Skip to content

Dit jaar is het een bijzonder Paastriduüm

In het voorwoord over het boek van de visioenen van het Lijden van Christus staat dat de De Zalige A.K. Emmerick Jezus’ historische sterfdag zag op vrijdag 30 maart. Dit komt overeen met Goede Vrijdag 30 maart van dit jaar. Het is dus dit jaar een heel bijzonder Paastriduüm: want we gedenken niet alleen Christus’ lijden, sterven en verrijzenis, maar het is ook de effectieve verjaardag ervan. Christus is volgens A.K. Emmerick 8 jaar vóór onze tijdrekening geboren, dus vandaag is het EXACT 1993 jaar geleden dat Christus voor ons stierf op het Kruis (2018+8-33=1993 jaar).

Een passage:

Zij gluurden Nikodemus woedend aan en lieten het getuigenverhoor met des te sneller tempo en snodere onbeschaamdheid doorgaan. Na nog vele schandelijke, lasterlijke aantijgingen traden er tenslotte nog 2 op die verklaarden: ”Deze Jezus heeft gezegd: Ik zal de tempel die door mensen gebouwd is, afbreken en in 3 dagen een andere bouwen zonder de hulp van mensenhanden.” Ook deze 2 kwamen weer in twist met elkaar. De een zei dat Hij een nieuwe tempel wilde oprichten, dat Hij daarom een nieuw en ander paasmaal in een ongewoon gebouw had gehouden, omdat Hij de oude tempel wilde afbreken.

De tweede daarentegen zei dat het genoemde gebouw door mensenhanden gemaakt was en dat Hij derhalve dit niet kon hebben bedoeld. Deze laatste tegenspraak vermeerderde nog de woede van Kaïfas, te meer daar hij zag welk een ongewenste indruk de wreedheden tegen Jezus, de tegenspraak van de getuigen en het onbegrijpelijk stil geduld van de beschuldigde op vele aanwezigen maakten. Het waardig zwijgen van Jezus verontrustte velen in hun geweten en een tiental soldaten waren er zodanig door geschokt, dat zij onder voorwendsel van ongesteldheid zich verwijderden. Toen zij voorbij Petrus en Joannes kwamen zegden zij: “Dit zwijgen van Jezus de Galileeër bij dat vreselijk tekeergaan is hartverscheurend. Het is als wil de aarde ons verslinden! maar zeg, waarheen moeten wij ons wenden?” Hetzij de 2 apostelen hen niet betrouwden en vreesden door hen als leerlingen verraden of althans door de omstaanders als zodanig herkend te worden, antwoordden zij slechts in het algemeen, terwijl hun blik hun droefheid verried: “Indien de waarheid u roept, laat u dan door haar geleiden; het overige zal dan in orde komen!” Hierop verlieten die mannen het voorhof en spoedden zich uit de stad. Zij ontmoetten echter anderen die hen naar de overzijde van de berg Sion verwezen in de spelonken van dat gebergte ten zuiden van Jeruzalem (en aan de overkant van de Geënnom-vallei. In die berghelling zijn vele grafspelonken). Daar troffen die soldaten verscheidene apostelen aan, die er zich verborgen hielden. Ze hadden eerst schrik voor de soldaten, maar vernamen dan nieuws van hen over Jezus, hoe Hij behandeld werd en ook hoe zijzelf zich hier niet veilig moesten achten. Hierna zochten de apostelen weer nieuwe schuilplaatsen op.

Door de tegenstrijdige verklaringen, vooral van de laatste 2 getuigen en ter wille van hun beschaming ziedend van woede stond Kaïfas toornig van zijn zetel op, ging 2 schreden naar beneden op Jezus toe en sprak: “Antwoord Gij niets op deze aanklacht?” Hij was zeer verbitterd, omdat Jezus niet naar hem opzag. Hierop rukten gerechtsdienaren Jezus’ hoofd bij het haar achterover en stieten Hem met vuisten onder de kin, doch Jezus hield zijn blik voort neergeslagen. Kaïfas echter hief driftig zijn handen omhoog en zei met een van toorn trillende stem: “Ik bezweer U bij de levende God, ons te zeggen of Gij de Christus, de Messias, de Zoon van de hooggeprezen allerhoogste God zijt?!”

Nu verstomde het rumoer en een grote stilte ontstond, en door God gesterkt antwoordde Jezus met een stem vol onbeschrijfelijke majesteit, die alle harten ontstelde, met de stem van het eeuwige Woord: “Ja, Ik ben het! Gij zegt het! En Ik zeg u: Voortaan zult gij de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de goddelijke Majesteit en Hem zien komen op de wolken des hemels.” Onder deze woorden zag ik Jezus doorstraald van licht: de hemel was boven Hem geopend en daarin zag ik onuitsprekelijk samengevat of voorgesteld het volgende. Ik zag de almachtige Vader en meteen ook de engelen en gebeden van de rechtvaardigen, als baden en smeekten zij voor Jezus. Ik zag alsof de Godheid van Jezus uit de Vader en uit Jezus tegelijk sprak: “Indien Ik lijden kon, zou Ik gaarne lijden. Daar Ik dit niet kan en barmhartig ben, heb Ik de menselijke natuur aangenomen in de Zoon, opdat de Zoon des mensen lijde, want Ik ben ook rechtvaardig en ziet: Hij draagt de zonden van al dezen, de zonden van de gehele wereld!” Onder Kaïfas daarentegen zag ik de ganse hel open: een grote sfeer van somber vuur, vol afzichtelijke en afschuwelijke gedaanten; ik zag er hem boven staan, slechts tegengehouden en van die afgrond gescheiden door een floers. Ik zag hem doordrongen van de woede der hel. Het huis zelf scheen mij nu een hel te zijn, die uit de afgrond opwoelde. Toen de Heer plechtig verklaarde dat Hij de Christus, de Messias, de Zoon van God was, scheen de hel door schrik voor Hem aangegrepen en opeens al haar woede tegen Hem in dit huis uit te willen braken. Daar mij echter alles in beelden, vormen en gedaanten getoond wordt – welke taal mij veel juister, korter en klaarder is dan welke uiteenzetting ook, aangezien de mensen toch ook tastbare, waarneembare gestalten en geen wijzen van spreken zijn (keine Redensarten) – zag ik de woede en de angst van de hel in ontelbare gruwelijke gedaanten op vele plaatsen als uit de aarde opdoemen.

[…]

Zo legden zij de gehele weg af (van het forum terugkerend op Jezus’ stappen) tot het rechtshuis van Kaïfas, van Annas, door Ofel naar Getsemani aan de Olijfberg; en overal waar Hij gevallen was, waar men Hem het een of ander bijzonder groot leed had aangedaan, daar wekten zij in hun hart gevoelens op van liefde en dankbaarheid; zij waren vol smarten en voelden zijn lijden. Dikwijls zonk de H. Maagd neer en kuste de grond ter plaats waar haar Zoon neergevallen was. Magdalena wrong zich dan de handen en Joannes, die zelf zijn tranen niet kon weerhouden, beurde Maria op, tilde haar omhoog en leidde haar verder. Dit was de oorsprong van de heilige kruisweg, van het medelijdend beschouwen en vereren van Jezus’ bitter lijden, nog eer het volbracht was. Reeds op dit ogenblik ontstond in de heiligste bloesem van de mensheid, in de maagdelijke Moeder van God en van de Zoon des Mensen, de godsvrucht van de Kerk voor het lijden van haar Verlosser. Reeds op de dag, toen Hij de bittere lijdensweg nog maar half had afgelegd, overwoog, beweende, vereerde en betrad de uitverkoren, genadenvolle Moeder de voetstappen van haar Zoon en haar God. O welk onbegrijpelijk medelijden! Hoe diep drong het zwaard van droefheid, scheurend en snijdend, langzaam in haar hart! Hoe smartelijk bleef het erin geplant. Zij wier zalige schoot Hem gedragen had, wier zalige borsten hem gevoed hadden, zij, de heilige, die het Woord, dat in den beginne bij God was, werkelijk en wezenlijk gehoord had, in zich opgenomen en 9 maanden onder haar genadenvol hart bewaard, verzorgd, overwogen en beschouwd had, die het aan haar borsten gevoed had, zij die zijn leven gedragen en in zich aanwezig gevoeld had, eer de mensen, zijn broeders, zegen en lering, hulp en genezing van Hem ontvingen, leed hier alles met Jezus, nam deel aan zijn smarten, ook in zijn dorst naar de zaligheid van de mensen, die door zijn Zo opende hier nu reeds de reinste, de alheilige, de geheel onbevlekte, als eerste in de Kerk, het pad van de heilige kruisweg. Zij stelde een voorbeeld; zij wijdde een heilige oefening in. Zij begon als eerste de onuitputtelijke verdiensten van Jezus Christus als edelstenen op alle plaatsen van zijn lijden te verzamelen, op de lijdensweg als bloemen te plukken, om ze zijn hemelse Vader voor alle gelovigen van nu en later aan te bieden. Maria vertegenwoordigde alle zielen van de mensheid, die ooit waren en zijn zullen, allen die vóór Jezus ooit verzucht hadden naar de Verlossing, allen die na Hem zijn liefde en lijden medelijdend en dankbaar zouden overwegen en vieren. Al dezen baden in haar en met haar de kruisweg, weenden en offerden mee in het hart van de Moeder van Jezus, die ook een trouwe Moeder is van de gelovigen in de Kerk.

Lees ook:

http://emmerick.be/LeesHetBoek/

2 Comments »

  1. De Ethiopische Christenen hebben altijd geloofd dat Christus in 8 voor Christus is geboren, in feite 7 voor Christus, want de nul wordt in de Gregoriaanse telling overgeslagen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: