Wat te doen? Tentoonstelling over Eucharistische Mirakelen in Nederland en België in abdij van Gistel

Vanaf zondag 22 oktober 2017  kunt u in de abdij van Gistel een korte tentoonstelling bezichtigen over Eucharistische Mirakelen in Nederland en België. In de periode van de 13de tot de 17de eeuw vonden er  7 Eucharistische Mirakelen in België en 10 in Nederland plaats. Vele van deze mirakelen zijn geheel in de vergetelheid geraakt. De expo vertelt ook over het H. Misoffer, de liturgische gewaden en toont diverse artefacten m.b.t. de H. Mis, Eucharistische Mirakelen en de Eucharistische devotie in de lage landen.

Waar: Abdij ‘Ten Putte’; Abdijstraat 84, 8470 Gistel – in de ‘Godelievezaal’ naast de cafetaria (ingang via cafetaria).

Ingang cafetaria is links.

Wanneer: Elke zondag van 14 tot 18 u. Ook kort open na de Mis, om 11u. Van 22 oktober tot 31 december.

Vrije toegang.

Website: https://eerherstelheiligsacrament.org/

 

Opmerking: U wilt graag de tentoonstelling bezichtigen, maar u vindt het te ver? Geen nood, deze zal ook nog op andere locaties in België (en Nederland?) gehouden worden. Dit is een rondtrekkende tentoonstelling – met de ‘première’ in Gistel. Volgende locatie zal waarschijnlijk in één of ander klooster in Vlaams Brabant zijn. Meer info volgt.

Eucharistisch mirakel van Parijs, Frankrijk, 1274 en 1290

Miniatuur over het Eucharistisch mirakel van Billettes (Parijs) – Ecole Française (XVIe siècle) . Bron: Musée du Saumur. Reproductie op een postkaart.

In het jaar 1274, toen Filips de Stoute aan de macht was, stal een dief een pyxis van de Kerk van de Heilige Servaas in Parijs en bracht het in stilte naar de Champ du Landit in de buurt van de Abdij van de Heilige Dionysius. Hier opende hij de gouden sluiting van de pyxis om de Hosties weg te gooien, maar zodra de pyxis open was vlogen de Hosties omhoog en begonnen rond zijn hoofd te zweven. Een aantal boeren die de Hosties zagen zweven rond de angstige jonge man gingen naar Mathieu de Vendome, de Abt van de Heilige Dionysius, die op zijn beurt weer de bisschop van Parijs ter hulp vroeg.

Zowel de Abt als de bisschop gingen samen met andere afgevaardigden van de kerken in de buurt naar de Champ du Landit, waar zij allen de Hosties zagen zweven. Toen de priester die de Hosties geconsecreerd had dichterbij kwam om het te onderzoeken daalde de Hosties in rust op zijn hand neer. Vele mensen begeleidden de priester en de Heilige Hosties terug naar de kerk waar vandaan de Hosties gestolen waren. Deze Hosties bleven in goede staat totdat ze verdwenen tijdens het verschrikkelijke antikatholieke vandalisme van de Franse Revolutie.

Naar aanleiding van dit Wonder beval de bisschop dat elke Vrijdag in de Kerk van de Heilige Servaas een gezang gezongen moest worden ter gedachtenis, en dat er een Getijde gebeden moest worden op iedere 1ste september. Deze viering werd voor vele jaren gehouden, zelfs nog nadat de Hosties waren verdwenen.

Tweede, spectaculairdere wonder in 1290

Slechts 16 jaar later, in 1290, werd Parijs gezegend met een ander, nog spectaculairder, Eucharistisch wonder (zie ook de miniatuur). Dit tweede wonder ging over een arme vrouw, die niets van waarde bezat, behalve een jurk die ze verkocht om eten te kopen. Paaszondag kwam eraan, en de vrouw verlangde er met heel haar hart naar om goed gekleed te zijn op Paaszondag. Maar omdat ze niet genoeg geld had om haar jurk terug te kopen vroeg ze de lommerd aan wie ze jurk had verkocht of ze de jurk voor één dag mocht hebben. De lommerd, die bekend stond als niet-christelijk, was benieuwd naar de Hostie die de Katholieke ontvangen tijdens de Heilige Mis. De vrouw kon de jurk volledig terug krijgen als ze hem het geconsacreerde brood gaf, die zij tijdens de Heilige Communie ontving.

Ze gaf toe aan dit schaamteloze voorstel, en de arme vrouw nam deel aan de Heilige Mis en ontving het Heilig Sacrament. Na in het geheim de Hostie van haar tong te halen, bracht ze de Hostie naar het huis van de lommerd die het op een tafel neerlegde. Toen stak, in bijzijn van de arme vrouw en zijn eigen kinderen, hij met een klein mes meerdere malen in de Hostie.

Toen spoot er bloed uit de sneden, die de vrouw en de kinderen raakte. Geschokt van het bloed gooide de man de hostie in een vuur, waar het zweefde tussen de vlammen, onaangetast door de vlammen of de hitte. Nu, nog banger, greep de man de Hostie uit het vuur en gooide, om de Hostie als nog te vernietigen, de Hostie in een vat met kokend water. Het water werd onmiddellijk rood en bloederig. Het water liep over de rand van de ketel en stroomde over de vloer naar buiten waar het de aandacht trok van voorbijgangers.

Een vrouw was benieuwd waar het vandaan kwam en ging naar binnen. Daar zag ze Onze Verlosser voor de ketel staan. Het beeld van Onze Verlosser verdween vrij snel, maar in de plaats daarvan zag de vrouw de Hostie zweven in de lucht. De Hostie daalde langzaam naar beneden. De vrouw greep een vaas en ving daarmee de Heilige Hostie op. Met grote zorg en eerbied werd de Hostie gebracht naar de Kerk van de Heilige Jean-en-Grevè, waar de Hostie werd bewaard as een kostbare schat en Het wordt geëerd met bijzonder vieringen, zeker op het feest van het Lichaam van Christus. De lommer, toen hij het bloed uit de ketel zag lopen, had zich verborgen in een donker hoek. Hij werd later gearresteerd en veroordeeld voor deze daad van heiligschennis.

Koning Filips IV (bijgenaamd Filips de Schone) en de bisschop van Parijs waren vlak na het Wonder op de hoogte gebracht. Uiteindelijk werd het huis waar het wonder had plaatsgevonden omgebouwd tot kapel. In 1444 was deze wonderbaarlijke gebeurtenis de inspiratie voor een toneelstuk: Het Geheim van de Heilige Hostie. Dit werd opnieuw verhaald in 1533 op het feest van het Lichaam van Christus.

Dit wonderbaarlijke wonder werd onderzocht door Pater Giry, die het opschreef in zijn boek: Dête du Tres-Saint Sacrement [Feest van het Hoogheilig Sacrament]. Hiermee wilde hij de katholieken overhalen om deel te nemen aan de viering ter gedachtenis van dit wonder. Het wonder was ook onderzocht door Monseigneur Guerin, de kanselier van Paus Leo XIII. Monseigneur Guerin schreef zijn bevindingen en feiten over deze gebeurtenis in zijn boek: Vies des Saints, en verklaarde het wonder als authentiek.

De kapel die was gebouwd van het huis waar dit wonder was gebeurd werd vervangen door een kerk die in de loop der tijd onder verschillende namen bekend stond: La Maison ou Dieu fut bouilli [Het Huis waar God werd gekookt], L’eglise du Sauveur bouillant [De Kerk van de kokende Verlosser], La Chapelle du Miracle [De kapel van het Wonder]. Uiteindelijk staat het bekend onder twee namen: De Kerk van de Heilige Fransicus en de Tempel van de Billetten. Deze kerk, gebouwd in de veertiende eeuw op de plaats waar het wonder heeft plaats gevonden is gebouwd door de Broeders van Liefde, die ook wel bekend stonden als Billetten, omdat de kleine rechthoekige scapulieren die ze droegen de mensen deed denken aan biljetten [in het Engels: billets]

De karmelieten vervingen de Broeder van Liefde en hebben de kerk afgebouwd in 1756, maar in 1812 kwam de kerk in handen van de Lutheranen. Naast de kerk is de middeleeuwse Cloitre de Billettes, een kloostergang van genade die in uitstekende staat is en nog vaak bezocht word door toeristen.

Bron: JOAN CAROLL CRUZ, Eucharistic Miracles, Tan Books and publishers, Rockford, Illinois, 1987

Eucharistisch mirakel van Boxtel-Hoogstraten, Nederland, 1380

Corporaaldoek met de bloedvlekken.

Dit mirakel gebeurde in 1380, toen priester Eligius Van den Aker in de Sint-Petruskerk van Boxtel de Heilig Mis aan het opdragen was. Eligius stootte per ongeluk op het Driekoningenaltaar de kelk om met het Heilig Bloed dat uit witte wijn was geconsacreerd. De corporaaldoek en de altaardoek werden met rode vlekken gekleurd.

Na het beëindigen van de mis probeerde Eligius tevergeefs de doeken in De Dommel uit te wassen. De vlekken verdwenen echter niet. Eligius verborg de doeken in zijn huis. Pas kort voor zijn sterven gaf hij ze aan zijn biechtvader en vertelde hij wat hem was overkomen.

Altaar waar het mirakel gebeurde.

Nadat deze wonderlijke gebeurtenis was onderzocht gaf kardinaal Pileus van Prato, op last van paus Urbanus VI, op 25 juni 1380 een oorkonde uit, waarbij hij toestond dat de Heilige Doeken eens per jaar aan de gelovigen zouden worden getoond.

Boxtel, dat in die tijd ruim 2000 inwoners had, werd daarop bedevaartsoord en met name op Drievuldigheidszondag bezocht door tienduizenden, soms wel 50.000 bedevaartsgangers. Er was alle aanleiding om de Sint Petruskerk tot een monumentale kerk uit te bouwen.

Zo’n drie eeuwen later, na de Vrede van Munster in 1648, werden de heilige doeken naar Hoogstraten gebracht, uit angst dat ze door de protestantse overheid in beslag zouden worden genomen.

Weer bijna drie eeuwen later kwam de corporale doek terug in de Sint Petruskerk van Boxtel.

En nu alweer zestig jaar trekt, ter herdenking van het wonder, op de zondag na Pinksteren de Heilig Bloedprocessie in klassieke luister door de straten van Boxtel. Honderden vrijwilligers zorgen dat dit religieus-culturele evenement van de eerste orde in stand blijft

Eucharistisch mirakel van Bois-Seigneur-Isaac, België, 1405

De bebloede corporaal. Eigen foto.

Bois-Seigneur-Isaac is een klein dorpje net over de taalgrens, niet ver van Halle. Reeds in op het eind van de 11de eeuw stond daar een kapelletje toegewijd aan O.L.Vrouw. In 1405 begon een vrome inwoner van Bois-Seigneur-Isaac, Jean de Huldenberge, hemelse visioenen en boodschappen te krijgen. De eerste keer krijgt Jean een verschijning van een man van ongeveer 30 jaar, gekleed in een blauwe mantel van hermelijn en omgeven met een fel licht. Vervolgens doet hij zijn mantel een beetje open en toont zijn lichaam overdekt met wonden waar bloed uit stroomt, en hij zegt met klagende stem: “Kijk hoe wreed ik werd behandeld. Ik smeek u, heb medelijden met mij, zoek een arts om mij te genezen en doe mij gerechtigheid.” Onze Heer vroeg om boete en eerherstel. Jean begreep het niet. De volgende nacht verscheen de Heer opnieuw met dezelfde vraag. En de derde nacht opnieuw. Jean zegt dat hij niet weet waar Hij woont, indien hij een arts zou vinden. Dan zei de Heer: “Neem de sleutel van de kapel en ga erheen. Daar zul je me vinden en weten wie Ik ben.” Hij deed wat hem gevraagd was, en in de kapel gekomen zag hij boven het altaar een visioen van Christus aan het kruis, met zijn gruwelijke open wonden en zijn zijde waar bloed uit vloeit.

De monstrans met de bebloede corporaal, waar tijdens de processie of aanbidding ook een H. Hostie in kan geplaatst worden. Eigen foto.

De volgende dag, vroeg in de ochtend, hoorde priester Pierre Ost van Haut-Ittre een stem in zijn droom die hem beval om in de kapel van Bois-Seigneur-Isaac de Mis te gaan vieren, en dan werd hij wakker. In de kapel zijn een aantal mensen waaronder ook Jean van Huldenberge. De priester begon de Mis en toen hij de corporaal openvouwde zag hij dat er een stuk geconsacreerde Hostie op lag, van de vorige keer. Hij wilde het opnemen, maar het bleef vastkleven aan de corporaal. Plots begint de Hostie te bloeden, waarop priester Ost verbleekt en flauwvalt. Jean ging naar de priester en stelde hem gerust: “Vrees niet, dit voorval komt van God,” en vertelde hem over zijn visioenen.

Glasraam in de kerk. Eigen foto.

Na de Mis toonde de priester het mirakel aan de gelovigen. De Hostie bleef vier dagen bloeden, totdat er een grote bloedvlek op de corporaal was, waarna het bloed langzaam opdroogde.

De bebloede corporaal werd vervolgens aan kerkelijk onderzoek onderworpen. Bisschop d’ Ailly van Cambrai hield de corporaal twee jaar bij zich, maar iedere poging om het bloed te verwijderen mislukte. Op 18 oktober 1411 vaardigde Kardinaal Légat een bul uit waarin hij de echtheid van het mirakel bevestigde. Tot op heden wordt dit mirakel elk jaar geëerd met een plechtige processie.

Men kan dit Bloedmirakel bezichtigen in de relikwiekapel van de H.Bloedkapel (kerk) van het Klooster van St. Charbel. Deze kapel is te bereiken langs de zijdeur links vooraan in de kerk. In de relikwiekapel bevindt zich ook een relikwie van het H. Kruis, van de Doornenkroon en van de Heilige Charbel (aan wie het klooster is gewijd).

Kapel van het Heilig Bloed.

 

Eucharistische mirakelen bewijzen Christus’ tegenwoordigheid – en toch geloven de mensen niet

Eucharistisch wonder van Lanciano.

Doorheen de hele kerkgeschiedenis zijn er meer dan 150 Eucharistische mirakelen gebeurd, in alle hoeken van de wereld. En er blijven nieuwe wonderen gebeuren tot op vandaag. Wonderen kunnen verschillend van aard zijn: zo zijn er bloed- en vleeswonderen (hosties die in vlees veranderen en/of waar bloed uit komt), conserveringswonderen (geconsacreerde hosties die niet vergaan), brandwonderen (hosties die onaangeroerd uit het vuur gehaald werden) en boomwonderen (hosties die in een boom werden gestopt en waar een miraculeus kruis uit groeide of werd gemaakt). Het oudst bekende wonder is dat van Lanciano, Italië, dat gebeurde omstreeks het jaar 750. Het meest recent goedgekeurde wonder is dat van Legnica in Polen, dat plaatsvond in 2013.

Het wonder van Legnica. In een geconsacreerde Hostie die op de grond was gevallen en in water was gelegd, verscheen een rode vlek: een hartvormig stukje hartspierweefsel.

Ook in België en Nederland vonden er in de loop van de eeuwen verschillende Eucharistische mirakelen plaats waaronder in Herentals, Brussel, Gent, Viversel, Middelburg, Amsterdam en Boxmeer.

Alle Eucharistische mirakelen die wetenschappelijk worden onderzocht, krijgen steeds dezelfde conclusie: het vlees is weefsel van de hartspier van een man van ongeveer 30 jaar, in doodsstrijd; het bloed is menselijk: het heeft menselijk DNA en heeft bloedgroep AB. Het weefsel en het bloed van alle onderzochte mirakels is duidelijk afkomstig van één en dezelfde persoon. Bovendien is bloedgroep AB relatief zeldzaam, behalve bij mensen uit het Midden-Oosten en onder Joden.

Lijkwade van Turijn.

Voorbeelden van Eucharistische wonderen die werden onderzocht zijn die van Lanciano (Italië); Tixtla (Mexico); Legnica (Polen); Buenos Aires (Argentinië). Opvallend is dat de resultaten van het bloedonderzoek overeenkomen met die van het onderzoek van de Lijkwade van Turijn. Ook daar vond men dat de aanwezige bloedsporen bloedgroep AB hadden.

Dr. Castañon is een wetenschapper die eigenlijk een overtuigde atheïst was, maar zich bekeerde tot het katholiek geloof toen hij een Eucharistisch wonder onderzocht. Hij getuigde hoe de verbazingwekkende resultaten van het onderzoek van het wonder van Buenos Aires van de jaren 1990 hem met verstomming sloegen. Hij liet het staal onderzoeken in verschillende laboratoria, zonder te zeggen waar het van afkomstig was. Eén van de onderzoekers vroeg hem: “Leg mij eens uit hoe jij het hart uit een dode persoon haalt en het levend tot mijn lab in New York brengt?” Hij had de spiervezels namelijk nog zien bewegen. Dr. Castañon vertelde hem toen: “Het is niet wat je denkt. Dit staal komt van een geconsacreerde Hostie.” De onderzoeker wist niet waar hij het over had en was met stomheid geslagen.

Eucharistisch wonder van Buenos Aires, 1996.

Dr. Castañon nam toen ook contact op met de onderzoekers van het Eucharistisch wonder van Lanciano (dat een grove 1300 jaar eerder plaatsvond), en die zeiden dat zijn resultaten overeenkwamen met die van hen: “Het weefsel is afkomstig van dezelfde persoon.” Het bloed en het DNA is namelijk hetzelfde.

Zie hieronder de video met het getuigenis van doctor Castañon:

Waarom gebeuren deze wonderen?

God laat deze wonderen geschieden om de mensen te helpen te geloven in de Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus Christus in dit Heilig Sacrament.
Eén van de steevaste tekenen van een Eucharistisch mirakel is dat het geloof weer toeneemt en de mensen weer meer eerbied hebben voor Jezus in dit Sacrament. Vaak kwam er een hele bedevaart op gang en werden er plechtige processies gehouden ter ere van het ‘Sacrament van Mirakel’. Zonder deze wonderen zou het geloof en de liefde voor dit Sacrament reeds lange tijd uitgedoofd zijn, want zij zijn hét bewijs bij uitstek dat Christus letterlijk bedoelde wat hij heeft gezegd in het Evangelie: Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dát brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld. (Joh. 6,50-52)

Echter, ondanks de talloze wonderen en wetenschappelijke bewijzen geloven velen nog steeds niet. Daarom is het belangrijk om deze wonderen, die vaak in de doofpot gestopt worden, meer bekend te maken.

Eucharistisch mirakel van Amsterdam, Nederland, 1345

Amsterdam in de middeleeuwen.

In 1345 was Amsterdam een klein vissersdorp dat bestond uit vier straten en enkele watergrachten langs het hoofdkanaal. Er waren kleine bescheiden hutten van de vissers, een kerk en een klooster. Het klooster was het grootste gebouw in het dorp. Het Eucharistisch Mirakel dat in dit kleine dorp plaatsvond op 13 maart 1345, was het begin van de groei waardoor Amsterdam nu bekend is. Op de 600ste verjaardag van het mirakel, op 13 maart 1945, weten de Nederlandse Katholieken alle groei en vooruitgang van hun stad aan het Eucharistisch Mirakel.

Het Mirakel gebeurde in een huis in de Kalverstraat waar een visser genaamd Ysbrant Dommer op zijn sterfbed een priester inriep om hem de laatste sacramenten en de H. Communie toe te dienen. Nadat de priester de biecht van de man had gehoord, zegende hij hem met de olie voor de Ziekenzalving, en gaf hem de Communie.

De priester was nog maar net weggegaan of de zieke man begon geweldig te hoesten. Zijn vrouw liep naar hem toe, om hem trachten te helpen, maar haar echtgenoot rochelde en stikte bijna, en braakte de inhoud van zijn maag uit, inclusief de Hostie die nog intact was. De vrouw reageerde instinctief. Ze schepte de Hostie op in gooide het in het haardvuur. Ze besefte al gauw haar zware fout, maar het vuur raasde en ze was niet in staat om haar hand erin te steken, uit angst om zich te verbranden. Die nacht sliep ze zeer slecht, draaiend en woelend. Ze was bang dat ze een vreselijke zonde had begaan en ze had nachtmerries over de Heilige hostie de ze in het vuur had geworpen.

De volgende morgen, van zodra ze uit bed was, ging ze naar de open haard. Het vuur was nog niet gedoofd, want de kolen waren nog zeer heet. Ze pookte in de kolen en zocht naar de Hostie. Tot haar verbazing zag ze plots de Hostie liggen op een brandende kool. Het was in het geheel niet verbrand. Ze pakte de Hostie onmiddellijk vanuit het vuur en wikkelde het zorgvuldig in een propere linnen doek en plaatste het vervolgens in een kist, om het veilig te bewaren.

Dan riep ze de priester die de vorige nacht naar haar huis was geweest en vertelde hem het verhaal. De priester plaatste de Hostie in een pyxis en waste de doek waarin het gewikkeld geweest was. Hij droeg toen de Hostie naar de parochiekerk van St. Nicholas. De priester dacht dat het best zou zijn om niemand te vertellen over deze gebeurtenis, om geen roddel in de hand te werken over de vrouw of haar echtgenoot. Hij nam de Hostie en bracht hem naar de Kerk en plaatste het in het tabernakel.

De volgende morgen vond de priester, tot zijn verbazing, de pyxis leeg. Maar de Hostie werd al gauw ontdekt door dezelfde vrouw toen ze de kist opende om enkele doeken te nemen. Ze was verbijsterd en verward omdat ze wist dat de priester Het de vorige dag had meegenomen. Had ze zo’n vreselijke zonde gepleegd, dat de Heer het bewijs terugbracht om haar te straffen met het aanschouwen ervan? Ze liep naar de kerk en vertelde wat er gebeurd was aan de priester. Opnieuw plaatste de priester de Eucharistie in een pyxis en bracht het naar de kerk. Dan, nadat de Hostie opnieuw verdwenen en ontdekt werd, contacteerde de priester andere leden van de geestelijkheid voor raadgeving. Allen gingen akkoord dat deze gebeurtenissen een direct bewijs waren van Gods tussenkomst, en blijkbaar een teken dat het mirakel openlijk zou moeten geëerd worden. Jezus wilde dit mirakel gebruiken om Zijn slapende mensen wakker te maken. De miraculeuze Hostie was een licht die over heel Europa zou moeten schijnen.

De priester vertelde zijn medebroeders over het mirakel en het verhaal verspreidde zich spoedig in de stad en het omgevende land. Toen de priester een processie vormde om naar het huis van de visser te gaan om de Heilige Hostie te halen, volgde een grote volksmassa hem en zijn medepriesters. Ze droegen de Heilige Hostie terug naar de Kerk van St. Nicholas en brachten de Heer de eer die Hij verdiende om het geven van zo’n groot geschenk aan deze nederige mensen.

Een ander wonderbaar element van het verhaal is dat de visser die stervende was, en waaraan de priester de Eucharistie gaf in die eerste nacht, niet stierf. Integendeel, hij herstelde, God zij dank. Echter, toen het verhaal van het mirakel de oren van de stadsmensen bereikte, en diegenen van andere dorpen, gingen ze allemaal naar het huis van de visser om te zien waar het mirakel had plaatsgevonden. Het werd al gauw een soort van heiligdom, en kort daarna een kapel.

Er werden officiële onderzoeken ingesteld door het burgerlijk magistraat en de gemeenteraad, en naderhand waren allen tevreden met de geloofwaardigheid van de getuigenissen. Ze bevestigden de gebeurtenis als een feit en onderstreepten het mirakel in officiële stadsdocumenten. Ook de kerkelijke autoriteiten, voorgegaan door de Bisschop van Utrecht, hielden een uitgebreid onderzoek vooraleer de clerus toe te staan informatie over de gebeurtenis door te geven.

In een pastorale brief, verklaarde de bisschop officieel dat er een authentiek mirakel had plaatsgevonden in de kleine stad van Amsterdam. In diezelfde pastorale brief, stond hij de verering van de Miraculeuze Hostie toe. Het kleine huis van de visser werd spoedig in een kapel veranderd, genaamd Heilige Stede, en de Heilige Hostie werd op het hoofdaltaar geplaatst voor aanbidding. De open haard van de visser werd bewaard en werd een permanent onderdeel van het nieuwe heiligdom.

Kapel Heilige Stede, na de Alternatie in 1578 door de Protestanten overgenomen en omgedoopt tot ‘Nieuwe Zijds Kapel’.

Mirakel op mirakel – tweede mirakel van 1452

Een tweede mirakel vond plaats ruim 100 jaar later. Amsterdam was aanzienlijk gegroeid in de eeuw sinds het eerste mirakel had plaatsgevonden. Op 24 mei 1452 stond de hele stad in lichterlaaie. De meeste gebouwen werden vernield in de brand. Toen de Kapel Heilige Stede in brand vloog, ondernamen enkele parochianen een poging om de miraculeuze Hostie te redden van de vernieling door de vlammen. Ze trachtten het tabernakel open te breken; de Hostie was in een mooie monstrans geplaatst die in het tabernakel stond. De hitte in de kerk werd ondraaglijk en de hitte had het onmogelijk gemaakt om de deur open te krijgen. Toen het plafond het begon te begeven, renden ze naar buiten, en hun missie was geëindigd in een falen. De hele kerk stortte ineen en brandde af tot op de grond, inclusief het tabernakel.

Er was grote droefheid in de stad, en zeker onder diegenen die tevergeefs hadden geprobeerd om de Hostie te redden. De volgende dag zochten ze tussen de verkoolde resten en de as naar overblijfselen. Hun verdriet sloeg al gauw om in vreugde toen ze de Monstrans ontdekten, die volledig onaangeroerd stond tussen de assen van de kerk. Zelfs de zijden doek die de monstrans bedekte, werd van het vuur gespaard. Opnieuw redde de Heer dezelfde Hostie van de vlammen, in hetzelfde huis in Amsterdam.

 

Spoedig daarna werd een nieuwe kapel gebouwd, mooier en eleganter dan de vorige. De faam van het Eucharistisch Mirakel van Amsterdam, nu bekend als een dubbel mirakel, verspreidde zich buiten Nederland naar heel Europa. Keizer Maximilaan van het Heilig Roomse Rijk, ging op pelgrimstocht naar Amsterdam. Hij bad voor een genezing bij het heiligdom, welke hem werd verleend vanwege zijn geloof. Hij toonde zijn dankbaarheid door mooie geschenken te geven aan de Kapel van het mirakel. Amsterdam en het Eucharistisch Mirakel werden een belangrijke plaats voor pelgrimstochten en processies.

Echter, tijdens de periode van de Protestantse Reformatie en de beeldenstorm in 1566 werd de Kapel Heilige Stede vernield en geplunderd. Daarbij ging ook de monstrans met de Miraculeuze Hostie verloren. Twaalf jaar later, na de Alternatie in 1578 werd de kapel officieel door de Protestanten ingenomen. Zij gebruikten het eerst als paardenstal en opslagplaats. Daarna vierden zij er hun diensten. In 1908 besloot de Protestantse gemeenschap de Kapel af te breken, onder luid protest van de Katholieken. Heden is er nog maar weinig bewaard gebleven. Behalve enkele zuilen van de kapel is er ook de jaarlijkse Stille Omgang in Amsterdam, steeds rond de 15de maart. Processies werden na 1578 verboden, en de Katholieken vonden na een tijd de route van de vroegere processie terug, wat hen op het idee bracht om een stille omgang te organiseren, een initiatief dat tot op heden voortduurt. Jaarlijks nemen daar zo’n 8000 mensen aan deel.

 

De bekende ‘Mirakelkolom’ van Amsterdam, één van de zuilen van de in 1908 afgebroken Kapel Heilige Stede, die staat op de plaats waar die kapel met het Sacrament van Mirakel zich bevond.

 

Bronnen:
Boetjus A. Bolswert, Amstelredams eer ende opkomen door de denckwaerdige miraklen aldaer geschiedt aen ende door het H. Sacrament des Altaers anno 1345, Uitgeverij Hendrik Artssens, Antwerpen, 1629
Wikipedia