Spring naar inhoud

Uit de visioenen van de Zalige A.K. Emmerick over het Oud Verbond: VI. De belofte van het Heil

Na de val van de mensen toonde God aan de engelen hoe het gesteld was met het mensengeslacht. Ik zag de troon van God, de heilige Drievuldigheid, en een beweging in haar personen. Ik zag de negen koren der engelen en hoe God hen verkondigde, op welke manier Hij het gevallen mensengeslacht wilde herstellen; en ik zag daarover een grote, onbeschrijfelijke vreugde en jubel onder de engelen.

Ik zag de lichtende edelsteenrots van Adam vóór Gods troon verschijnen, als werd zij door engelen daarbinnen gedragen; zij was in trappen, zij groeide, zij werd een troon, een toren, zij breidde zich uit tot zij alles omvatte. De negen engelenkoren zag ik eromheen, en boven de engelen in de Hemel zag ik het beeld van de Maagd. Zij was Maria niet in de tijd, maar in eeuwigheid bij God. Zij was iets dat uit God ging. De Maagd ging in de toren, die opening, en zij versmolt als met hem. Ik zag ook uit de Heilige Drievuldigheid een verschijning de toren uit- en in gaan. Tussen de engelen zag ik een soort monstrans, waaraan allen bouwden en werkten. Zij geleek aan een toren met menigerlei geheimvol beeldwerk. Er stonden twee figuren bij, die zich aan de andere zijde de hand reikten. Ze groeide en werd steeds heerlijker. Ik zag iets uit God, door alle koren van engelen heen, in de monstrans gaan, een lichtend heiligdom, dat steeds duidelijker werd, hoe dichter het erbij kwam. Het scheen mij als de kiem van de goddelijke Zegen tot reine voortplanting, die door God aan Adam gegeven; maar die hem nochtans terug ontnomen was, toen hij op het punt stond naar Eva te luisteren en toe te stemmen in het genot van de verboden vrucht; het was de Zegen die Abraham terug bekwam, die aan Jakob ontnomen was en die door Mozes terug in de Verbondsark gegeven werd, die tenslotte Joachim ontving, de vader van Maria, opdat Maria op die manier onbevlekt zou ontvangen worden, zoals Eva uit de zijde van de slapende Adam tevoorschijn kwam. De monstrans echter ging in de toren.

Ik zag de engelen ook een kelk bereiden zoals die van het Laatste Avondmaal, die ook in de toren ging. Aan de buitenste rechterzijde van de toren zag ik, als op gouden wolkenranden, druiven en koren zoals de vingers van gevouwen handen die dooreen gestrengeld afhangen. Daaruit sproot een twijg, een ganse boomstam, en op zijn takken kleine figuren van mannen en vrouwen die elkaar de hand reikten. Zijn laatste bloeisel was de kribbe met het Kind.

Ik zag nu in beelden het geheim van de Verlossing, als belofte, van het begin tot de volheid der tijd; ik zag ook beelden van de tegenwerking. Ten slotte zag ik over de lichtende rots een heerlijke Kerk, de ene, heilige katholieke Kerk, die het heil van de ganse wereld in zich draagt. In al deze beelden was een wonderbare samenhang en overgang. Zelfs het vijandige en wat slecht was en door de engel weggeschoven werd, moest dienen voor de ontplooiing van het heil. Zo zag ik de oude tempel van beneden omhoog stijgen; hij geleek op de heilige Kerk, maar had geen toren. Hij was zeer groot, werd echter door de engel opzij geschoven en stond scheef. Ik zag een grote mosselschelp (zinnebeeld van heidense afgodenfabels en gruweldiensten) verschijnen, die in de oude tempel wilde indringen, maar ze werd opzij geduwd.

Ik zag een brede stompe toren (een Egyptische pyramide) verschijnen, en door diens talrijke poorten gestalten zoals Abraham en de kinderen van Israël trekken. Het wees op hun slavernij in Egypte. Die piramide werd weggeschoven, zoals de andere trapvormige Egyptische t oren, die de astrologie en waarzeggerij beduidde. Dan zag ik een Egyptische tempel, die ook teruggeschoven werd en scheef kwam te staan.

Eindelijk zag ik een beeld op aarde, zoals God aan Adam te kennen gaf, dat een maagd zou verschijnen en hem het verloren heil zou terug brengen. Adam wist nochtans niet wanneer het zou geschieden; daarom zag ik hem later zeer treurig toen Eva slechts zonen ter wereld bracht, tot zij eindelijk een dochter bekwam.

Ik zag Noë en zijn offer, waarbij hij van God de Zegen ontving. Dan had ik visioenen over Abraham, van zijn Zegen en de belofte van Isaak. Ik zag de Zegen van de eerstgeborene op deze eerstgeborene overgaan en dit steeds in een heilige handeling. Ik zag Mozes en hoe hij in de nacht vóór de uittocht uit Egypte het Geheim bekwam en hoe Aäron dat alleen wist. Ik zag het Geheim in de Verbondsark, en dat slechts de hogepriesters en enkele heiligen door openbaring van God, daarvan kennis hadden. Zo zag ik het verloop van het Geheim van het begin af, langs de ganse stamboom van Jezus Christus, tot aan Joachim en Anna, het reinste en heiligste huwelijkspaar aller tijden, waaruit Maria als de Onbevlekte Maagd geboren werd. Nu was Maria de Verbondsark van het Geheim.

(Wordt vervolgd)

Bron: De Geheimen van het Oud Verbond, naar de visioenen van Anna-Katharina Emmerick; vertaald uit het Duits naar de dagboeken van Clemens Brentano; Uitgave van de vrienden van AK Emmerick; Mechelen, 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: