Skip to content

Voorbereiding op Pinksteren

Het is bijna Pinksteren. Dan gedenken we de nederdaling van de H. Geest over de apostelen, en hoe ze na het ontvangen van de beloofde Trooster hun mensenvrees verloren en de wereld in gingen om het Woord Gods te verkondigen, maar vragen wij ook aan God om over ons zijn Heilige Geest te zenden.

Staan we even stil bij de zeven gaven die de Heilige Geest ons geeft, als wij er maar om vragen:

Als jullie dus, slecht als je bent, het goede weten te geven aan je kinderen, hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen.’ (Luc. 11,13)

Waartoe dienen de gaven van de Heilige Geest?

Ze maken ons bekwaam om om vlug en gewillig de ingevingen van de heilige Geest te volgen, en zijn aldus een onschatbaar middel om tot de christelijke volmaaktheid te komen. (Mechelse Catechismus nr. 184)

Lezen we nu een sermoen van Kanunnik D’Hoop:

Voorbereiding tot Sinksen

Paraclitus, quem ego mittam vobis, testimonium perhibebit de me; De Helper die Ik u zenden zal, zal getuigenis geven van Mij (Joh. XV, 27)

De gelovige, beminde parochianen, moet zich niet ontstellen op het zicht van al de boosheden en de onrechtvaardigheden die in de wereld geschieden; immers, het is Jezus Christus zelf die, vooraleer deze wereld te verlaten, het voorzegd heeft aan zijn discipelen en aan alle mensen: Dit heb ik tot u gesproken, zegt Hij, opdat wanneer het uur daarvan gekomen is, gij gedachtig zijt dat Ik het u gezegd heb. Doch, heeft Hij ons de vervolgingen van de H. Kerk en van haar getrouwe dienaren voorzegd, Hij heeft ons tevens ook troost beloofd en de zege voorspeld: Het is nuttig dat Ik ga, zegt Christus (Joh. XVI, 7-8); want, indien ik niet wegga, zal de Helper niet tot u komen; maar indien Ik wegga, zal Ik hem tot u zenden. – En elders (Joh. XV, 26-27): wanneer de Helper zal gekomen zijn, die Ik u van de Vader zenden zal, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, die zal van Mij getuigenis geven. Ook gij zult getuigenis geven. Het begin van deze voorzegging heeft te Jeruzalem plaatsgehad, tien dagen na Jezus’ Hemelvaart, en jaarlijks, tot het einde van de wereld, zal die voorspelling door de H. Kerk op Sinksendag vernieuwd worden. Daarover zullen wij, in deze aanspraak, drie gedachten ontwikkelen:

I. De H. Geest daalde op Sinksendag over de Apostelen neder.

De Sinksendag, evenals de Paasdag, werd in het Oud Testament afgebeeld. Vijftig dagen na het Paasfeest der Joden, had plaats het “Feest der zeven weken” of het Feest der eerste vruchten, welke ook “Sinksenfeest” heette, en zo ook hebben de Christenen, de vijftigste dag na de Verrijzenis, hun Sinksenfeest, waarop de H. Geest over de Apostelen nederdaalde. Gelijk op deze dag de Oude Wet werd gegeven op de berg Sinaï, zo werd, dezelfde dag, de Kerk ingesteld op de berg Sion. De Oude Wet, dewijl zij een wet van vrees was, werd gegeven onder het lichten des bliksems en het geknetter van de donder; Zondag toekomende, brengt de Geest des Heren de Wet van Liefde onder de gedaante van vurige tongen, en bij het gedruis van een hevige wind. Mozes’ Wet werd, op die dag, door God op stenen tafels geschreven, terwijl de Wet van Christus, door de H. Geest in onze zielen geprent wordt. Doch, beminde parochianen, het is niet alleen aan zijn Apostelen dat Christus de H. Geest beloofd heeft, maar ook aan u allen, en aan alle gelovigen; en zo is de Sinksendag der Christenen geen enkele gedachtenis, maar is hij voor ons de vernieuwing der komst van de troostende Geest. Bijgevolg, ons tot de Hoogdag van Sinksen bereiden, is zoveel als ons gereed maken tot het ontvangen van de H. Geest. Hoe anders zou de H. Kerk in haar gebeden kunnen zeggen hetgeen zij zo dikwijls herhaalt: “Veni, Sancte Spiritus, Veni Creator – kom H. Geest, kom Schepper, en vervul onze harten!” – ” Emitte Spiritum tuum – Zend uw Geest uit”?

II. De H. Geest komt tot ons, op verscheidene tijden, op verscheidene wijzen en tot verscheidene einden.

1° De H. Geest komt tot ons, als wij gerechtvaardigd worden; het is te zeggen, als wij van de staat van zonde tot de staat van genade overgaan. Zo is Hij voor de eerste maal tot ons gekomen, als wij het H. Doopsel ontvangen hebben. Daarom spreekt de priester: “Ex ab eo, immunde, spiritus, et da locum Spiritui sancto Paraclito.” – “Vertrek uit dit kind, onzuivere geest, en maak plaats voor de H. Geest, de Helper.” Op die wijze ook komt Hij in ons terug zo dikwijls dat wij, na Hem door de doodzonde verloren te hebben, weer door een goede biecht in Gods liefde hersteld worden. Welnu, het is de H. geest zelf die deze liefde in onze harten stort (Rom. V,5): De liefde Gods, zegt Paulus, is in onze harten uitgestort door de H. Geest, die ons gegeven is. Hij is het die in ons hart woont als in zijn tempel: “Vos estis templum Dei” (II Kor. VI, 16).

2° De H. Geest komt, op een buitengewone manier, in de harten der gelovigen, wanneer zij het H. Vormsel ontvangen, in hetwelk Hij de welbereide harten met de volheid zijner gaven begiftigt. Wijsheid en verstand, raad en sterkte, wetenschap, godvruchtigheid en vrees des Heren, ziedaar al de gaven die Hij in de zielen uitstort.

3° De H. Geest komt ook tot ons, als Hij op een nieuwe manier in ons begint te werken, gelijk het gebeurt wanneer wij, buiten het Vormsel, andere Sacramenten der levenden, en voornamelijk de H. Communie ontvangen. Dit geschiedt ook op bijzondere feestdagen, vooral op Sinksen, wanneer de H. Geest ons met troost en zoetigheid vervult en zo het oefenen der deugd gemakkelijker maakt.

4° De H. Geest komt, op een zonderlinge wijze, bij enige personen, namelijk bij de priesters in hun wijding. Daar geeft Hij hun de macht om de zonden te vergeven, en het brood en de wijn te veranderen in het Lichaam en het Bloed van Christus. Ook komt Hij bij de Oversten der H. Kerk, aan dewelke Hij de gratie geeft om hun ambt bekwamelijk te bedienen. Soms geeft de H. Geest ook aan enige uitgelezen personen de macht om mirakelen te doen, de gave der voorzegging, de gave der talen, en de kennis der geesten. Dit echter, zijn gaven die meer tot algemeen nu der H. Kerk dan tot eigen voordeel geschonken worden.

III. Wat wij moeten doen om de H. Geest in ons hart te ontvangen.

Wij zullen, naar het voorbeeld van de Apostelen, ons tot de komst van de H. Geest bereiden. Welnu, beminde parochianen, waarin bestond hun voorbereiding?

1° In de zuiverheid des harten. De H. Geest vraagt niet alleen dat wij, door de biecht, gezuiverd wezen van de doodzonde, maar Hij vraagt ook dat wij met de aangekleefdheid tot de dagelijkse zonde zouden afbreken.

2° In de afzondering van de wereld. Wij weten wel dat de mensen in de wereld geen afzondering of “retraite” kunnen doen, doch wat iedereen doen kan, dat is zijn gedachten van de wereld aftrekken, en voor enige dagen, in het binnenste van zijn hart een inwendige eenzaamheid bewaren.

3° In de eendracht. Allen bleven als broeders verenigd tot aan de nederdaling van de H. Geest over hen. De H. Geest immers, kan niet komen in harten die verdeeld zijn, dewijl Hij een Geest van vrede is, en niet van tweedracht. Wilt gij dus de H. Geest ontvangen, beminde parochianen, maakt vrede met uw vijanden.

4° In een vurig en aanhoudend gebed. Perseverantes erant in oratione (Hand. I, 14); de H. Maria met de H. Petrus en al de Apostelen, uiterharte verenigd, bleven volharden in het gebed. Zo ook zullen wij met de bescherming van onze Moeder Maria altijd standvastig en aanhoudend bidden, totdat de H. Geest in onze harten nederdale, opdat wij door Hem verlicht en versterkt, niet alleen in het geheim, maar voor het aanschijn der ganse aarde getuigenis mogen geven van ons geloof en van onze gehechtheid aan de christelijke godsdienst. “Kom H. Geest, verlicht mijn verstand, opdat ik de Waarheid zou blijven kennen en het Geloof bewaren! Versterk mijn wil, opdat ik, overal en altijd, zonder menselijk opzicht, tot de laatste adem van mijn leven, door woord en werk, mijn christelijk geloof zou belijden en voor eeuwig zalig zou worden.” Amen.

Uit: Sermoenen van Kannunik d’Hoop, Pastoor-Deken van O.L.V. (St-Pieters) Gent; Verzameld en bewerkt door R. De Steur, onderpastoor van O.L.Vrouw (St. Pieters), Gent, A. Siffer, Drukker, 1900


Imprimatuur:

Wij geven volgaarn onze goedkeuring aan de grondige en stichtende sermoenen van wijlen de ieverigen en geleerden heer Deken Kannunik V. d’Hoop, en wij bevelen ze der geestelijkheid van ons bisdom ten zeerste aan.

Gent, 4 april 1900.

+ Antonius, Bisschop van Gent

 

1 reactie »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: