Spring naar inhoud

Feest van het Heilig Hart – over het H. Hartbeeld

De feestdag van het H. Hart is, volgens het verlangen van Jezus zelf, uitgedrukt bij zijn verschijningen aan de H. Margareta-Maria Alacoque (1675) vastgesteld op de eerste vrijdag na het octaaf van Sacramentsdag. Hij is als het besluit en de voltrekking van het feest van het H. Sacrament. De hoofdgedachte van dit feest kan samengevat worden in deze woorden: “Ziehier het Hart, dat de mensen zo bemind heeft en dat zo weinig bemind wordt.” Door zijn Lijden en zijn H. Sacrament heeft onze Zaligmaker de ware bewijzen van zijn liefde getoond. Maar die liefde wordt door ondankbaren zoveel beledigingen aangedaan. De gedachten van boete en eerherstel treden dan ook op de voorgrond bij het vieren van dit feest.

Graag willen we vandaag ook even stilstaan bij de verering en het in huis hebben van een Heilig Hartbeeld, en we doen dit met een fragment uit een homilie van Eerwaarde Kanunnik D’Hoop, ter gelegenheid van een H.Hartbeeld dat hij mocht inwijden in zijn parochiekerk in Gent omstreeks 1880:

Wijding van het Beeld van het H. Hart

De H. Kerk, beminde parochianen, aanvaardt geen stoffelijke voorwerpen tot haar dienst tenzij na ze ingewijd en ze om het zo te zeggen, geheiligd te hebben. Daartoe schrijft zij aan haar dienaren gebeden voor, waarmee zij, onder het besproeien met gewijd water, alle kracht van de helse vijand vernietigt en de gunsten van de Hemel doen neerdalen over al diegenen die deze voorwerpen gebruiken of vereren. Welnu, het is met een ware voldoening dat ik dit schoon beeld van het H. Hart, dat ik zo vurig gewenst had, ga inwijden, opdat het hier in onze kerk een eeuwig gedenkstuk blijve van Jezus liefde en van onze dankbaarheid.

I. Dit beeld zal vooreerst een gedachtenis zijn van Jezus’ liefde.

Het zal ons immers allen doen denken aan de liefde van Jezus’ Hart jegens alle mensen, en in het bijzonder jegens ons. Dit beeld kan niet spreken, en toch, telkens gij het zult aanschouwen, zal het zijn alsof gij de beminnelijke Zaligmaker hoorde zeggen: “Ziet dit Hart, dat de mensen zo lief gehad heeft en nochtans door de mensen zo weinig bemind wordt! En werd Ik slechts miskend door dezen die zich openbare vijanden van God tonen! Maar neen! Zelfs godvruchtige zielen vergoeden dikwijls mijn liefde met onverschilligheid, soms mijn weldaden met ondankbaarheid. Wat heb Ik toch misdaan, mijn bemind volk, of waarin heb Ik u bedroefd? Gij, mijn uitgelezen wijngaard, die Ik geplant heb en verzorgd, waarom zijt gij Mij bitter geworden, en hebt gij dit kruis op mijn Hart doen planten (Jerem. II, 21)? Voor u, dierbare zielen, heb ik uw vijanden gegeseld, en gij hebt Mij onmeedogend gegeseld door uw zonden! Aan u, mijn uitgelezen volk, heb ik de koninklijke scepter gegeven (I Petr. II,9); en gij hebt mijn Hart met een doornenkroon doorstoken! Ik heb voor u de hemelse genadebronnen doen ontspringen in de HH. Sacramenten; en gij hebt door de lans mijn Hart geopend! Staat op uit uw ijskoude onverschilligheid en geeft Mij uw hart met al de liefde die het bevat!”

Ziedaar, beminde parochianen, hoe dit heilig beeld, ondanks dat het niet kan spreken, ons klaar en duidelijk voor onze ogen de oneindige liefde zal stellen die Jezus’ Hart ons heeft toegedragen; en ziedaar ook hoe dit beeld ons vurig zal aanzetten om Jezus wederliefde te betonen.

II. Dit beeld moet dan ook een gedachtenis zijn van de dankbaarheid die wij aan Jezus verschuldigd zijn.

Diep overtuigd dat de dankbaarheid de grootste plicht is die wij jegens het minnelijk Hart van Jezus hebben, zullen wij hem toeroepen (Ps. CVX,12) “Quid retribuam Domino pro omnibus quae retribuit mihi? – Wat zal ik de Heer teruggeven voor al de weldaden die Hij mij bewezen heeft? Jezus’ Hart heeft mij bemind, en het heeft mij bemind tot de dood toe. Daarom neem ik het besluit, aan de voet van dit heilig beeld, mijn hart gans aan Jezus te geven, om Hem en Hem alleen, bovenal te beminnen; en ik zal mijn belofte immer staande houden en haar trouw blijven tot de laatste adem van mijn leven!”

Welnu, daar de godsvrucht tot het H. Hart van Jezus heden de bestgeschikte eredienst is om Jezus onze liefde te betonen, zullen wij die hoogachten en beoefenen, des te meer dat zij het groot middel is van zaligheid, en bijna het enige om de huidige verdorven wereld te redden. Wij zullen ons dan allen doen inschrijven als leden van de Broederschap van het H. Hart en getrouw de Algemene Communie van de eerste Vrijdag onderhouden.

Uit liefde tot het goddelijk Hart, zullen wij de broederliefde in onze harten doen gloeien, en niet alleen onze vrienden, maar ook onze vijanden beminnen, door vurig te bidden en ijverig te werken voor de bekering van de zondaars. Laat ons zelfs zorgen voor de stoffelijke luister van ons schoon beeld, en volgens ons vermogen, wedijveren om Jezus’ Hart met licht te versieren en ten beste op te schikken. Moge dan de goede Zaligmaker onze armtierige hulde gunstig aanvaarden! Moge Hij met welbehagen neerzien op de herder en zijn schapen, en zijn belofte indachtig zijn, dat Hij overvloedige zegen zal uitstorten over de huizen en de plaatsen waar zijn beeld vereerd wordt. Amen.

De 12 beloften van het H. Hart ten voordele van zijn vereerders, gegeven aan de H. Margareta-Maria

  1. Ik zal hun alle genaden geven, die zij nodig hebben in hun staat.
  2. Ik zal vrede brengen in hun gezinnen.
  3. Ik zal hen troosten in al hun droefheden.
  4. Ik zal hun een zekere toevlucht zijn, gedurende het leven en vooral in het uur van de dood.
  5. Ik zal overvloedig al hun ondernemingen zegenen.
  6. De zondaars zullen in mijn Hart een eindeloze bron van barmhartigheid vinden.
  7. De lauwe zielen zullen vurig worden.
  8. De vurige zielen zullen snel vorderen in de volmaaktheid.
  9. Ik zal de huizen zegenen, waar de beeltenis van mijn Hart zal uitgesteld en vereerd worden.
  10. Ik zal aan de priesters de gave verlenen om het hart van de meest verstokte zondaars te raken.
  11. De naam van al diegenen die deze godsvrucht zullen verspreiden, zal in mijn Hart geschreven staan en daar nooit worden uitgewist.
  12. Mijn almachtig en liefdevol Hart zal, aan al diegenen, die op de eerste Vrijdagen van negen opeenvolgende maanden, aan de H. Tafel naderen, de genaden van de volharding geven. Zij zullen niet sterven in mijn ongenade, noch zonder de laatste H. Sacramenten. Mijn Hart zal een veilig toevluchtsoord zijn in hun stervensuur.

 

Homilie uit: Sermoenen van Kannunik d’Hoop, Pastoor-Deken van O.L.V. (St-Pieters) Gent; Verzameld en bewerkt door R. De Steur, onderpastoor van O.L.Vrouw (St. Pieters), Gent, A. Siffer, Drukker, 1900


Imprimatuur:

Wij geven volgaarn onze goedkeuring aan de grondige en stichtende sermoenen van wijlen de ieverigen en geleerden heer Deken Kannunik V. d’Hoop, en wij bevelen ze der geestelijkheid van ons bisdom ten zeerste aan.

Gent, 4 april 1900.

+ Antonius, Bisschop van Gent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: