenbaard aan Alan Ames, een begenadigde ziel uit Australië die sinds zijn bekering in 1993 een bloeiend apostolaat heeft opgebouwd. Voor de mensen die geïnteresseerd zijn, wordt deze hieronder meegedeeld.

Hoe de Heer de Eucharistische Rozenkrans meedeelde

Blijde mysteries

Eerste mysterie: De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria.

De Engel zei: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen.” (Luc. 1,30-31)

Visioen: Ik zag onze heilige Moeder, die in het blauw gekleed was. De Hostie was in haar lichaam, en de hostie straalde wit.

Tweede mysterie: Maria bezoekt haar nicht Elizabeth

Zodra Elizabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; Elizabeth werd vervuld van de heilige Geest en riep met luider stemme uit: “Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.” (Luc. 1,41-42)

Visioen: Onze heilige Moeder was opnieuw in het blauw gekleed, en de Hostie was in haar lichaam. Maar nu straalde niet alleen de Hostie wit, maar ook onze Moeder Maria. Ik hoorde de woorden: “Mijn ziel prijst hoog de Heer.”

Derde mysterie: Jezus wordt geboren in een stal te Bethlehem

“Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.” (Luc. 2,11)

Visioen: De Hostie straalde wit, en toen verscheen het kindje Jezus in haar midden.

Vierde mysterie: Jezus wordt in de Tempel opgedragen

“Toen de tijd aanbrak, waarop zij volgens de wet van Mozes gereinigd moesten worden, brachten zij het Kind naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen.” (Luc. 2,22)

Visioen: Ik zag de moeder Maria en de heilige Jozef in de tempel, en tussen hen beiden in hielden zij de Hostie omhoog en zeiden: “Vader, dit is uw Zoon.”

Vijfde mysterie: Jezus wordt in de Tempel wedergevonden

“Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel.” (Luc 2, 46)

Visioen: Het tabernakel in de kerk stond wijd open. Daarin was de Hostie die wit straalde. Jezus zei: “Waar kunnen jullie Mij vinden, als dit niet is in het huis van Mijn Vader?”

Mysteries van het licht

Eerste mysterie: Doop van Jezus in de Jordaan

“Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde.” (Matt. 3,17)

Visioen: Ik zag een gouden kelk. Vanaf de zijkant vloeide er bloed en dit vormde een stroom. Een helder stralende Hostie dook van boven af in die stroom. Boven de Hostie zag ik een witte duif. Daarboven zag ik de Vader met wijd geopende armen. Hij zei: “Kom en dompel je onder in de rivier des Levens.”

Tweede mysterie: De bruiloft te Kana

“U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard!” (Joh. 2,10)

Visioen: In de Hostie zag ik een kelk. Rondom knielden de bruiloftsgasten en baden. Toen hoorde ik de woorden: “Gij schenkt ons deze wijn, die wij U opofferen.”

Derde mysterie: De verkondiging van het Rijk Gods

“Maar weet dit wel, het Rijk Gods is nabij.” (Luc 10,11)

Visioen: In de oplichtende Hostie zag ik Jezus als Koning gekroond en met gouden kleren. Hij zei: “Hier is het Rijk.”

Vierde mysterie: De verheerlijking op de berg Tabor

“Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit.” (Luc. 9,29)

Visioen: Ik zag de Hostie wit stralen. In haar was het Aanschijn van Jezus te zien. Jezus zei: “Wees veranderd in Mij.”

Vijfde mysterie: Instelling van de Heilige Eucharistie

“Het Nieuw Verbond.” (Luc. 22,20)

Visioen: Ik zag Jezus. Hij was gekleed in purperen priestergewaden en hield de Hostie en de Kelk in zijn handen. Hij stond aan het altaar met de apostelen om Hem heen. Jezus zei: “Dit is mijn Lichaam… dit is mijn Bloed.”

Droevige mysteries

Eerste mysterie: Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader

“Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede.” (Luc. 22,42)

Visioen: Jezus draagt een rood gewaad. Hij houdt de Hostie hoog boven zijn hoofd. Hij zweet bloed. Hij zegt: “Vader, dit is mijn Lichaam, Ik draag het aan U op. Uw wil geschiede.”

Tweede mysterie: Jezus wordt gegeseld

“Toen liet Pilatus Jezus geselen.” (Joh. 19,1)

Visioen: De Hostie straalde wit, en met elke slag van de gesel verscheen er een rode lijn op, die dwars over de Hostie liep en deze begon te bloeden.

Derde mysterie: Jezus wordt met doornen gekroond

“De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om.” (Joh. 19,2)

Visioen: De wit stralende Hostie lag daar en een doornenkroon daalde op haar neer. Toen de doornen de Hostie doorboorden, begon deze te bloeden.

Vierde mysterie: Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië

“Zelf zijn kruis dragend, trok Jezus de stad uit naar wat schedelplaats heet, in het Hebreeuws Golgota.” (Joh. 19,17)

Visioen: De Hostie straalde wit en een donker kruis was in het midden. Met iedere stap van Jezus werd het kruis donkerder, maar de Hostie werd helderder. Jezus zie, dat het kruis met iedere stap zwaarder werd, doch dat Hij met iedere stap God verheerlijkte.

Vijfde mysterie: Jezus sterft aan het kruis

“Daar sloegen zij Hem aan het kruis,… maar één van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit.” (Joh. 19,18 en 34)

Visioen: De wit stralende Hostie had vier wonden, die bloedden, en veranderden zich in Jezus aan het kruis. Toen Jezus aan het kruis hing, keerden de Romeinse soldaten, de Farizeeën en de Joden Hem de rug toe en zeiden: “Deze is de Zoon van God niet!” Bij de Hostie waren het de mensen van heden de de Hostie de rug toekeerden en zeiden: “Dit is het Lichaam van Jezus niet!” Toen werd de Hostie met een lans doorboord en water en bloed begonnen in een kelk te vloeien.

Glorievolle mysteries

Eerste mysterie: Jezus verrijst uit de doden

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.” (Joh. 6,54)

Visioen: Jezus verscheen in de Hostie bij de ingang van het graf. Zijn armen wijd geopend, zijn handen bloeden. Daarna was Jezus met de apostelen in een zaal tijdens de maaltijd, en ieder van hen at een Hostie. Jezus zei: “Ik ben het voedsel des levens.”

Tweede mysterie: Jezus stijgt op ten hemel

“En terwijl Hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen.” (Luc. 24,51)

Visioen: Honderden engelen waren in de lucht. Sommigen zongen en anderen bliezen op trompetten. De engelen hadden de Hostie in hun midden en vlogen hemelwaarts. De wolken weken uiteen en een wit licht daalde neer. Toen zei de Vader: “Dit is mijn Zoon.”

Derde mysterie: De heilige Geest daalt neer over de apostelen

“Dit is het brood, dat uit de Hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet zal in eeuwigheid leven.” (Joh. 6,58)

Visioen: “De Hostie verscheen. Zij straalde wit en in de Hostie verscheen en wonderschone witte duif. Deze vloog in mijn hart. Jezus zei: “Wanneer je mijn Lichaam ontvangt, dan ontvang je de heilige Geest.”

Vierde mysterie: Maria wordt in de hemel opgenomen

“Almachtige, eeuwige God, Gij hebt de moeder van uw Zoon, de onbevlekte maagd Maria, met ziel en lichaam ten hemel opgenomen” (Openingsgebed van de H. Mis op het hoogfeest van Maria-tenhemelopneming)

Visioen: Onze heilige Moeder verscheen aan de hemel. Haar Onbevlekt Hart was geopend. In het midden van haar hart was de Hostie, stralend wit. Toen omarmde de Moeder de Hostie.

Vijfde mysterie: Maria wordt in de hemel gekroond

“Koningsdochters zijn onder uw schonen, statig, rechts van u, uw gemalin in het glanzende goud van Ofir.” (Ps. 45,10)

Visioen: Moeder Maria was in het goud gekleed en droeg een gouden kroon als koningin van de hemel. Vóór de Moeder was een grote Hostie, die wit straalde. Een duif omcirkelde de Hostie. Achter de Hostie was de troon van de Vader. De heilige Moeder knielde voor de Hostie en boog deemoedig tot op de grond. Achter haar waren vele duizenden engelen en heiligen en zij allen knielden deemoedig voor de Heer.

Uit: De Eucharistische Rozenkrans – Miriam Verlag – 2e oplage – 2006

De H. Juliana van Cornillon en het ontstaan van Sacramentsdag

Vandaag, donderdag 15 juni, is het Sacramentsdag. Deze feestdag valt steeds op de 2de donderdag na het hoogfeest van Pinksteren. Het ontstaan van deze feestdag is terug te brengen naar Luik, in het jaar 1246, toen Juliana van Cornillon er met Gods hulp in sloeg om de bisschop te overtuigen dit feest in te stellen in zijn bisdom.

De geschiedenis begint als volgt. Henricus en Frescendis van Retinne, Luik, waren kinderloos. Ze baden en lieten bidden; zij deelden aalmoezen uit; zij steunden de godgewijde maagden, die zich in het bisdom zeer talrijk toelegden op een leven van evangelische volmaaktheid en die “begijnen” werden genoemd. En God verhoorde hen. Hij schonk hun twee dochtertjes, Agnes, en in 1193 Juliana. Vijf jaar later waren de ouders reeds overleden en de kinderen werden toevertrouwd aan de zusters van Berg Cornillon; hier hadden kort tevoren de Luikenaars een huis gesticht voor de verpleging van melaatsen, met een afdeling en een klooster voor mannen en een ander voor vrouwen, onder de hogere leiding van de prior der mannen. Op een nabijgelegen hoeve leidde zuster Sapientia met vaste hand de eerste schreden van beide kinderen in de dienst des Heren. Zij onderrichtte ze ook in het lezen en in de eerste beginselen van de taal der Kerk. Zij was een strenge meesteres, die de minste ook godvruchtige grillen van haar leerlingen streng beteugelde.

In haar drang naar nederigheid wilde Juliana in de laagste werken aan de hoeve delen. Zo melkte zij zelfs de koeien, die haar wel eens tegen de grond stieten of op een mesthoop slingerden. Van de handenarbeid rustte zij uit in het gebed en de lezing van de H. Schrift. Zij vond een bijzonder behagen in de werken van de H. Augustinus en van de H. Bernardus: want wie had ooit zo heerlijk gezongen van de liefde van de Bruidegom voor zijn Bruid, de ziel? Reeds toen was haar grootste vreugde de H. Mis te mogen bijwonen en haar grootste droefheid dit niet dagelijks te kunnen. Om haar vurig verlangen naar het Lichaam en Bloed van Christus enigszins tegemoet te komen, had Sapientia aan de hoeve een kapel laten oprichten, waar Juliana haar Beminde vrij bezoeken en vereren kon. Maar op de dagen dat zij Hem ontvangen mocht in de H. Communie – en die waren toch zo zeldzaam! – bleef ze als buiten zichzelf in de aanbidding van de Bruidegom. Dan zou zij een week lang hebben gewalgd van alle nutteloze omgang met de mensen; dan zou zij een maand hebben gevast in de sterkte van dit Brood; en zij verwonderde zich erover, dat niet allen deden zoals zij. Dan werd ze overstroomd met Gods zegeningen en genadegaven.

Eens- ze kon toen ongeveer zestien jaar geweest zijn – had zij een wonderbaar visioen: zij zag de helder schijnende maan, met een keep in de rand. Waar zij zich voortaan ook wendde, het visioen vergezelde haar. Begaf zij zich tot het gebed of de heilige lezing, dan stond het vóór haar, als een altijddurende obsessie. En zij smeekte Christus dat Hij er haar van zou verlossen, of haar verklaren wat het betekende. Na twee jaren openbaarde de Heer haar zijn bedoeling: de helder schijnende maan was het beeld van de Kerk; de keep betekende dat er in de liturgische kringloop nog één feest ontbrak, ter ere van het Allerheiligste Sacrament van zijn Lichaam en Bloed. En gaf haar de opdracht de instelling van zulk een feest over de Kerk te bevorderen. Hoogst verbaasd en zich haar onmacht bewust, antwoordde Juliana: “Heer, laat mij, en vertrouw zulk een taak aan heilige en geleerde priesters!” Maar Hij antwoordde: “Door u en door eenvoudigen en zwakken als gij wil Ik dit werk voltooien.” Lang nog twijfelde Juliana. Hoe zou zij die verheven zending ooit tot een goed einde voeren? Wie kon zij het geheim van haar hart toevertrouwen? Waar zou zij steun vinden?

De H. Juliana van Cornillon, bijgenaamd “Juliana van Luik”, wordt net zoals de H. Clara van Assisi, steeds afgebeeld met een monstrans.

Intussen had zij zich bij de zusters van het klooster aangesloten. In die maagdelijke tuin bloeide nu Juliana op: daar spreidde zij de weelderige bloesems van haar rijke deugden uit; de geur van haar heiligheid vervulde weldra de ganse omgeving. Haar vrienden en vriendinnen uit de mystieke beweging bewaarden als een blijde herinnering of tekenden voor het nageslacht op wat zij van haar zagen of vernamen: van haar strenge boet boetplegingen, van haar eenvoud en nederigheid, van haar onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, van haar zo gezellige en beminnelijke omgang, van haar wonderbaar geduld en haar grote liefde in de verpleging van de walgelijkste ziekten; hoe ze steeds als in beschouwing verzonken scheen, en hoe ze Gods heiligen vereerde, de vrienden van haar Bruidegom, maar boven al zijn heilige Moeder Maria. Om het mysterie der Menswording bewoog zich geheel haar geestelijk leven, in de kringloop van het kerkelijk jaar. Bij het Ave, dat ze herhaaldelijk in de loop van de dag te bidden placht, voegde zij de woorden van Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord”, omdat daardoor, zegde zij, de Menswording voltrokken werd. Negenmaal zong zij met Maria het lied van haar dank: het Magnificat. Voornamelijk de herinnering aan het lijden van haar Beminde vervulde haar hart met liefde, bewoog haar tot tranen en deed haar vallen in bezwijming. Drie dingen hadden de krachten van haar lichaam ondermijnd: het werk te Bovaria, meer nog de gestadige beschouwing van het lijden van haar Bruidegom, maar vooral de drang van haar liefde.

De bestendige en voortdurende vertegenwoordiging van de Menswording en van het lijden was het H. Misoffer en de H. Eucharistie. En nu was zij uitverkozen, om een feest ter verheerlijking van dit Allerheiligste Sacrament in de Kerk in te voeren. Twintig jaar reeds droeg zij het geheim van haar zending, tot ze er eens toe kwam het aan haar meest vertrouwde vriendin, de kluizenares Eva, te openbaren. Eindelijk bezweken de laatste opwerpingen van Juliana’s nederigheid. Zij deelde de wens van Christus mee aan een geleerde en heilige kanunnik van St. Maarten, Joannes van Lausenne, en verzocht hem er over met andere geleerde en heilige priesters te beraadslagen, zonder haar naam te vermelden. Joannes van Lausenne sprak er over met de aartsbisschop van het bisdom, Jacobus Pantaleon. En nu begon het onderzoek. Hugo de St. Caro, Provinciaal Overste der Dominicanen, Guiardus, Bisschop van Kamerijk, allerlei theologen, tot de faculteit van Parijs toe, werden geraadpleegd. Juliana bidt en laat bidden; ze gaat op bedevaart naar Keulen om er de apostelen Petrus en Andreis met de heilige maagden te vereren; naar O.L.Vrouw van Tongeren en naar de H. Servatius. Tot eindelijk bisschop Robertus in 1246 het feest voor zijn bisdom invoert en Hugo de St. Caro, nu kardinaal geworden, op een visitatiereis, het bevestigde.

Maar tot het welslagen van zulk een onderneming, zou Juliana ook door zware beproevingen moeten bijdragen. De laatste jaren van haar leven waren jaren van harde strijd en veel lijden. Na Sapientia was zij, ondanks haar jeugdige leeftijd, omstreeks 1230 tot priorin verkozen. En jaren reeds stichtte zij de zusters door haar heiligheid, tot een nieuwe prior van de mannenafdeling tegen haar optrad. Zij was een droomster, een schijnheilige! Gesteund door de geheime oppositie tegen het feest, maakte hij het verblijf van Juliana in haar klooster onmogelijk. Zij vluchtte en haar zusters met haar. Een tijd lang boden Eva in haar kluis en Joannes van Lausenne haar een onderkomen in de stad. De bisschop sloeg de prior in de ban en richtte zelf voor Juliana een nieuw bidhuis in. Doch na de dood van Robertus, onder zijn onwaardige opvolger, ontbrandde de tegenstand in openlijke vijandschap. Juliana moest omzwerven van klooster tot klooster, tot ze eindelijk te Namen aankwam, waar de arme begijnen haar eerst opnamen en waar ze tenslotte in de abdij van Salzinnes voor enige tijd een veilig onderkomen vond. Maar ook hier duurde de rust niet lang. De burgers van Namen, tegen hun gravin in woede ontvlamd, omdat zij zich door de abdis liet leiden, bestookte de abdij en zetten haar in brand. En weer moest Juliana vluchten. Te Fosse werd haar en haar trouwe zusters een kluis ter beschikking gesteld. Maar zó uitgeput waren nu al haar krachten, dat ze nog nauwelijks van het bed kon opstaan. Haar ziekte was één vervoering van gebed. Op de hoogdag van Pasen liet ze zich nog naar de kerk brengen, ontving er een laatste maal de H. Communie, woonde er de kerkelijke diensten bij, tot de avond. Op de volgende vrijdag, om negen uur, ontsliep zij in de armen van haar Bruidegom: de 5de april 1257 in het 66ste levensjaar. De volgende zondag werd zij, volgens haar verlangen, in de abdij van Villers, in Zuid-Brabant, bijgezet.

In 1264 werd door de vroeger aartsdiaken, nu paus geworden als Urbanus IV, het feest van het Allerheiligste Lichaam van Christus voor geheel de Kerk ingesteld.

Een Sacramentsprocessie in Frankrijk.

Bron: Met de heiligen het jaar rond, deel II, Uitgeverij Paul Brandt, Bussum, 1949

Een terugkeer naar de eerbied van vroeger is noodzakelijk

“Elke Heilige Mis, bijgewoond met devotie, genereert in onze zielen geweldige uitwerkingen, overvloedige spirituele en materiële genaden, die wij zelf niet kennen.” – Heilige Pater Pio.

Gisteren tijdens de Mis, na de Communie, kwam deze zin in mijn hoofd: “Een terugkeer naar de eerbied van vroeger is noodzakelijk.” Ik en mijn vrouw zaten geknield tijdens de consecratie, maar we moesten ons in bochten wringen om net nog de H.H. Gedaanten te kunnen aanschouwen tijdens de opheffing. Ik dacht toen: moest iedereen nu geknield zitten, dan zouden we dat probleem niet hebben. Ook veel mensen die, ondanks er al heel wat de Communie op de tong ontvangen, Hem op de hand blijven ontvangen. Zo’n jammerlijke zaak. Als we de gelegenheid ertoe hebben gaan we naar een Tridentijnse Mis (zoals deze in Brugge, de laatste zondag van de maand).

Heden kan men niet zeggen dat de Kerk z’n hoogdagen beleeft. Integendeel. De Kerk bevindt zich, vooral in onze streken, in een zeer grote crisis. En wat ligt aan de basis van die crisis? Gebrek aan eerbied voor de Heilige Eucharistie. De Eucharistie, het Lichaam van Christus, is de hoeksteen, het middelpunt van de Katholieke Kerk. Indien men de Eucharistie verwaarloost, dan treedt automatisch het verval in. Vandaar, als we de Kerk willen doen herleven, is een terugkeer naar de eerbied van vroeger noodzakelijk. Terug knielen tijdens het meest heilige moment van de Mis: de consecratie, wanneer Christus tegenwoordig komt in de gedaanten van brood en wijn, dat onzichtbaar maar wezenlijk verandert in zijn Lichaam en zijn Bloed. Dit is het onbloedig kruisoffer of het Misoffer. De Heilige Pater Pio weende vaak tijdens dat moment, omdat hij in de geest de passie van Christus telkens opnieuw herbeleefde. Ook de Zalige Pater Valentinus, of het Heilig Paterke van Hasselt, beleefde vaak zo’n momenten tijdens de Mis. Christus die zichzelf aan ons gaf op het Kruis is dezelfde Christus die zich aan ons geeft in de Heilige Hostie. De priester aan het altaar met Christus in zijn handen staat gelijk met Golgotha en Christus aan het Kruis. De gelovigen staan aan de voet van het kruis en aanbidden het geslachtofferde Lam Gods. Welke houding is daarbij dan het meest gepast? De geknielde houding… in ontzag voor God die zich zo uit liefde opoffert voor ons, arme ellendige zondaars.

Niemand is echt waardig om Christus te ontvangen in de Heilige Communie. Vandaar dat we telkens zeggen: “Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden.” Vroeger klonk die zin (naar de woorden van de Romeinse Honderdman, meer letterlijk uit het Evangelie): “Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en ik zal gezond worden.” We moeten ons onwaardig achten en ons nederig opstellen tegenover onze Redder. Welke houding is daarbij het meest gepast? De geknielde (of kniebuigende) houding, en Hem ontvangen uit de handen van een gewijde dienaar, rechtstreeks op de tong. Onze handen zijn niet waardig zijn Heilig Vlees aan te raken.

In veel kerken zijn er ook leken die de Communie uitdelen. Leken hebben daar eigenlijk geen bevoegdheid toe. Sinds de begintijden van de Kerk waren het enkel gewijde handen die de Heilige Hostie aanraakten, slechts in gevallen van uiterste nood mocht een leek de Hostie vastnemen. Tot 1965. Toen werden in allerijl de communiebanken en knielstoelen weggehaald, en plots werd geëist van de priesters dat men voortaan de communie rechtstaand en in de hand zou geven. Zeer weinigen die zich daartegen hebben verzet. Niemand stelde zich vragen. En ineens mochten ook leken de pastoor helpen de communie uitdelen, omdat het “rapper zou gaan”. Het gevolg van dit alles was een wegebben in het geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid. Minder eerbied = minder geloof. En minder geloof is minder genaden, minder heiligheid en uiteindelijk minder geredde zielen.

De communie in de hand is oorzaak van vele heiligschennissen, misbruiken, en tanend geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid. Het is voor individuen zeer gemakkelijk om een Hostie mee te nemen voor heiligschennende doeleinden. Zo kunnen satanisten makkelijk een Hostie bekomen voor een zwarte mis; of zoals deze diefstal van 240 geconsacreerde Hosties in Spanje voor een heiligschennend, godslasterlijk “kunstwerk”. De “kunstenaar” bekwam de Hosties door telkens naar de Mis te gaan en de Communie in de hand te ontvangen en dan in zijn zak te stoppen. Zoiets zou veel moeilijker zijn indien de Communie al knielend en op de tong zou worden gegeven.

God heeft het sinds de jaren 1960 niet nagelaten ons vele malen erop te wijzen dat de handcommunie niet van de Hemel komt.

Aan een begenadigde Italiaanse vrouw (anoniem):

De H. Maagd Maria, 6 juni 1976: “Mijn Zoon wil dat de H. Communie knielend ontvangen wordt en dat Ze door de priesters NIET in de handen gegeven wordt. De gelovigen dragen niet de verantwoordelijkheid voor deze nieuwigheid, omdat het hun werd toegestaan. Mijn Zoon weet alles. Het is niet om het even of men de Communie in de hand of op de tong ontvangt.”

Jezus: “Het is niet mijn Wil en het komt ook niet van Mij dat men de H. Communie in de hand geeft en dat men niet voor Mij neerknielt om Mij in de H. Communie te ontvangen.”

Jezus, 8 juni 1975: “Veel mensen eren Mij niet meer en schenken Mij ook geen liefde meer. Ze zijn onverschillig geworden en geloven niet meer dat Ik werkelijk in de H. Communie tegenwoordig ben. Ze denken er bij het ontvangen van de H. Communie niet aan, wie tot hen komt; zij ontvangen Mij onwaardig, met zware zonden beladen. Zij bedrijven heiligschennis.

Jezus, 27 juni 1976: “De hedendaagse gewoonte, Mij rechtstaande en in de hand te ontvangen in de H. Communie, zonder knielen, zonder eerbewijzen, pijnigt Mij ten zeerste en Ik ben daarover niet tevreden. Dit geeft aanleiding tot veel oneerbiedigheden en zelfs tot heiligschennis. Maar dit is wel naar de zin van hen die het bewust zo willen en die dit middel uitdachten om het geloof in mijn werkelijke tegenwoordigheid in het Sacrament van Mijn Liefde totaal uit te roeien. Omdat Ik u in dit Sacrament het verhevenste voorbeeld van nederigheid gegeven heb, zult gij nu besluiten Mij voortaan met innige gevoelens van liefde, geloof en nederigheid te ontvangen. De aangenomen gewoonten moeten afgekeurd en veranderd worden. Ik ben daarover erg ontevreden. Mijn Moeder die mijn Lichaam steeds met veel liefde, achting en godsvrucht aangeraakt heeft, lijdt zo erg als Zij ziet dat zovelen het lichaam van haar Zoon en Verlosser lichtvaardig, met zo weinig geloof en liefde aanraken. Dit zijn geen onbeduidende dingen of kleinigheden. Mijn Vijand weet dat.”

Maagd Maria, 29 september 1976: “Schaam u niet te knielen vooraleer Gij de H. Communie ontvangt om zo mijn Zoon te eren, die naar u toe komt. Denk eraan dat dit een openbare geloofsbelijdenis is in een tijd, waarin het geloof zo zwak is.”

(uit: Stemmen die van de Hemel komen, vertaling uit het Italiaans door pastoor Weigl.)

Aan Aloisa Lex (+1984) uit Oostenrijk:

De H. Moeder Gods: “Door de handcommunie wordt mijn goddelijke Zoon in zijn oneindige liefde nauwelijks nog geëerd! Zo weten zij niets meer van Zijn liefde waarmee Hij zich tot de dood op het Kruis opgeofferd heeft, en waarmee Hij zich ook in de Hostie opoffert. Indien ze zouden neerknielen, zouden ze nog kunnen vermoeden welke Liefde zich daar naar hen neerbuigt. Ze voelen zich verheven bij het offerlichaam van Jezus. Daarmee wordt het Jezus onmogelijk, hen in Zijn liefde op te nemen.”

(uit: De Hemel veroordeelt de Hand- en Stacommunie – Marienkinder-Druckerei PATRONA BAVARIAE)

Aan Debora Marasco, Italië:

Jezus, 27 november 1995: “Hoeveel heiligschennissen was Ik genoodzaakt te ondergaan, omdat de Mijnen hebben toegestaan dat zij Mij mochten stelen door de Communie op de handen! Hoe vele, vele malen hebben zij Mij door deze toegeeflijkheden geofferd aan het kwaad! Satan zeeft de mensen en hij heeft de harten goed onderzocht om hen naar zijn believen te kunnen bewerken, om als laatste doel de Sacramentele liefde weg te werken. Het is nodig, dat deze keten van de dood uitgeschakeld wordt! Men ontvangt Mij waardig, uit de handen van Mijn bedienaar, rechtstreeks in de mond, met alle eerbewijzen die Mij verschuldigd zijn en geef Mij dan een passend welkom in jullie harten. Ik wil te midden van jullie zijn, maar vergeet niet dat Ik niet één van jullie ben. Ik ben de Vleesgeworden God, niet een mens die zich heeft vergoddelijkt.”

(Uit: ‘”Manduria – Eucharistie, uit de boeken van “De geopenbaarde Wijsheid van de Levende God” waarvan de dialogen tussen Jezus en Zijn vertrouwelinge Debora deel uitmaken, Movimento d’ Amore – Manduria, Italië)

Aan een begenadigde ziel (JMJP), Gits, België:

Jezus, 16 maart 2003: “Ik ben het Allerheiligste Die hier op het Altaar komt, Dat in hun gezegende handen komt! Daarom mag Ik nooit aangeraakt worden door ongewijde handen! Door dit toe te laten is het besef van Mijn heiligheid verdwenen bij zoveel mensen, vooral ook bij jongeren.”

Jezus, 6 mei 2003: “Geknield Mij ontvangen is het meeste eerbetoon dat men Mij kan geven…  De onterende Communies zijn niet te overzien. Weest – gij allen die Mij beminnen – voorbeeld van eerbied. Durft te tonen hoe men Mij ontvangt met eerbied, ook al spreken ze laster over u.”

(Uit: ‘Eerherstel voor het Leed dat Mij wordt aangedaan – abc van de boodschappen; v.u.: Pr. W. Tant)

Het is vooral belangrijk geen acht te slaan op “wat de mensen van mij denken” of wat “de pastoor denkt”, het belangrijkste is uiteindelijk wat God denkt. Uiteindelijk zullen we aan God rekenschap moeten geven, niet aan de mensen. Jezus zegt in het Evangelie dat mensenvrees bij ons niet mag bestaan. Wij werden ook verguisd toen we in 2012 voor het eerst de Communie op de tong ontvingen (toen ik nog bij mijn ouders woonde). Het gevolg was toen dat we moesten verhuizen van parochie, gewoon wegens de vijandigheid van de pastoor. Ik herinner me nog goed zijn ziedende blik toen ik Communie op de tong wilde ontvangen. Maar dat mag een mens niet tegenhouden. De liefde voor Christus moet groter zijn.

Pas als de gelovigen in grote getale terugkeren naar de traditie, en de verschuldigde eerbied bewijzen voor Jezus in het Heilig Altaarsacrament, zal het geloof heropleven. En uiteraard moet er ook zeer veel gebeden worden voor de priesters.

Ik eindig met een citaat van de Heilige Pater Pio:

“Het zou makkelijker zijn voor de wereld om te overleven zonder de zon, dan zonder de Heilige Mis.”


Oproep aan de lezers:

Ik zoek mensen die bereid zijn om mijn folder over de Eucharistie te helpen verspreiden (in kerken, kapellen, bedevaartsoorden,…):

Binnenzijde

Buitenzijde

Wie zich geroepen voelt mag mij een email sturen via het contactformulier op de website. Alvast bedankt!


Te noteren in de agenda:

Internationale tentoonstelling

De Eucharistische Mirakels van de ganse wereld

Waar? Karmelgemeenschap Bierbeek, Oude Geldenaaksebaan 2, 3360 Bierbeek, België.

Wanneer? Van 1 juni t.e.m. 31 augustus 2017, elke middag van 14:00 u tot 17:00 u.

Meer info op de website van de Karmelgemeenschap.


Twee prachtige Gregoriaane Hymnen over de Eucharistie:

Oproep voor de priesters

Voor de priesters die dit lezen: dit is een bescheiden oproep om meer gelegenheden tot Eucharistische aanbidding te voorzien. Het zou al mooi zijn indien dit 1x per week zou kunnen georganiseerd worden, ook al is dat maar in een kleine kapel – gewoon een uurtje van ingetogen stille aanbidding. Het brengt zoveel genaden voort, niet enkel voor u en de mensen die aanwezig zijn, maar ook voor de hele parochie, de stad of gemeente (denk aan het verhaal van een stad in Mexico die een verbazingwekkende afname van geweld zag nadat er permanente aanbidding werd georganiseerd).

Jezus zei ooit eens tegen een zienster in Italië dat een moment van aanbidding kastijdingen kan afwenden. Gods toorn wordt bedaard, zielen worden gered, zondaars bekeerd, en zelf vordert men op de weg naar de heiligheid. De Eucharistische Jezus ís bron van leven en heiligheid.

Laten we daarom ons inspannen om Hem meer te aanbidden in de Heilige Eucharistie, bij voorkeur plechtig uitgestald in een monstrans.

“Het Heilig uur wordt als een zuurstoftoevoer om de adem van de H. Geest te doen heropleven te midden van de vieze stinkende atmosfeer van de wereld.” ~Aartsbisschop Fulton Sheen

“De Eucharistie is het Sacrament van de Liefde; het betekent liefde; het genereert Liefde.” ~H. Thomas van Aquino

“Enkel door de Eucharistie is het mogelijk om de heroïsche deugden van het Christendom te leven: liefdadigheid, tot het punt van het vergeven van je vijanden; liefde voor diegenen die ons doen lijden; kuisheid op elke leeftijd en in elke situatie; geduld in het lijden en wanneer iemand geschokt is door de stilte van God in de tragedies van de geschiedenis of in iemands persoonlijk bestaan. Jullie moeten steeds Eucharistische zielen zijn om authentieke Christenen te zijn.” ~H. Paus Johannes Paulus II

“De tijd die je doorbrengt met Jezus in het Heilig Sacrament is de beste tijd die je zult doorbrengen op aarde. Elk moment die je doorbrengt met Jezus, zal je vereniging met Hem verdiepen en je ziel voor eeuwig glorievoller en mooier maken in de Hemel, en het zal helpen om altijddurende vrede op aarde te brengen.” ~ H. Moeder Theresa

“Onze Heer in het Heilig Sacrament heeft Zijn handen vol met genaden, en Hij staat gereed om ze uit te storten op ieder die ernaar vraagt.” ~H. Petrus van Alcantara

“De Eucharistie is die liefde die alle liefdes in de Hemel en op aarde overstijgt.” ~H. Bernardus

 

Kinderen die Jezus in het H. Sacrament aanbidden.

Jezus verlangt dat allen Hem komen aanbidden in Zijn Heilig Sacrament, waarin Hij zichzelf geheel en al aan ons heeft gegeven.