Skip to content

CATECHISMUS: Over de geloofsbelijdenis – Les 10: Die zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader

1. In de geloofsbelijdenis staat dat Jezus “zit”, om ons te leren dat Hij in de hemel rust en een eeuwig geluk geniet.
2. Jezus zit in de hemel als een koning op zijn troon en als een rechter op zijn rechterstoel. In die tweevoudige hoedanigheid oefent Hij de wetgevende en de rechterlijke macht uit waarop Hij zinspeelde bij zijn Hemelvaart: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde”
3. De geloofsbelijdenis voegt eraan toe dat Jezus “aan de rechterhand van de Vader” zit. Dat wil niet zeggen dat God een linker- en een rechterhand heeft. De rechterhand is de ereplaats en daarom wil het zeggen dat Jezus Christus als God aan zijn Vader gelijk is en als mens boven alle schepselen verheven is.
4. Het zijn de verdiensten van Jezus Christus die voor de rechtvaardigen de poorten van de hemel hebben geopend en we hebben onze zaligheid en verlossing te danken aan zijn lijden. Toch is de Hemelvaart niet slechts een voorbeeld dat ons voorgehouden wordt om ons geestelijk te verheffen naar de hemel, maar ze is een werkelijke bron van goddelijke kracht waarmee we de hemel werkelijk kunnen bereiken. Zij maakt de maat van de verdienste van ons geloof vol, ze versterkt onze hoop; en ze richt de liefde van ons hart naar de hemel.
5. Het geloof betreft de zaken die men niet kan zien, en die de rede en het menselijk verstand overtreffen. Daarom vult de Hemelvaart de maat van de verdienste van ons geloof aan. Was de Heer bij ons gebleven, had ons geloof veel van zijn verdienste verloren, want Jezus Christus heeft zelf verklaard: “Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen.”
6. De Hemelvaart versterkt bovendien de hoop in ons hart. Als we geloven dat Jezus Christus als mens naar de hemel is gegaan en de menselijke natuur aan de rechterhand van God heeft doen plaatsnemen, dan hebben wij ernstige redenen om te hopen dat ook wij, zijn ledematen, eens naar daar zullen opklimmen om ons met ons Hoofd te verenigen. De Heer zelf heeft deze vereniging gewaarborgd: “Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben.”
7. Eén van de belangrijkste voordelen die de Hemelvaart ons verschaft, is dat zij de liefde van ons hart tot de hemel richt en aanvuurt door de liefdevlammen van de Heilige Geest. Het is niet zonder goede reden dat men zegt: “waar uw schat is, daar is ook uw hart”. Ware Jezus Christus bij ons gebleven, dan zouden onze gedachten gericht blijven op uiterlijke kennis en het genoegen van zijn omgang. We zouden in Hem slechts de man zien die ons met zijn weldaden overlaadde en voor Hem alleen maar een natuurlijke liefde voelen.
8. Door echter naar de hemel te klimmen heeft Hij onze liefde een geestelijke richting gegeven. Door zijn afwezigheid kunnen we alleen nog maar geestelijk tot Hem komen en zijn we bereid Hem als God te aanbidden en te beminnen. Enerzijds toont ons dat het voorbeeld van de apostelen: zolang de Zaligmaker onder hen was, schenen ze voor Hem slechts menselijke gevoelens te hebben. Anderzijds is er het getuigenis van de Heer zelf, die zegt: “voor jullie eigen bestwil moet Ik weggaan”. De onvolmaakte liefde waarmee de apostelen Hem beminden, moest vervolmaakt worden door de goddelijke liefde, door de nederdaling van de Heilige Geest. Daarom voegde Jezus eraan toe: “doe Ik dat niet, dan zal de Helper niet komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar jullie toezenden”.
9. De Hemelvaart betekent het begin van een nieuwe uitbreiding van de heilige Kerk. Aan het bestuur van dit echte huis van Jezus Christus ging de kracht van de Heilige Geest worden toevertrouwd. Tot dan toe had Jezus Petrus, de prins der apostelen, aangesteld aan het hoofd van deze Kerk, om Hem te vertegenwoordigen als eerste herder en opperste priester. Maar sinds de Hemelvaart heeft Hij naast de Twaalf voortdurend anderen gekozen en aangesteld als apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars. Van bij de rechterhand van zijn Vader schenkt hij hen alle genaden die ze nodig hebben. De apostel Paulus verzekert ons immers dat “aan ieder van ons afzonderlijk de genade is verleend naar de maat van Christus’ gave.”

Verklaring van de prent

10. Deze prent stelt ons Jezus Christus voor zoals Hij in de hemel op een troon van glorie zit aan de rechterhand van zijn Vader. Engelen en heiligen omgeven Hem en zijn troon wordt gedragen door talloze hemelse geesten. De Vader houdt de koningsstaf in de hand en de Zoon het kruis. Beiden ondersteunen ze het aardrijk, dat de Vader schiep, dat de Zoon verloste en dat de Heilige Geest heiligde.

Bron: Prentencatechismus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: