Het lijden van Christus – om dagelijks te overwegen

De grote heiligen deden het, en de Allerheiligste Maagd Maria als eerste: dagelijks het lijden overwegen van Jezus. De Heilige Maagd had in haar tuin bij haar huisje in Efeze de kruiswegstaties gemaakt en overwoog die elke dag. De Heilige Paulus van het Kruis, stichter van de Passionisten, overwoog dagelijks het lijden van de Heer, vaak onder tranen. Het heilig Paterke van Hasselt bad dagelijks de kruisweg.

Indien wij onze liefde voor Jezus willen vermeerderen, is het goed om ook, net zoals zij, dagelijks godvruchtig het lijden van de Heer te overwegen. Dat kan ook door bijvoorbeeld een rozenhoedje met de droevige mysteries te bidden, en dan bij elk mysterie een aantal minuten mediteren.

Het leven hier op aarde is geen paradijs. Er is zonde en er is lijden. En zo is dat ook voor Christus. Alhoewel Hij verrezen is en naar de Hemel is gegaan, lijdt hij nog steeds. Zo ook de Allerheiligste Maagd. Zij zullen blijven lijden omwille van de zonden, tot het einde der tijden, wanneer de zonde zal ophouden te bestaan.

In 1913 verscheen Jezus aan Pater Pio en zei:

“Geloof niet dat mijn doodsstrijd slechts drie uur geduurd heeft, nee. Ik zal omwille van de zielen, voor wie Ik zoveel gedaan heb, in doodsstrijd zijn tot het einde van de wereld. Gedurende de doodsstrijd, mijn zoon, is er geen behoefte aan slaap. Mijn ziel heeft dorst naar enkele druppels menselijk medelijden, maar ach, ze laten me alleen onder het gewicht van de onverschilligheid.”

Jezus en Maria lijden voortdurend door de zonden, de beledigingen en de heiligschennissen die hen worden aangedaan. Vandaar dat de Engel in Fatima aan de drie herdertjes en ook aan ons een gebed van eerherstel leerde:

“Allerheiligste Drieëenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U diep en ik offer U op, het allerkostbaarste Lichaam en Bloed, de ziel en de Godheid van Jezus Christus, tegenwoordig in alle heiligdommen van de aarde, tot eerherstel van de versmadingen, heiligschennissen en onverschilligheid waardoor Hij beledigd wordt. En om de oneindige verdiensten van Zijn allerheiligste Hart en van het Onbevlekt Hart van Maria bid ik U de bekering van de arme zondaars.”

Maria toont haar lijden door de velen bloed-wenende beelden; zie ook de film ‘Tranen van de Hemel’:

Als we Jezus’ doodsstrijd willen overwegen, denken we dan aan alle zonden en heiligschennissen die de Heer heeft moeten aanschouwen in die éne nacht, en nu nog moet aanschouwen: al die onschuldige kinderen die op gruwelijke wijze geaborteerd worden; de seksuele perversiteit; de haat, de moorden en de oorlogen; de heiligschennissen Hem worden aangedaan in de heilige Eucharistie, het gevloek en de godslasteringen, de onverschilligheid en lauwheid van zoveel geestelijken… en ga zo maar verder. Er is geen vreugde in de Hemel hierover, maar verdriet en lijden…

Laten wij Hen een druppel medelijden geven door te willen mee lijden, eerherstel te brengen en hen te troosten.

Denk vervolgens aan alle gruwelijke folteringen die Jezus heeft doorstaan, de geseling waardoor zijn gehele lichaam één wonde was; de doornenkroning met de doornen die diep in zijn hoofd doordrongen; de talloze beledigingen, beschimpingen, het gespuw, de ontelbare slagen,… zijn diepe schouderwonde en zijn smartelijke kruisweg; en tenslotte zijn kruisiging en zijn sterven.

Christus zou zo geleden hebben en gestorven zijn al was het maar om één ziel te redden. Hij heeft dus al dat lijden doorstaan eerst en vooral voor jou alleen. En Christus vernieuwt dit offer in elke Heilige Mis. De Heilige Mis en Christus op het kruis te Golgotha zijn als het ware één.


Enkele devoties tot het Lijden van de Heer

 

Gebed tot de schouderwonde van Jezus

De Heilige Bernardus vroeg eens aan de Zaligmaker, welke de grootste van zijn smarten geweest was, onbekend gebleven voor de mensen. Jezus antwoordde Hem: “Ik had een zware wonde op de schouder, waarop Ik het kruis gedragen had en de wonde was pijnlijker dan de andere, de mensen spreken er niet over omdat het onbekend gebleven is. Vereer deze en Ik zal je alles toestaan, wat je mij door haar heilige kracht zal gevraagd hebben; al diegenen die deze wonde met ware liefde zullen vereren, zullen de vergiffenis van hun doodzonden verwerven, en Ik zal de dagelijkse zonden, die zij begaan hebben, niet meer gedenken.”

O liefderijke Jezus! O zachtmoedig Lam Gods! Welke ellendige zondaar ik ook ben, toch wil ik de heilige wonde vereren waarop Gij uw lang zwaar kruis gedragen hebt. Dit kruis, na uw heilig vlees afgerukt te hebben, drukte zwaar op uw ontblote beenderen en deed U heviger pijn gevoelen dan al de andere wonden van uw lichaam. Ik aanbid U, allerdroefste Jezus! Ik loof en zegen U vanuit mijn hart, voor deze heilige en smartelijke wonde van uw schouder. Ach, door de geweldige pijn welke Gij hierdoor uitstond en welke het gewicht van het zware kruis onophoudelijk vermeerderde, smeek ik U met veel ootmoedigheid, medelijden te hebben met mij, een arme zondaar; mij mijn dodelijke en dagelijkse zonden te vergeven en mij langs de weg van uw kruis naar de Hemel te geleiden. Amen.


Stabat Mater

Naast het kruis, met schreiende ogen
Stond de moeder, diep bewogen
Toen de Zoon te sterven hing,
En haar door het zuchtend harte,
Overstelpt van wee en smarten,
’t Zevenvoudig slagzwaard ging.

O hoe droef, hoe vol van rouwe,
Was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods ene Zoon!
Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij,
En wat folteringen leed zij,
Bij ’t aanschouwen van die hoon!

Wie, die hier niet schreien zoude,
Als hij ’t grievend leed aanschouwde,
Dat Maria’s ziel verscheurt?
Wie kan, zonder mee te wenen,
Christus’ moeder horen stenen,
Nu zij met haar zoon hier treurt?

Voor de zonden van de zijnen
Zag zij Jezus zo in pijnen,
En de wrede geselstraf,
Zag haar lieve Zoon zo lijden,
Heel alleen de doodskamp strijden,
Totdat Hij zijn geest hergaf.

Geef, o Moeder! bron van liefde,
Dat ik voel, wat U zo griefde,
Dat ik met U medeklaag.
Dat mij ’t hart ontgloeit van binnen,
In mijn Heer en God te minnen,
Dat ik Hem alleen behaag.

Heil’ge Moeder, wil mij horen,
Met de wonden mij doorboren
Die Hij aan het kruishout leed.
Ach, dat ik de pijn gevoelde,
Die uw lieve Zoon doorwoelde,
Toen Hij stervend voor mij streed.

Mocht ik klagen al mijn dagen,
En zijn plagen waarlijk dragen,
Tot mijn jongste stervenssmart.
Met U onder ’t kruis te wenen,
Met uw rouw mij te verenen,
Dat verlangt mijn zuchtend hart.

Maagd der maagden! nooit volprezen,
Wil voor mij niet bitter wezen,
Laat mij treuren aan uw zij,
Laat mij al de wrede plagen,
En de dood van Christus dragen,
Laat mij sterven zoals Hij.

Laat zijn wonden mij doorwonden,
Worde ik bij zijn kruis verslonden
In het bloed van uwen Zoon.
Moge ik in het vuur niet branden,
Neem, o Maagd, mijn zaak in handen
In het oordeel voor Gods troon

Christus, moge ik eens behalen,
Als mijn levenszon gaat dalen,
Door uw Moeder, palm en prijs.
En als ’t lichaam dan zal sterven,
Doe mijn ziel de glorie erven
Van het hemels paradijs.

Amen


Kruisweg

(Uit het Hemels Palmhof, 1949)

Voorbereidend gebed.
O Jezus, mijn goddelijke Verlosser en Zaligmaker, ik wil U in de geest op uw bloedige kruisweg vergezellen en uw lijden overwegen. Ik beken het, ik ben een zondaar, een onwaardige; maar ik reken op uw barmhartigheid en op de oneindige verdiensten van uw lijden. Ik verfoei al mijn zonden en wil voortaan U boven alles beminnen. Ik bid U, laat mij de aflaten, aan deze godvruchtige oefening verbonden, verdienen en wil ze toevoegen zo aan mij als aan de zielen van het Vagevuur en in het bijzonder aan de ziel van [….].

EERSTE STATIE
Jezus wordt ter dood veroordeeld.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U. Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.

Jezus staat voor Pilatus, de rechter… Zijn hoofd is gekroond met scherpe doornen; zijn Lichaam draagt de striemen en wonden van de vreselijke geselslagen; over zijn schouders hangt een purperen spotmantel. Hij, die de rechter is van levenden en doden, wordt zelf geoordeeld; Hij die niets dan goed heeft gedaan, wordt laf een vals beschuldigd als ware Hij de grootste misdadiger; Hij door wie leeft al wat leven heeft, wordt veroordeeld tot de dood, de schandelijke en wrede dood van het kruis.
Diep sneed dit onrechtvaardig vonnis door Jezus’ onschuldig hart. Maar Hij aanvaardt het kalm en gelaten, zonder zucht of klacht. Hij aanvaardt het uit liefde tot ons: door Zijn Bloed zal Hij uitwissen het doodvonnis dat tegen ons geschreven stond. O Jezus, eens zal ik staan voor Uw Rechterstoel, ik, die zoveel heb misdreven. Reeds nu doe ik beroep op Uw liefde en barmhartigheid: ik bid U, wees dan voor mij geen rechter, maar een Redder.

Onze Vader…. Wees gegroet…
Ontferm U over ons, Heer ontferm u over ons. God, wees ons zondaars genadig; dat de zielen van de gelovigen door Gods barmhartigheid in vrede mogen rusten. Amen.

TWEEDE STATIE
Jezus neemt het kruis op Zijn schouders.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Het kruis wordt aangebracht. De spotmantel wordt van Jezus schouders gerukt: in Zijn eigen klederen zal Hij in het openbaar verschijnen, opdat iedereen kan zien, dat Hij het is, de grote Profeet, die ter kruisiging wordt weggeleid. De menigte juicht en tiert met wild en woest geschreeuw terwijl het kruis op Jezus’ schouders wordt gelegd. Jezus jubelt stil en diep in Zijn Hart. Hij slaat zijn rond de stam van het kruis. Hij heeft het lief! Daarop zal luid spreken, Zijn liefde voor Zijn Vader en Zijn liefde voor de mensen. Door Zijn zoendood aan het kruis zal Hij volledig eerherstel brengen aan de Vader, en de mens verlossen van de zonde en haar eeuwige straf. Jezus beeft niet voor het kruis als voor een afgrijselijk foltertuig, neen, Hij begroet het als het gezegend red- en heilmiddel voor heel de wereld. O Jezus, geef mij de genade dat ik, tot mijn zielenreiniging, iedere dag mijn kruis gewillig opneem, dat ik zo achter U treed als uw waardige volgeling en eens mag binnengaan in de mooie hemel die Gij door Uw H. Kruis voor ons hebt geopend.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God wees ons…

DERDE STATIE
Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis.

Wij aanbidden… Omdat Gij…

Met het kruis op de schouders is Jezus de bloedweg opgegaan. Twee ter dood veroordeelde boosdoeners worden tegelijk met Hem weggeleid. Een grote menigte volk volgt en omringt Hem, lachend en spottend. Jezus bidt en lijdt, vol hoop en vertrouwen. Maar de wrede mishandelingen, het drukken en stoten van het zware kruis hebben Zijn krachten uitgeput. Zijn schreden wankelen… Hij valt… In de sombere nacht, die net voorbij is, viel Jezus, terwijl Zijn zweet droop als bloeddruppels, biddend op Zijn aangezicht neer ter aarde onder de zwijgende olijfbomen in de stille hof… Nu ligt Hij daar op de openbare weg, op de harde stenen onder het ruwe kruishout. Het zweet en het bloed druipt van Zijn bleek voorhoofd, het bloed vloeit over heel zijn doorwond Lichaam. En het opgehitste volk jouwt Hem uit! Het zijn onze zonden die op Hem wegen. De Profeet had het voorspeld: “De Heer legde op Hem ons aller ongerechtigheden”. Jezus zal ze dragen tot het uiterste toe… In de Olijfhof sprak Hij moedig en bemoedigend tot zijn door ontroering verdwaasde en verlamde leerlingen: “Staat op, laat ons gaan!” En nu, sterk door de goddelijke kracht, staat Hij op en zet de weg voort naar de dood. O Jezus, ook mijn zonden sloegen U neer, maar Uw liefde, ook voor mij, richtte U op. In uw goedheid, schenk mij de genade, dat mijn ziel, hoe vermoeid zij ook ooit moest worden, toch niet bezwijkt onder de last die zij draagt, noch in de strijd, die zij te voeren heeft.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

VIERDE STATIE
Jezus ontmoet zijn bedroefde Moeder.

Wij aanbidden… Omdat Gij…

Van onder het kruis heft Jezus Zijn hoofd op, en daar ziet Hij Zijn lieve Moeder! Welk een ontmoeting! Naast elkaar staan de twee heiligste en onschuldigste personen in de uiterste en bitterste smart! Wat Jezus en Maria toen leden kunnen wij niet begrijpen, want wij kunnen die liefde niet kennen die er klopte in hun beide harten. Maar hun liefde gaat tot alle mensen: voor de mensen willen zij lijden. Jezus sprak: Mijn Vader, slachtoffers hebt Gij niet gewild; zie hier ben Ik, Ik Uw eigen Zoon, bied Mij aan als zoenoffer voor de mensen. En Maria heeft tot de Vader gezegd: Al wat gij van mij vraagt tot medewerking van de verlossing der mensen, aanvaard ik; mij geschiede naar Uw woord. Jezus staakt zijn weg niet; Maria vraagt niet dat Hij het kruis neerlegt, beiden zien op naar Golgotha: op die berg zullen zij hun offer voltrekken. O Jezus, moge ik naast U treden op mijn levensweg en naast U mijn kruis dragen. En gij, O Maria, kom mij tegemoet in mijn lijden naar ziel en lichaam, en toon dan dat gij mijn Moeder zijt.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

VIJFDE STATIE
Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen.

Wij aanbidden… Omdat Gij…

Traag sleept Jezus Zijn kruis voort. Zijn ledematen beven, zijn schreden wankelen al meer en meer. Zij die Hem wegvoeren, willen Hem wat hulp schenken, niet uit medelijden, maar omdat ze vrezen dat Hij onderweg zal bezwijken en ze de voldoening niet zullen hebben Hem aan het kruis te zien sterven. Een zekere Simon, een Cyreneër, kwam juist van het veld terug en zij legden hem het kruis op om het achter Jezus te dragen. Jezus vernedert zich. Hij, zonder wiens voortdurende hulp niemand iets vermag, Hij aanvaardt die hulp, al wordt zij Hem dan ook met boze inzichten gegeven. Dankbaar blikt Hij Simon aan… Jezus verbergt Zijn godheid. Als een ellendige, als een machteloze, opgericht en gesteund, wil Hij Zijn moeizame weg voortzetten, Hij die met almachtige hand alles ter wereld recht een staande houdt! O Jezus, ook mij houdt Gij recht! Ik ben in Uw hand. O help mij bij het dragen van mijn kruis. Het weegt soms zo zwaar en ik ben zo zwak. Maar met U ben ik sterk en mag ik met de Apostel uitroepen: “Ik vermag alles in Hem, die mij versterkt”

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

ZESDE STATIE
Veronica droogt het aanschijn van Jezus af.

Wij aanbidden… Omdat Gij…

Door de menigte heen komt een vrouw tot Jezus. Zij kan het niet aanzien hoe het bloedig zweet van onder de stekende doornen neerdruipt in Zijn rode gezwollen ogen en over heel Zijn onmenselijk verwrongen gelaat. Zij heeft medelijden, en met een doek droogt zij voorzichtig Jezus’ gelaat af. O edel liefdewerk! Het ontvangt van Jezus’ Hart Zijn rijke beloning. Hij drukt Zijn aanschijn af in de doek, die er zacht overheen glijdt. Welk een schat mocht die vrouw meedragen! Hoe zal zij verder in haar leven, onder Gods genade, steeds meer en meer de waarde ervan begrepen en beseft hebben. O Jezus, ootmoedig smeek ik U: schenk mij ook een schat: prent Uw aanschijn diep in mijn hart. Geef dat ik elke dag voor mij zie en innerlijk overweeg wat Gij voor mij hebt geleden; geef dat mijn leven aangenaam is in Uw ogen, en dat ik eens waardig mag bevonden worden Uw heilig aanschijn te aanschouwen in al zijn heerlijkheid, en in aanbidding en huldebetuiging er voor neer te knielen in alle eeuwigheid.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

ZEVENDE STATIE
Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis.

Wij aanbidden… Omdat Gij…

Bij elke voetstap die Jezus, hoe moeilijk en lastig ook, op Zijn lijdensweg doet, is Hij gelukkig en klopt Zijn Hart van ongekende vreugde, omdat Hij dichter komt bij de plaats waar Hij Zijn liefdeoffer zal kunnen voltrekken. Maar de snijdende wonden, die al Zijn ledematen overdekken, doen Hem toch zoveel lijden, en maken Hem als krachteloos. Hij kan niet meer. Hij valt voor de tweede maal. Deze val is nog pijnlijker dan de eerste. Hij heropent nogmaals Jezus’ diepe wonden en doet Zijn bloed bij stralen springen. Toch vermindert de woede der harteloze beulen niet. Ziet, met welk een ruw geweld zij hun slachtoffer heen en weer sleuren, rechttrekken en voortstoten… En Jezus, het zachte onschuldige Lam, laat hen begaan. Geen zucht of klacht komt uit Zijn mond. Hij blikt op naar de woestaards, en uit Zijn ogen straalt tederheid en liefde ondanks het bloed waarin zij baden. O Jezus, werp ook op mij een zachte blik, een blik van genade, van barmhartigheid, van vergiffenis. Ik was zo wankelbaar, zo onstandvastig in het goede, en ik herviel in de zonde, meer dan eens. Ik ben krank en zwak. Help mij opdat ik voortaan niet meer in de zonde val, maar recht blijf en immer voortga op de weg der deugd.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees….

ACHTSTE STATIE
Jezus ontmoet de wenende vrouwen

Wij aanbidden U…. Omdat Gij…

Bij de menigte volk die Jezus volgde, was er ook een groep vrouwen. Zij hadden Jezus te Jeruzalem gezien, zijn prediken aanhoord, en waren wellicht ook getuigen geweest van de weldaden, die Zijn goedheid en liefde overal verspreidden. En nu aanschouwen zij Hem in zulk een deerniswaardige toestand, verlaten en veracht. Hun harten worden geschokt, zij hebben medelijden, slaan zich rouwmoedig op de borst en wenen. Jezus vergeet Zijn eigen smarten en denkt aan die van anderen. Hij keert zich om tot de vrouwen en zegt: “Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar over uzelf en over uw kinderen.” O, Hij weet wat hun te wachten staat. Hij weet welke verschrikkelijke rampen zullen neerdalen over de stad Jeruzalem, en bijzonder de vrouwen en kinderen zullen treffen: hun lot zal het ellendigste zijn van allen. Hij richt tot hen de liefdevolle vermaning en sombere voorspelling: “Als men zo met het groene hout handelt, wat zal er dan met het dorre geschieden?” Hij wil daarmee zeggen: Indien Ik, die als groene levenskrachtige boom, mooie en goede vruchten draag van heil en zegen, zo, volgens Gods geheime raadsbesluit behandeld wordt, en ter dood gebracht, wat zal er dan gebeuren met de verstokte Joden, die als een dorre, afgestorven boom geen vrucht meer dragen? O Jezus, geef dat ik mijn eigen zonden beween. Laat mij toch geen dor hout zijn! Stort in mij, bewaar in mij het levenssap der genade, dat vloeit uit Uw wonden, en geef dat ik leef het ware leven, dat vruchten draagt voor het eeuwige leven.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U…. God, wees…

NEGENDE STATIE
Jezus valt voor de derde maal onder het kruis.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Met uiterste krachtinspanning is Jezus tot aan de voet van de Calvarieberg gekomen. Hij kan niet meer verder, en voor de derde maal zinkt Hij neer onder het kruis. Hij ligt daar, gans verpletterd. Met steeds ruwer geweld trekken de soldaten Hem recht. Zij vragen zich af, of zij Hem wel levend zullen kunnen vastspijkeren aan het kruis. O, hadden zij kunnen horen en begrijpen de stem, die sprak zo diep in Jezus’ liefdevol Hart! Tot zijn leerlingen heeft Jezus reeds vroeger gezegd:” Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal overgeleverd en gekruisigd worden.” Nu zal Hij de berg beklimmen, en slechts op het toppunt ervan zal Hij het kruis neerleggen, om dan zelf door het kruis gedragen te worden. O Jezus, hoe dikwijls ben ik gevallen op mijn levensweg! Mijn kruis woog zo zwaar en mijn strijd was zo hevig en de moed ontging mij omdat ik niet genoeg aan U dacht. Geef mij sterkte tegen alle vijanden van mijn ziel, opdat ik niet meer in zonde val en immer vol hoop en vertrouwen mijn weg voortzet totdat ik eens bereik, het toppunt van de berg die mij is aangewezen: de berg Gods.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

TIENDE STATIE
Jezus wordt van Zijn klederen beroofd en met gal gelaafd.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Jezus heeft eindelijk het toppunt van de berg bereikt. Hij legt het kruis neer. Met gebogen hoofd staat Hij er naast en uit Zijn smekend oog spreekt Zijn vurig verlangen om zo spoedig mogelijk Zijn liefdesoffer er op te kunnen voltrekken. Onmiddellijk beginnen de beulen hun werk. Ze rukken de klederen van Jezus’ doorwond en bebloed lichaam. Hoe diep werd Jezus reeds vernederd! Hij is door Zijn eigen volk verworpen als een bedrieger en godslasteraar; Hij werd gegeseld, met doornen gekroond, beschimpt en bespot, en Zijn gelaat, die spiegel der godmenselijke ziel, werd bespuwd en geschonden. En nu wordt hij gans ontbloot, tentoongesteld en prijsgegeven aan de lage spotternij van het gemene toeschouwende volk! Hoe diep moet Jezus in Zijn Hart geleden hebben! Maar Hij zwijgt en doorstaat alles zachtmoedig en gelaten. Hij weet dat in de hemel de Serafijnen in aanbidding liggen neergeknield voor zijn rein, onschuldig en edel lichaam. Maar Hij ondergaat die vernedering en ontering om uit te boeten voor de zonden, vooral van hen die zich bevlekken en besmeuren door de schandige en schaamteloze onkuisheid. Volgens de gewoonte wordt Jezus een verdovingsdrank aangeboden. Hij weigert hem: Hij zal Zijn lijdenskelk in al zijn bitterheid, ledigen tot de bodem toe. O Jezus, help mij opdat ik steeds rein en zuiver zij en blijf bij mijn doortocht door deze wereld van laag en verfoeilijk zingenot. Geef dat ik mij aan alles onthecht en van alles ontdoe, en zoals de Apostel het vraagt, nog enkel omkleed zij met U.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

ELFDE STATIE
Jezus wordt aan het kruis genageld.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Op bevel van de beulen heeft Jezus zich op de kruisbalk neergelegd. Ruw grijpen de beulen Zijn handen en voeten vast, rekken ze uit, duwen ze neer en drijven met bonkende hamerslagen er de plompe nagelen door. Het lichaam van Jezus krimpt en kronkelt onwillekeurig onder de felle trekkingen van gerekte en verscheurde zenuwen en spieren. De liefde van Zijn Hart blijft ongeschokt en onaangeroerd. Terwijl het bloed bij elke hamerslag uit Zijn handen en voeten omhoog spat, richt Jezus Zijn oog naar boven en met luide en kloeke stem, zodat allen het kunnen horen, bidt Hij: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” Geen verzachting of vermindering van lijden of smart, geen wraak of straf voor de schuldigen en de hardnekkigen vraagt Jezus, neen. Hij smeekt om vergiffenis voor allen die Hem zo ongenadig behandelen en zo harteloos martelen en folteren. O Jezus, wat is zij groot, onbegrijpelijk groot, Uw liefde en Uw barmhartigheid! Laat mij daarop steunen, nu ik durf smeken om vergiffenis voor al wat ik heb misdreven. Ik heb geen verontschuldiging in te dienen: ik wist goed wat ik deed, ik kende Uw goedheid en mocht die zo dikwijls ondervinden. O, hecht mij met U aan het kruis; geef dat ik alles duld en lijd, verlaat en verloochen, liever dan nog ooit iets tegen U te misdoen.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

TWAALFDE STATIE
Jezus sterft aan het kruis.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Het kruis is opgeheven, en Jezus, vastgenageld, hangt aan Zijn eigen bloedende wonden. Uren zal Hij hangen in aanhoudende en steeds grotere pijn. Aan beide zijden van Jezus is er een boosdoener gekruisigd. Jezus heeft zijn plaats in het midden alsof Hij de grootste van de misdadigers was! Duisternis valt over het gehele land: Jezus is het ware Licht, maar de kinderen der duisternis hebben het verworpen. De straf wacht hen.Beschimpingen en spotternijen worden Jezus van alle kanten toegeworpen. Hij zwijgt. Maar daar hoort Hij de smekende bede van de rouwmoedige boosdoener aan Zijn zijde. Onmiddellijk antwoordt Hij: “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.” Jezus is van alles beroofd geworden; de soldaten hebben zijn klederen onder zich verdeeld; maar Hij beschikt als Koning over het Godsrijk, en dat zal niemand hem ontnemen. Hij heeft ook nog zijn Moeder. Zij staat aan de voet van het kruis: het hart doorstoken door het lijdenszwaard boet en offert zij samen met haar Kind. Jezus vertrouwt ze toe aan Johannes, die naast haar staat, en geeft ze alzo aan ons allen tot Moeder. Alles is nu volbracht. Met luide stem roept Jezus: “Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest!” Hij buigt het hoofd en sterft… De aarde schokt: het grootste schelmstuk dat zij ooit had gekend of kennen zal, is gepleegd O Jezus, Gij hebt gezegd: “Wanneer ik hooggeheven zal zijn, zal ik allen tot Mij trekken”. O trek mij, trek allen tot U, door de genade die uit Uw dood ontspruit, en door de liefde en de dankbaarheid, welke Uw edelmoedige offerdood in de harten van de mensen doet branden. Boven Uw hoofd hangt de spottitel “Koning der Joden”. Wij roepen U toe: Gij zijt de Koning van heerlijkheid; heers over alles en allen nu en in eeuwigheid!

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

DERTIENDE STATIE
Jezus wordt van het kruis afgedaan.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

De menigte heeft de Calvarieberg verlaten. Johannes en de godvruchtige vrouwen zijn niet weggegaan. Aan de voet van het kruis staat Maria, haar tranende ogen gericht op het doorwonde en bebloede lichaam van haar Goddelijk Kind. Twee vrome mannen, Jozef van Arimathea en Nicodemus, nemen Jezus van het kruis en leggen Hem zachtjes neer op de schoot van Maria. Datzelfde Kind, dat zij vroeger zo dikwijls in haar moederarmen had genomen en aan haar hart had gedrukt, geef men haar nu weer als een lijk, koud en verstijfd, verhakkeld en misvormd… Was er ooit een smart gelijk aan die van de Moeder Maria? Nu is haar hart doorstoken door dat zwaard van droefheid, waarvan de Profeet Simeon sprak, toen Maria, met het Kind op de armen tot hem was gekomen in de tempel. O, toen aanvaardde Maria het offer; nu heeft zij het volbracht!…. Zij is gelukkig ondanks al haar wee en smart… Haar Kind heeft de wereld verlost, door Zijn dood het leven aan de mensen teruggeschonken. O Maria, Gij bezit Jezus; Hij is uw eigendom. Beveel mij aan Hem aan, opdat ik mag met en voor Hem leven, en sterven in Hem. O Jezus, die mij Maria tot Moeder hebt gegeven, laat mij door haar moederarmen beschermd zijn al de dagen van mijn leven, en eens door haar moederhanden mijn geest aan U geven.

Onze Vader… Wees gegroet…
Ontferm U… God, wees…

VEERTIENDE STATIE
Jezus wordt in het graf gelegd.

Wij aanbidden U… Omdat Gij…

Jozef van Arimathea nam het lichaam van Jezus, wikkelde het in een rein lijnwaad, en legde het in zijn eigen nieuw graf, dat hij in de rots had uitgehouwen. Jezus ligt daar, opgesloten, dood, van alles ontdaan, door zovelen laf verlaten en schandig verloochend. Zijn vijanden jubelen: zij hebben, denken zij, de Galileër overwonnen. Maar God zal niet toelaten dat het leven van Zijn geliefde Zoon op aarde zou eindigen met de schande van het kruis, met de schijnbare algehele mislukking van Zijn zending, met de triomf van het kwaad over het rechtvaardige en onschuldige Lam. Noch de harde rotswanden van het graf, noch de verzegeld steen waarmee het gesloten is, noch de wacht die Jezus bewaakt, zullen Jezus weerhouden. Niets zal het minste tegen Hem vermogen. Hij zal uit het graf opstaan; Hij zal verrijzen met een verheerlijkt lichaam, waarin de wonden zullen stralen al schitterende zegetekens. O Jezus, mijn leven is als het ware een weg naar het graf; dagelijks sterf ik. Geef dat ik sterf aan de zonde, aan mijzelf, en dat ik de vijanden van mijn ziel overwin. Ik heb vertrouwen in U. Door Uw dood is voor mij een nieuw leven begonnen. Met Uw liefdevolle bijstand zal ik het kunnen bewaren, versterken, en tot zijn volkomenheid brengen. Moge dan ook verhoord worden, de bede, die de Kerk aan de rand van mijn graf tot U zal richten: “Hij ruste in vrede”. Moge ik dan ook eens uit het graf verrijzen, om plaats te nemen aan Uw rechterhand en op te klimmen naar de hemel, die Gij ook voor mij hebt geopend door Uw lijden, dood en verrijzenis.

Onze Vader… Wees gegroet..
Ontferm U… God, wees…


Visioenen van de Zalige Anna Katharina Emmerick over het Smartvol lijden van Jezus:

Hier te downloaden.

Een fragment:

Reeds gedurende het getuigenverhoor hadden de gerechtsdienaren en enige andere booswichten hele lokken van Jezus’ hoofdhaar en baard pijnlijk uitgerukt. Sommige goede mensen raapten die heimelijk op, zoveel als zij konden en maakten zich er mee uit de voeten; later echter konden zij die niet terugvinden, ze waren verdwenen. Onder het verhoor had het daar verzamelde gepeupel Jezus ook reeds in het aangezicht gespuwd, Hem vele keren met vuisten geslagen, met stokken gestoten en gestoken met priemen. Dit waren stokken met aan hun einde een stekelige kolf of kop. Doch daar men Hem nu gans aan hun willekeur had overgeleverd, werkten zij hun woede en boosheid op een onzinnige wijze aan de arme Jezus uit; zij zetten Hem op het hoofd de ene na de andere, verscheidene kronen, die van stro of boombast gevlochten waren en waaraan zij verschillende vormen gaven, volgens de bespotting die zij Hem wilden aandoen. Even daarna sloegen zij die telkens weer af met andere boosaardige spotwoorden. En eens zeiden zij: “Zie! daar is nu de zoon van David met de kroon van zijn vader!” Dan weer: “Zie! daar is nu Degene die meer is dan Salomo!” Of nog: “Daar hebben wij nu de koning die een bruiloftsmaal aanricht voor zijn zoon!” En zo dreven zij in Hem de spot met alle eeuwige waarheid, die Jezus tot zaligheid van de mensen in waarheid en gelijkenis gesproken had. En terwijl zij Hem aldus op de schandelijkste wijze verguisden, hielden zij niet op Hem met vuisten en stokken te slaan, heen en weer te stoten en Hem walgelijk in het aangezicht te spuwen.

Eindelijk vlochten zij nog een kroon van dik tarwestro, van het soort dat in dat land daar groeit, en na Hem nog eerst zijn naadloos geweven kleed te hebben uitgetrokken en een hoge muts, bijna gelijk een tegenwoordige bisschopsmijter op het hoofd te hebben gezet, plaatsten zij de kroon daarboven. Jezus had nu niets meer aan dan zijn lendendoek en zijn schouderkleed, dat zijn borst en rug bedekte (scapulier), maar ook dit laatste kleed rukte men Hem af en gaf het niet meer terug. Vervolgens hingen zij om zijn schouders een oude gescheurde soldatenmantel, die van voren nauwelijks tot zijn knieën reikte en legden Hem een lange, ijzeren ketting om de hals, die als een stool op de borst gekruist was en van de schouders tot op de knieën neerhing. Aan elk einde van de ketting was een grote, stekelige, zware ijzeren ring die Hem bij het gaan en vallen de knieën smartelijk verwonden. Na Hem een rietstok in de handen gedrukt te hebben, bonden zij deze weer vóór de borst tezamen en bedekten nu zijn mishandeld heilig aangezicht met het afschuwelijk uitwerpsel van hun onreine monden.

(Wie wil kan deze visioenen ook in boekvorm bekomen; ingebonden met harde kaft; kostprijs 25 euro. Kan via mij ofwel per brief of telefonisch via dhr. Raedemaeker: Boomgaardstraat 25, 2800 Mechelen. Tel: 015/416744)

 

Gebed tot Jezus in doodsstrijd in de hof van Gethsemani

O Jezus, die in de overmaat van uw liefde en om de hardheid van onze harten te overwinnen, een overvloed aan genaden uitstort over ieder die uw allerheiligste lijden in de hof van Gethsemani overweegt en de godsvrucht daarvan bevordert, ik bid U, sta mij bij naar hart en ziel om dikwijls aan uw allerheiligste doodsstrijd in de hof van Olijven te denken, om met U medelijden te hebben en mij zoveel mogelijk met U te verenigen.

Gezegende Jezus, die in deze nacht de last van al onze zonden op U hebt genomen en ze volkomen hebt uitgeboet, verleen mij de overgrote gave van een volmaakt berouw over mijn talrijke zonden, die U bloed hebben doen zweten.

Gezegende Jezus, verleen mij, omwille van uw allerhevigste strijd in de hof van Gethsemani, de uiteindelijke zege over de bekoringen en heel bijzonder over die waaraan ik het meest onderhevig ben.

O lijdende Jezus, schenk mij, omwille van uw zielsangsten en uw voor ons ondoorgrondelijke, maar allerhevigste smarten, doorstaan in de nacht van het verraad, een groot licht, opdat ik uw wil kan volbrengen en doe mij altijd weer uw ontzettende inspanning en uw indrukwekkende strijd overdenken en beschouwen, die Gij zegevierend hebt doorstaan om niet uw wil, maar de wil van de Vader te volbrengen.

Wees gezegend, Jezus, om de doodsstrijd en om de tranen die Gij in deze allerheiligste nacht gestort hebt. Wees gezegend, Jezus, om uw bloedzweet en om de dodelijke angsten die Gij hebt doorstaan in de meest ijzingwekkende eenzaamheid, welke nooit een mens zal kunnen begrijpen. Wees gezegend, o zoetste, maar van onmetelijke bitterheid vervulde Jezus, om uw zo diep menselijk en zo verheven goddelijk gebed, dat in de nacht van de ondankbaarheid en het verraad, uit uw zieltogend hart opwelde.

Eeuwige Vader, ik offer U alle verleden, tegenwoordige en toekomstige heilige Missen op, in vereniging met de doodsstrijd van Jezus in de hof van Olijven. Allerheiligste Drie-eenheid, geef dat de kennis van en de liefde tot Jezus’ allerheiligste lijden in de hof van Gethsemani zich in de hele wereld verspeide. Verleen, o Jezus, dat allen die, vervuld van liefde, U aan het Kruis aanschouwen, zich ook uw onmetelijke smarten in de hof van Olijven herinneren, en dat zij, uw voorbeeld navolgend, leren goed te bidden en zegerijk te strijden om U eens in de hemel eeuwig te kunnen verheerlijken. Amen.

*****

Jezus zegt: “… En zie wat ik aanbied voor een beetje liefde: de vergiffenis van alle fouten en de zekerheid van de redding op het ogenblik van sterven aan wie, tenminste, eenmaal per dag denkt aan de smarten die Ik in de hof van Gethsemani heb gekend; een volmaakt en blijvend berouw aan wie één Mis laat opdragen ter ere van diezelfde smarten; het welslagen in de geestelijke aangelegenheden aan hen die de liefde tot mijn allerpijnlijkste smarten van Gethsemani bij anderen zullen inprenten. En ten slotte, om u te tonen dat Ik werkelijk een dijk van mijn Hart wil doorbreken en u een stroom van genaden schenken, beloof Ik aan wie bevorderaar zal worden van de godsvrucht tot mijn doodsstrijd in Gethsemani nog drie gaven: volledige en definitieve overwinning in de grootste bekoring waaraan hij onderworpen is; rechtstreekse macht om zielen uit het Vagevuur te verlossen; een groot licht om mijn wil te volbrengen. Al deze gaven zal Ik heel zeker schenken aan hen die al wat ik gezegd heb, zullen doen met liefde en uit medelijden met mijn verschrikkelijke doodsstrijd in Gethsemani.

(Augustus 1963 – Met kerkelijke goedkeuring  +Macario, Bisschop van Fabriano)

Bron: Foldertje – “Mijn ziel is bedroefd tot stervens toe. Blijft hier en waakt (Mc. 14,32) – van het Maria Centrum Sterre der Zee – Postbus 2738, 6201 JA Maastricht.

Klik hier om meer te lezen over Jezus’ doodsstrijd in de hof van Gethsemani – uit de visioenen van de Zalige Anna Katharina Emmerick.

Ieder zijn kruis – een inspirerende bezinning

waycross1

Ieder zijn Kruis

Ieder heeft zijn deel op aard,

Ieder heeft wat hem bezwaart.

Ja, ieder hart en ieder huis

Heeft zijn eigen smart en kruis.

°

Het ene kruis is openbaar,

Het andere wordt men niet gewaar.

Het ene is klein, het andere groot.

Het een van hout, het ander van lood.

°

De ene heeft een enig kruis.

Weer een ander heeft een dubbel, thuis!

Maar dit is het wonderbaarst :

Iedereen vindt het zijne het zwaarst.

°

Ja, dan denkt ook nog menigeen:

Mijn naaste, die heeft er geen.

En als het mocht en mogelijk waar,

Dan ruilden nog velen met elkaar.

°

Het kruis van een ander schijnt u licht,

Maar u bedriegt u in het gewicht.

En wie weet of gij wel verdroegt

Waar nu hun schouder onder zwoegt.

°

Niet op ieders voorhoofd staat

Hoe het met hem van binnen gaat.

Dikwijls heeft zo menig hart

Midden onder het lachen smart.

°

Een kruis te kiezen naar zijn zin

Heeft voorzeker niet veel in

Het is of men zich ten enen-maal

Wil ontslaan van kruis en kwaal.

°

Zag men echter op een rij

Al de kruisen van nabij,

Ieder koos voor zich en nam

Waar hij mee ter markte kwam.

°

Dus dragen wij naar ’s Heren wil

Steeds met gelatenheid en stil

Gij : uw kruis en ik : mijn leed,

Wijl God onze beider krachten meet.

°

Door zijnen duur drukt ons het kruis,

Maar het leidt ons eens naar het Vaderhuis.

Het wordt een brug, die van het strand

Ons veilig voert naar het Vaderland.

°

Mor dus niet,maar hoe het ga,

Denk aan het kruis van Golgotha

En aan Hem, die kruis en kracht

Geeft, waar Hij het nodig acht.

°

Wees in geluk en tegenspoed

Met al wat God geeft wel-gemoed.

Wat uit de hand der Godheid vliet

Is weldaad, al begrijpt men het niet.