Spring naar inhoud

De grootsheid van de Heilige Maagd Maria

Korte inleiding:

In 1975 gaf de bisschop van Chur, hoofdplaats van het kanton Graubunden in Zwitserland, het bevel aan vijf priesters exorcisten de grote duivelbezwering te doen bij een achten dertigjarige huismoeder waarvan de bezetenheid bewezen was. Vanaf haar vijftiende jaar leed zij aan een onzeglijke angst welke haar sedertdien het slapen onmogelijk maakte. Niettegenstaande dit gemis aan slaap kon zij doorgaans toch haar huishoudelijk werk verrichten, had vier normale zwangerschappen en vier gezonde kinderen. De duiveluitdrijving bekwam slechts een tijdelijk succes, de boze geesten keerden weer; één hunner verklaarde dat ze niet zullen wijken vooraleer de bisschop zijn imprimatur aan het boek zal verleend hebben. Dit boek, geschreven door een ooggetuige, de priester B. Meyer, heeft als titel “Mahnung aus dem Jenseits über die Kirche in unserer Zeit.” Er verscheen ook een Franse uitgave van Jean Marty. Als patiënte werd deze vrouw twintig jaren behandeld zonder uitkomst. Na een verblijf in een beroemde kliniek werd zij daar ontslagen met de melding dat bij haar noch lichamelijke, noch geestesziekten werden ondervonden. Het buitengewone en zeer uitzonderlijke in dit geval bestaat erin dat de boze geesten door Onze Lieve Vrouw gedwongen worden de waarheid te verkondigen. Dit gebeurde insgelijks te Altöting, waarover het boek “Een duivel spreekt”, handelt. Hier ook werd alles vastgelegd in schrift, magnetische banden en film, voorbehouden aan de onderzoekscommissie. Niet zonder veel tegenstand werden deze bekentenissen afgelegd. Tegen hun wil werden de duivels door de Hemel gedwongen; vol woede zullen ze de heilige namen van God en van de Heilige Maagd vervangen door omschrijvingen : ‘Die van hierboven’, ‘Zij hoogverheven’. Ze brullen van ontzetting, weigeren voort te gaan en worden daartoe slechts verplicht door bezweringen, rozenkransgebeden, lofzangen en aanroepingen. Telkens na enkele zinnen schreeuwt de Boze: “Was ik maar niet verplicht zoiets te zeggen! Ik wil niets meer veropenbaren! Ik weiger, ik weiger, ik heb al te veel moeten zeggen! Ik verlang te zwijgen! Dat we toch tot zoiets verplicht worden! Zij dwingt mij, dat ik toch door Haar aangewezen word om die verklaringen af te leggen!”

De Heilige Maagd Maria

Judas Iscarioth, oorzaak van de zware depressieve toestand van de bezetene, mocht gedurende twintig jaren zijn eigen wanhoop in haar uitwerken. Door dikwijls herhaalde bezweringen werd hij tot onthullingen verplicht:

“Zij Daarboven had me verwittigd, ik heb niet geluisterd, ik ben er doof voor gebleven. (Hij kermt vreselijk.) Het is alleenlijk dank Zij Daarboven, welke me zozeer heeft bemind, dat Lucifer, de oude waanzinnige, dit afstotend monster, me nog niet erger pijnigt in de hel.”

“Men schenkt geen geloof aan hetgeen de Hemel aan begenadigde zielen veropenbaart, aan wat, Zij Daarboven, aan begenadigde zielen oplegt in de naam van Jezus Christus te verkondigen. De bisschoppen geloven het niet, zelfs voor Lourdes en Fatima wordt het licht opgenomen.”

Zij Daarboven, draagt kroon en scepter, en op de kroon het Kruis, het onzinnig Kruis, het vervloekte. O, wat vrezen we Haar! We willen niet dat een vrouw heerst over ons, we willen dat niet! Zij wenst dat dit kleine boekje, die vervloekte vuilnis, in brede lagen wordt verspreid; dat mankeerde er nog aan dat iedereen te weten komt wat er gesjacherd wordt. Zij zouden van leven kunnen veranderen en zeker beginnen te twijfelen aan al wat we te Rome verspreiden.”

Beëlzebub bekent:

“In de tijd van het begin, met de apostelen, wanneer Zij, de Hoge Moeder, nog leefde, stond Zij in om het ontluiken der Kerk te regelen. Haar werd opgedragen te bidden opdat zij zich naar behoren zou ontwikkelen volgens de Heilige Geest. Zij heeft gebeden opdat de Kerk zich zou ontmaken van het oude, van de mozaïsche wet en de besnijdenis zou ophouden. Want nu was er het Heilig Misoffer.

Hij wordt verder verplicht tot belangrijke onthullingen, niet zonder dikwijls herhaalde bezweringen:

“De Heilige Maagd was tegenwoordig toen de apostelen voor het eerst de Heilige Mis opdroegen. Na de hemelvaart van Christus hoorde de Heilige Maagd altijd de Mis van de apostelen en ontving de Heilige Communie. Hun voorbereiding tot hun Mis duurde vele uren; is er nog één die zó handelt?”

“God, de Heilige Drievuldigheid, heeft ons daar beneden bevolen uit de hel op te stijgen tot in hoger sferen. We werden verplicht dit Schepsel te aanschouwen, of we wilden of niet. We werden verplicht Haar te aanschouwen in Hare bijna volmaakte majesteit. Zulke majesteit en pracht hadden we nooit beleefd; de Heilige Maagd heeft overwonnen, Zij heeft ons overwonnen.

“We schouwden Haar bekleed met de zon, de maan onder Haar voeten, dit is de ondermaanse wereld, en met als vijand, de slang, ons symbool. Wat hebben we God gesmeekt, opdat Zijn Majesteit ons dit zicht zou besparen. We hebben Hem gesmeekt ons onmiddellijk in de hel te storten, zo moeilijk was dit zicht te verdragen! Maar Hij liet ons niet vertrekken, we hebben nog een wijl dit vreselijk visioen moeten onderstaan.”

“Weet ge hoelang we hebben beraadslaagd om dit Schepsel daar Boven te verzwakken of te ontaarden, al was het maar voor een klein part? Doch niets gelukt ons, Zij zegepraalde overal, Zij beheerste alles; gedurende jaren en eeuwen hebben we beraadslaagd om te zien wat we zouden vermogen eens dat Zij daar was. En toen Zij verscheen hebben we haar zelfs niet aanstonds herkend. We hebben wel vermoed dat Zij het kon zijn, zulk buitengewoon Schepsel, zo ongelooflijk deugdzaam, een Schepsel waarop we niet het minste vat hadden. Maar hebben we het niet aanstonds geweten (Hij grolt en zucht met geweld) en niet ingezien wie daarachter schuilde!”

“Ik Beëlzebub en Lucifer hebben de ganse raad opgeroepen. Toen we dan eindelijk geraden hadden dat Zij het echt was, dan hebben we dag en nacht beraadslaagd, lange tijd, om te zien hoe we Haar konden behandelen. Zo hebben we de kundigste tovenaars opgeroepen; we gaven hen bevel Haar schade toe te brengen naar ziel en lichaam, opdat Zij minder sterk zou zijn, dat Haar gebed ons minder noodlottig zou worden en dat Zij zulke macht niet zou kunnen uitoefenen.”

“Want we hadden het wel ingezien dat Zij later de Kerk zou in handen hebben; zelfs Petrus viel Haar te voet wanneer het moest. Zij bezit een onmetelijke macht, want van God was Zij het beminnelijkste en volmaaktste Schepsel; na God, is Zij duizenden en duizenden malen verheven boven elk schepsel, Zij bezit een ongelooflijke volmaaktheid. De tovenaars stelden alles in het werk om Haar kwaad te doen, maar Zij volhardde in het gebed; Zij hield stand. Zij heeft er zich wel rekenschap van gegeven, doch we konden er niet tegen op, want Zij was niet onderworpen aan de erfzonde zoals de andere mensen.”

“Toen zijn we in duivelse woede vervallen, een waanzinnige woede, een woede die alleen de hel kan opbrengen, wanneer we hebben ingezien dat we met verenigde krachten niets vermochten tegen dit onbegrijpelijk Schepsel, door God voorbestemd. Dan hebben we ons op de tovenaars gestort, en vol woede, en het is aan hen dat we het kwaad hebben gepleegd, ze kregen het dubbel van wat ze Haar moesten toebrengen. (hij jankt) Het is voor mij een dolle boete dat, juist ik, verplicht wordt over die zaken te spreken! Laat me met rust, de bezetene is de hartkwaal nabij! We willen niet meer spreken, neen!”

Zolang de aarde bestaat tot het einde der wereld zult ge Haars gelijke niet vinden, en nooit, van het begin der schepping tot in eeuwigheid, moest noch kan Haar iemand evenaren. En Hij daar Boven kon niets afgrijselijker bezinnen, niet meer beschamend, dan ons in hoger sfeer te doen opstijgen om ons dit Schepsel voor te stellen, het was een schrikkelijke nederlaag. We zouden verkozen hebben in het diepste der hel te blijven, midden, het wreedste vuur, om Haar niet te moeten aanschouwen. Ik zou de gemeenste vloeken willen uitbraken… maar Zij laat het niet toe. Nog altijd heb ik die vertoning voor ogen; van dit zicht ben ik waanzinnig. (hij schreeuwt) Het lijkt me van gisteren of zelf van heden, en aan de anderen insgelijks; nu nog trappelen we van razernij.”

“Wanneer we dan terug de toelating tot hellevaart kregen dan hebben we ons vol woede opgesteld de éne tegen de andere; we hebben malkaar mishandeld, want we konden elkaars zicht niet meer verdragen.”

“In die tijd dat Zij ertoe bijdroeg de Kerk vorm te geven, de Kerk door Haar Zoon gesticht, dan was Zij zo diep in gebed verslonden dat de Almachtige Haar blijvend op Zijn Handen zou hebben gedragen, zo intens was Zijn voldoening.”

“Zij verlangde nergens op het voorplan te treden niettegenstaande Zij een machtig schepsel was, dat we zelf erkennen. Zij was en Zij is ver boven ons, ver boven uwe engelen; en dit is geen afstand in mijlen doch een afstand in het oneindige; er ligt een reusachtige afstand tussen Haar en de engelen. Zij verlangde op het achterplan te blijven om de mensen te tonen hoe zij moesten handelen, hoe zij ook nederig hoefden te zijn. Maar de mensen volgen Haar niet, ze verwezenlijken nog geen zandkorreltje van wat zij verwezenlijkte.” “Niettegenstaande hun onmacht en nietigheid verlangen de mensen roem. Zij dus trok zich terug; dit was ons voordeel want zo ontstonden de sekten (gemene lach); deze erkenden dit Schepsel niet. Duizenden sekten zijn ontstaan, sommigen bestrijden Haar hardnekkig tegelijk met de katholieken, alleen omdat dezen het voorbeschikte Schepsel erkennen; ze menen dat Christus op het achterplan gedrongen wordt. Nochtans deed Zij niet anders dan Christus dienen.”

“Door zich terug te trekken leerde Zij de nederigheid en dit was voor ons schade, alleen de katholieken hebben daar kennis van. De apostelen waren wel genoodzaakt hare nederigheid in te zien, op welke buitengewone wijze Zij alles voorzag, hoe erg Zij leed, wat Zij te verdragen en te verduren kreeg. In de Evangeliën wordt Zij veel te weinig in reliëf gezet. Was Zij minder nederig geweest!”

“De Heilige Maagd doet zeggen; Dan wanneer Zij zich altijd gekweten heeft van Haar huishoudelijk werk, het al in nederigheid en tot meerder glorie van God, nooit anders dienende dan de Christus, zo past het volstrekt niet dat iemand zich wil verheffen boven zijn werk en zijn plicht. In het begin van het openbaar leven Christus vergezelde Zij Hem niet, niettegenstaande Haar groot verlangen. Zo groot was de liefde voor Haar Zoon dat het Haar de grootste smart en het hevigste lijden berokkende Hem te laten vertrekken; zodanig was Zij aan Hem gehecht alsof Hij deel maakte van Haar eigen lichaam; slechts in Zijn nabijheid voelde Zij zich gelukkig, maar Zij is thuis gebleven en van dat ogenblik af heeft Zij Hem zelden gezien.”

Met zich aldus te gedragen bewees Zij Hare nederigheid, opdat ook de mensen de nederigheid zouden leren. Heeft Zij ooit aan het altaar of de Mis gediend? Zij hield zich altijd achteruit, Zij het meest verheven en universele Schepsel. Zij is verheven boven alle priesters en kloosterlingen tesamen. Zij is de allergrootste, door God uitverkoren om de Kerk te leiden en om een Teken te zijn, het grote Teken en de Moeder van de Verlosser; Zij is ook de Koningin der engelen. En ondanks, heeft Zij teruggetrokken geleefd in hare huishouding, dit moest men de mensen aan het verstand brengen. Het past de vrouw niet in openbare functies op te treden zoals raadslid van de regering of als doktores in wetenschappen of hoe noemt men dat. Het is niet goed zo te pronken en daarnevens de plichten van huismoeder te verachten.”

“Zelfs de kleinste, de meest nederige dienst van een huisvrouw, welke God en haar huisgezin uit ganser harte dient, weegt zwaarder door dan de meest schitterende en beste voordracht van zulk een vrouw-doktores, zelfs al werd haar redevoering uitgezonden door alle micro’s en opgenomen door alle reporters om in alle kranten te verschijnen. Zulke vrouw staat daar Boven veel minder aangeschreven dan een moeder welke haar dagelijks kruis draagt, hare kinderen goed opvoedt, en die ja zegt als zij een kindje verwacht.”

“De vrouw die zich wil verheffen zal in de Hemel neergehaald worden; integendeel zij die zich vernederen zijn op de goede weg. Zij bekomen voor de huisgezinnen en voor de volkeren, veel meer genaden dan de vrouw die wil uitblinken. Terzelfdertijd is daar de vruchtafdrijving, gevolg van hoogmoed. Men wil niet de klokhen spelen met kinderen op te voeden; men wil uitblinken. Dit is één van de voornaamste redenen dat zoveel kinderen sterven door abortus. Er kunnen moeders in grote nood zijn, men is verplicht hen te helpen door woord en daad, en zij moeten hun zwangerschap ten einde brengen zelfs als het zeer hard valt; zo zullen zij gezegend worden.”

“Maria heeft het laatste avondmaal op mystieke wijze beleefd. Zij was bijna altijd op de hoogte. Zij was voorbestemd om de Kerk te leiden; ook de apostelen waren dat, maar Zij moest daar in grote mate aan medehelpen. Dag en nacht bad Zij geknield voor de apostelen opdat alles goed zou verlopen in de Kerk van Christus.”

Zij was Hem immer gehoorzaam, Zij deed niets anders, zowel in de voornaamste als in de kleinste dingen heeft zij Haar wil aangepast. Ja, meer deed Zij nog dan Christus strikt van Haar eiste. O, wat heeft Zij in Haar grote deugd niet volbracht! Zelfs meer dan men daar Boven verwachtte!

Ook Judas Iscarioth werd verplicht zijn bijdrage te leveren voor de verheerlijking van de Rozenkrans.

“De Rozenkrans zou het universele heelmiddel zijn, doch hij ook is bijna overal afgeschaft. Hij is niet meer in de mode, hij is niet ‘in’ gelijk men zegt.”

De Rozenkrans van de droevige mysteriën zou de meest kostbare zijn van de drie; alle drie zijn ze wel van groot belang, maar de droevige mysteriën redden de meeste zielen; het is daarom dat daar Boven hij geldt als de meest kostbare. De andere zijn natuurlijk ook zeer goed, de glorierijke met het tientje van de zending van de Heilig Geest, het Pinksterfeest. Ze zijn allen goed maar die van de droevige mysteriën toch het meest omdat hij onafscheidelijk is verbonden met de doodsangst van Christus in de hof der olijven, de geseling, de doornenkroning, de kruisdraging en de dood op het kruis.”

De boze geest Veroba bekent:

“Indien de Grote Dame nog moest kunnen wenen – Zij kan het nog in Hare verschijningen – kon Zij in de Hemel nog wenen, dan zou de hele aarde van Haar tranen bevochtigd zijn. Zij heeft nog medelijden met die aardwormen, Zij tracht hen te weerhouden of terug te roepen. Maar de mensen begeren het niet, zoals blinden vliegen ze in de netten van die marionetten welke onze reklaamborden zijn. Maar men gelooft niet; het is onze grote troef dat men niet gelooft.”

 

Uit: B. Meyer-  Maria dwingt de duivel tot bekentenissen: Te bestellen op LULU.com (€7,95)

Binnenkort ook verkrijgbaar:

2 Comments »

  1. Beste Michael, ik ken die geschriften en het is voor mij iedere maal zo aangenaam om de grootheid van Onze Lieve Moeder Maria te mogen aanschouwen. Dikwijls overweeg ik, ja dagelijks, haar onoverzichtelijke, ondoorgrondelijke Heiligheid en mooiheid. Ik loof God in Haar Onbevlekt Hart en Haar in de H. Drievuldigheid. Och, beste Michael, moest u de genade ontvangen dat Onze Hemelse Moeder u zou aanraken, zou u onmiddelijk sterven van liefde, want de menselijke natuur verdraagt een zo enorme liefde niet op aarde.
    Nogmaals dank en moge de Allerheiligste en Allerzuiverste Maagd Maria altijd Maagd u en uw dierbaren brengen tot voor Gods Heilige Troon.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: