Feest van het Heilig Hart van Jezus

Vandaag vieren we het feest van het Heilig Hart van Jezus. Dit werd ingesteld op de vrijdag, een week na Sacramentsdag, op vraag van de Heer zelf en zo meegedeeld aan de H. Margareta-Maria Alacoque. In de litanie van het Heilig Hart bidden we op een gegeven moment: “Hart van Jezus, door de Heilige Geest in de schoot van de Moedermaagd gevormd, ontferm u over ons.” De Zalige Anna Katharina Emmerick vertelt hierover (4 december 1821):

“Reeds gisterenavond en ook vandaag zag ik Maria en Elizabeth in vertrouwelijk gesprek naast elkander zitten; ik was ook in haar gezelschap en luisterde met innige vreugde naar hetgeen zij spraken. De H. Maagd vertelde alles, wat zij tot nu toe had meegemaakt en toen zij verhaalde van al die mislukte pogingen om in Bethlehem een onderkomen te vinden, weende Elizabeth van ganser harte. Zij vertelde haar ook veel, dat op de geboorte van het goddelijk Kind betrekking had en ik herinner mij daarvan nog iets. Zij zei, dat zij op het ogenblik der boodschap van de engel, tien minuten lang buiten zichzelf was geweest en een gevoel had, als werd haar hart verdubbeld en als was zij vervuld met onuitsprekelijk heil. Op het ogenblik der geboorte had zij een gevoel als werd zij knielend door de engelen omhoog geheven: dan werd haar hart in twee gedeeld en één helft scheidde zich van haar af. Tien minuten lang was zij zo bewusteloos geweest en dan, met een innerlijk gevoel van ledigheid en een oneindig verlangen naar het onuitsprekelijk Heil, dat buiten haar was en dat zij anders in zichzelf gevoeld had, zag zij voor zich een lichtglans, die de gedaante aannam van een kind. Toen eerst had zij het Kind zien bewegen, zijn schreien gehoord; toen was zij tot bezinning gekomen, had de kleine Jezus van de dekens opgenomen en aan haar hart gedrukt, want aanvankelijk had zij, als in een droom, geaarzeld het licht-stralend Kind op te nemen. Ook zei zij, dat zij er niets van wist dat het Kind de moederschoot verlaten had. Elizabeth sprak hierop: “Gij het op meer begenadigde wijze dan andere vrouwen uw Kind ter wereld gebracht; de geboorte van Johannes was ook blijde, maar zij was anders dan die van Jezus.” Dit is, wat ik mij nog van haar gesprekken herinner.”

Dit toont aan hoe innig de Heilige Harten van Jezus en Maria verbonden zijn. Het Hart van Jezus zou nooit bestaan hebben zonder het Hart van Maria.

Nu halen we nog een fragment aan uit de geschriften van de Heilige Margareta-Maria Alacoque.

XXII-ste Hoofdstuk

Uitnodiging tot het betuigen onzer liefde aan het Heilig Hart van Jezus, onze Vriend, in de Heilige Eucharistie

De Heilige zou alle zielen hebben willen opwekken om de gave van zijn Hart, dat onze Zaligmaker ons in de Heilige Eucharistie schenkt, beter te waarderen en te genieten. “Treed binnen in dit Heilig Hart, zei zij, als uitgenodigd tot het liefdefeest van uw enige en volmaakte Vriend, die u de heerlijke wijn van zijn zuivere liefde wil schenken, welke alleen uw bitterheden kan verzoeten en u onthechten aan alle valse genietingen der aarde. Dan zult gij nog slechts vreugde vinden in het Hart van deze dierbare Vriend, die u vol liefde zegt: Alles wat het mijne is, is het uwe; mijn wonden, mijn bloed en mijn lijden behoren aan u; mijn liefde maakt onze goederen gemeenzaam; laat Mij dus geheel uw hart bezitten, en Ik zal warmte schenken aan uw koelheid, en bezieling aan uw lauwheid, die u zo laf maakt in mijn dienst en zo traag in mijn liefde.” Jezus Christus is de enige ware Vriend van onze harten, die slechts voor Hem alleen gemaakt zijn; in Hem alleen kunnen zij rust, vreugde en het volle leven vinden. Hij heeft Zich met onze zonden beladen en Zich voor ons tot borg gesteld bij zijn Hemelse Vader, die, Hem als zondaar beschouwend, Hem aan al de gestrengheid zijner goddelijke rechtvaardigheid heeft onderworpen, ofschoon Hij onschuldig was. Hij heeft voor ons willen sterven, om, door de overmaat zijner liefde, ons een onsterfelijk en gelukzalig leven te verdienen en ons van een allerrampzaligste dood te vrijwaren. Zegenen en danken wij Hem voor een zo grote liefde; ja wij moesten van dankbaarheid verteerd worden en Hem een voortdurend offer van geheel ons wezen brengen, als een huldeblijk van liefde en aanbidding voor zijn opperste Majesteit, die in onze kleinheid behagen neemt. (…)

Wenken om vrucht te trekken uit de Heilige Eucharistie

“Werp u dikwijls in de armen der liefdevolle voorzienigheid van het Heilig Hart van Jezus Christus, vooral na de Heilige Communie en geef u geheel over aan de goddelijke macht zijner liefde, tot alles wat Hem zal behagen. Ik nodig u uit aan het liefdevol Hart van Jezus een volkomen schenking van geheel uw geestelijk en lichamelijk wezen te doen, en van al wat gij gedaan heb of nog zult doen, opdat Hij al wat Hem er niet in behaagt zou zuiveren en verteren, en er vervolgens naar zijn welbehagen over zou beschikken. Neem uw hart alsof gij het in uw handen droeg en draag het op aan het Heilig Hart en wijd het Hem toe, opdat Hij er volkomen in zou heersen en u zou leren Hem volmaakt te beminnen, Hem nooit meer vrijwillig te mishagen en uw kruis met liefde te dragen. (…)

Onze Zaligmaker openbaart aan de heilige iets van de geheimen, die na de H. Communie in de zielen vervuld worden

“Bij zekere gelegenheid”, schrijft de heilige, “deed Onze Heer mij de slechte behandeling zien, welke Hij ondervond in een ziel, die onwaardig communiceerde. Ik zag Hem als gebonden, onder de voet getreden en versmaad, en Hij zei tot mij met bedroefde stem: ‘Zie hoe de zondaars mij behandelen en versmaden.’ Ook zag Ik Hem in een hart, dat zijn liefde weerstreefde: Hij hield de handen op de oren, zijn ogen hield Hij gesloten en Hij zei tot mij: ‘Ik zal niet luisteren naar wat hij Mij zegt, noch neerzien op zijn ellende, opdat Mijn Hart er niet door getroffen wordt, en dat het ongevoelig zou blijven voor dit hart, gelijk het ongevoelig is voor Mij.'” Onze Zaligmaker had er ook nu en dan behagen in, aan de bevoorrechte bruid van zijn Hart het genoegen te doen kennen dat Hij van sommige personen ondervond. Eenmaal, onder andere, toonde Hij er haar drie, die gingen communiceren, en Hij zei haar: ‘Ik zal hun drie kussen geven van vrede, liefde en van vertrouwen.’ En bij het zien van het genoegen dat Jezus Christus in deze heilige zielen nam, werd zij overstelpt van geneugten.

Uit: Het leven der H. Maagd Maria, beschreven naar de visioenen van A. C. Emmerick, J.J. Romen & Zonen, uitgevers, Roermond, 1924;

en: De heilige Margareta Maria en het Heilig Hart van Jezus, oefeningen voor de Junimaand, uit de geschriften der H. Margareta Maria; de Vlaamse boekenhalle, Leuven, 1920


Gebed:

Jezus, maak mijn hart gelijkvormig aan Uw hart; dat ik de Vader mag beminnen zoals Gij Hem bemint; dat ik Uw Moeder mag beminnen zoals Gij haar bemint en dat ik de mensen mag beminnen zoals Gij ze bemint en dat ik U mag beminnen zoals Gij mij bemint. Amen. 

Uit de geschriften van de H. Margareta-Maria – Hoofdstuk XX

12426488_s

De ziel moet zich een welgevallen heiligdom trachten te maken voor het Heilig Hart van Onze Heer Jezus Christus.

Ziehier het verhaal van een uitstekend gunstbewijs waarmee de heilige werd vereerd op de dag van Hemelvaart:

“Toen men zich naar het klooster begaf om het ogenblik te eren waarop Onze Heer ten hemel steeg, bevond ik mij voor het Heilig Sacrament in grote rust. Aanstonds zag ik een brandend licht, dat mijn beminnelijke Jezus in zich omvatte. Hij naderde tot mij en zei mij deze woorden: ‘Mijn dochter, ik heb uw ziel uitverkozen om Mij een hemel van rust te zijn op aarde en uw hart zal een troon van geneugten zijn voor Mijn goddelijke liefde.’ Ik zei Hem nu en dan te midden van die heilige vertrouwelijke omgang, welke Hij mij aanspoorde met Hem te hebben: ‘Mijn God, bij al uw tedere liefkozingen kan ik niet vergeten dat ik U zoveel beledigingen heb aangedaan en dat Gij alles zijt en ik niets.’

Horen wij nu de heilige, wier hart een hemel van rust was voor haar goddelijke Bruidegom, ons met beminnelijke eenvoud leren, door welke middelen wij van onze harten een aangename woonplaats voor onze Zaligmaker kunnen maken:

“Ik nodig u uit om uw harten aldus bereid te houden om de bezoeken van Onze Heer te ontvangen. En daarvoor moeten wij al onze zinnen in de eenzaamheid houden door een innerlijke ingekeerdheid en alle nutteloos nadenken en terugblikken op onszelf buiten sluiten, daar dit dikwijls slechts dient om ons te verontrusten en onze ziel de vrede te ontnemen, onder welke zij nooit het heiligdom van Onze Heer kan zijn.”

“Gij moet altijd God in u beschouwen, want door Hem in ons te beschouwen moeten wel al onze vermogens en zelfs onze zintuigen tot een heilige ingekeerdheid komen. Beschouwen wij Hem echter buiten ons, dan zullen de uitwendige zaken ons lichtelijk verstrooien.”

“Wanneer wij Zijn liefde tot gast willen hebben, moeten wij onze harten ontledigen en onthechten van alle genegenheid tot de schepselen en tot onszelf, want alles wat ons hecht, onthecht en vervreemdt ons van God en van Zijn zuivere liefde, die heerst in het lijden en zegeviert in de nederigheid, om te genieten in de eenheid.”

“Gij moet uw ziel aldus beschouwen als een heiligdom waar God in woont. Daarom moet gij u wel wachten haar met enige vlek te besmeuren. Meer nog, gij moet van uw hart een troon Zijner liefde maken; en daar moet gij u met Hem afzonderen, om in stilzwijgen u met Hem te onderhouden, Hem te aanbidden en te beminnen uit al uw krachten en uit geheel uw vermogen.”

“Gelijk Jezus naijverig is op uw hart en het geheel alleen wil bezitten, moet gij ook naijverig zijn op het Zijne en Hem, zo het mogelijk is, meer dan wie ook beminnen.”

Gebed tot onze Zaligmaker als Koning in het Heilig Sacrament

“Ik aanbid U, o Jezus, machtige Koning, op Uw troon van liefde en barmhartigheid. Ontvang mij als uw slaaf/slavin en onderdaan, en vergeef mij, ik bid het U, mijn weerspannigheid en opstand tegen Uw opperste heerschappij over mijn ziel. Ach, zachtmoedige Koning, herinner U, dat Gij niet barmhartig kon zijn, indien Gij geen rampzalige onderdanen had. Strek dus, ik bezweer het U, Uw vrijgevige hand uit, om mijn uiterste armoede te verrijken met de kostbare schat van Uw heilige liefde, die niet anders is dan Gij zelf; maar verlos mij van te voren van deze rampzalige eigenliefde en van alle menselijk opzicht, die mij als gebonden en geketend houden. Kom o mijn opperste Koning, mijn banden verbreken en mij bevrijden uit de boze slavernij, om Uw Rijk in mijn hart te vestigen. Ik wil heersen in het Uwe door een brandende liefde jegens mijn naaste, door vol liefde van hem te spreken, door hem te verdragen, hem te verontschuldigen en hem niets aan te doen, wat ik niet wenste dat mij werd aangedaan, door nooit mijn hart of mijn tong met enige kwaadsprekendheid of wrok te bezoedelen. Ik zal mij doorn niets laten verontrusten, opdat mijn Koning in mij een rijk van vrede moge vinden. Amen.”

Uit: De heilige Margareta Maria en het Heilig Hart van Jezus, oefeningen voor de Junimaand, uit de geschriften der H. Margareta Maria; de Vlaamse boekenhalle, Leuven, 1920

Uit de geschriften van de H. Margareta-Maria

12426488_s

Wie het best weet zwijgen, zal er het best door worden onderwezen.

Jezus tot Margareta-Maria Alacoque: “Heb aldus inwendig het stilzwijgen lief, spreek weinig tot de schepselen, veel tot God, door uw werken, door te lijden en te handelen uit liefde voor Hem. Bewaar al uw in- en uitwendige zintuigen in het Heilig Hart van onze Zaligmaker door hun een diep stilzwijgen op te leggen: een inwendig stilzwijgen, door de verwerping van alle nutteloze gedachten en overwegingen van de eigenliefde, opdat gij bereid moogt zijn de stem van de Bruidegom te horen, stilzwijgen over wal wat u kan prijzen of verontschuldigen; stilzwijgen in uwe kleine luimen, wanneer de onverstorven natuur u aanlokt, uw genoegen te tonen in vreugdige omstandigheden en uw ontevredenheid in droevige; en dit stilzwijgen zal strekken om dat van Jezus te eren, die eenzaam verblijft in het Heilig Sacrament. Door dit middel zult gij leren omgaan met zijn Heilig Hart en het in stilzwijgen leren beminnen.”

De liefderijkste zal er het meest worden door bemind

Jezus: “Gij moet zachtmoedig worden en met geduld het humeur en de kleine onaangenaamheden en wispelturigheden van de naaste verdragen, zonder boos te worden over de geringe tegenspraak die gij van hem ondervindt; gij met hem integendeel van ganser harte alle diensten bewijzen, die in uw vermogen zijn; want dit is het ware middel om de genegenheid van het Heilig Hart te winnen. ”

Het kindje Jezus verschijnt aan de Heilige om haar tot voorbeeld te dienen

De Heilige verhaalt ons, als volgt, een verschijning der heilige Maagd, waarmee zij in één van haar retraites werd begunstigd: “Mijn heilige Bevrijdster, vereerde mij met een bezoek, waarbij zij haar Goddelijke Zoon in haar armen droeg; zij legde Hem in de mijne en zei: ‘Ziedaar diegene die u komt leren wat gij moet doen.’ Toen voelde ik mij doordrongen van overgrote vreugde en gedreven door een vurig verlangen om Hem te liefkozen; dit liet Hij mij doen zoveel ik wilde, en toen ik van vermoeidheid niet langer kon zei Hij mij: ‘Zijt gij nu tevreden? Dat dit u mag dienen voor altijd, want ik wil dat gij onderworpen zijt aan Mijn macht, gelijk gij gezien hebt dat Ik het was aan de uwe. Hetzij Ik u liefkoos of u kwellingen overzend, moet gij geen andere gevoelens hebben, dan dewelke Ik u zal ingeven.”

Verzuchting tot het Hart van Jezus

“O Jezus, mijn enige liefde, neem, ik bezweer het U, al mijn gedachten in beslag, en onttrek mijn hart aan al wat beneden de hemel is, door de kracht van Uw liefde, die vlammender is dan vuur en zoeter dan honing. Maak dat ik sterf uit liefde tot uw liefde. O, mijn Meester, wond zo dit hart dat aan u toebehoort, en doorboor het zo van alle zijden, dat het niets meer kan bevatten, wat aards en menselijk is. O Hart van Jezus, ik kwijn weg van verlangen om met U verenigd te zijn, om U te bezitten en mij in U te verliezen, om niet meer te leven dan in U, die mijn woonplaats zijt voor altijd. In U o allerbeminnelijkst Hart, wil ik beminnen, arbeiden en lijden. Verteer dus in mij alles wat het mijne is, stel er voor in de plaats wat het Uwe is, en vervorm mij in U. O allervrijgevigste Hart, o allerheiligste Hart, waarvan de eeuwige genieting zonder walg zal zijn, maar zeer verblijdend en het loon van alle gelukzaligen, o wat zijt Gij begerenswaardig, wat zijt Gij beminnelijk!”

Uit: De heilige Margareta Maria en het Heilig Hart van Jezus, oefeningen voor de Junimaand, uit de geschriften der H. Margareta Maria; de Vlaamse boekenhalle, Leuven, 1920.