Over de devotie tot en de werking van relikwieën

Vandaag gedenken we alle heiligen van de Kerk – het is immers Allerheiligen. Eén van de wijzen waarop de heiligen worden vereerd, is door middel van relikwieën. Relikwieën zijn vandaag de dag redelijk in de vergetelheid geraakt. In kerken worden ze zelden nog ter verering aan de gelovigen aangeboden. Vaak liggen ze in een oude lade of kast stof te vangen, of werden ze weggegooid in de jaren na het 2de Vaticaans Concilie. Ook worden ze soms verkocht, als een bepaalde kerk of klooster wordt gesloten. Zo is de relikwieënhandel weer bloeiend geworden, hoewel het door de Kerk verboden is (behalve voor derdegraads relikwieën). Echter, wie een relikwie kan redden door het op te kopen, doet daarmee een goed werk. Het is beter dat het relikwie in goede handen valt en terug wordt vereerd, dan dat het bij een rariteitenverzamelaar terechtkomt…

Er zijn relikwieën van verschillende graden.

Eerste graad: Gebeenten en andere overblijfselen van de lichamen van heiligen, zoals bloed.

Tweede graad: Voorwerpen die in contact zijn geweest met heiligen tijdens hun leven (onder deze categorie vallen ook de Passierelieken van Christus).

Derde graad: Voorwerpen die in contact zijn gekomen met heiligen na hun dood (vb stukje stof die aan een relikwie van eerste graad werd gestreken).

Devotie tot en gebruik van relikwieën

In de Christelijke Onderwijzer in de Catechismus (1767) schreef Eerwaarde Pater Petrus Vandenbossche (Deel VI, over het Eerste Gebod des Heeren, Over Lichten, Agnus Dei en Reliquien der Heylige):

Is het superstitie om Relikwieën van Heiligen te vereren en te versieren?

Geenszins, maar het is een zeer godvruchtig werk en een zeer oud gebruik, zoals blijkt in de H. Schrift: Gen. 50 en Exod. 13.

Welke kracht is er gelegen in de Relikwieën of doodsbeenderen van de heiligen, die zo lelijk en onaanzienlijk zijn?

Omdat de heilige gebeenten instrumenten zijn geweest van de strijd en zegepraal, die de heilige mensen hebben verkregen tegen de duivel, door welke gebeenten God ook zeer dikwijls mirakelen heeft gedaan: daarom is het dat God aan deze een heimelijke kracht geeft, als instrumenten zijnde van zijn Almacht, om ons door de voorspraak der heiligen, wiens relikwieën het zijn, ons in onze nood te helpen.

Heeft God somtijds met tekenen en mirakelen getoond dat het hem behaagt dat wij de Relikwieën der heiligen eren?

Ja, een dode mens door het aanraken der doodsbeenderen van de Profeet Elizeus werd terstond levend. Het vrouwke dat de boord van Christus’ rok aanraakte is ook terstond genezen. De kranken en zieken zijn door de schaduw van Petrus geholpen. De neusdoeken van Paulus gaven gezondheid aan de zieken.

Noem eens een heilige, of godvruchtige personen die de heilige Relikwieën om de gemelde redenen zeer geacht en geëerd hebben?

Voorbeeld 1: De H. Antonius versierde zichzelf op Pasen en Pinksteren met de rok van de H. Paulus, eerste Heremiet, van wie de H. Hiëronymus (beschrijvend zijn eigen leven) zegt: indien God mij de keus gaf, ik zou liever de rok van Paulus hebben met zal zijn verdiensten dan de purperen mantel van de koningen met hun koninkrijken. Op dezelfde wijze sprak ook de H. Johannes Chrysostomus van de boeken van de H. Apostel Petrus.

Voorbeeld 2: De H. Thomas van Aquino droeg altijd op zich de relikwieën van de H. Agnes, gesloten in een kasken, hangend aan zijn hals.

Voorbeeld 3: De H. Macrina, zuster van de H. Basilius en Gregorius Nyssenus, droeg over haar een ijzeren ring waarin een stukje van het H. Kruis besloten was, en deze ring heeft de H. Gregorius geërfd.

Voorbeeld 4: De H. Bernardus, niet tevreden zijnde met het over zich dragen van de Relikwieën van de H. Thaddeüs, Apostel, tijdens zijn leven, is er ook mee begraven willen worden.

Voorbeeld 5: De Keizer Theodosius gaande ten oorlog tegen de tiran Maximus, had voor zijn harnas en in zijn helm de mantel en de kaproen van de H. Senuphius, en de staf als zijn lans, hopende daardoor beter beschermd te zijn, dan door enige andere wapenen: gelijk het ook geschied is.

Voorbeeld 6: De koningen van Frankrijk hadden eertijds de gewoonte met zich in het leger de mantel van de H. Martinus mee te voeren, die hun zo goed als zeker de zegepraal beloofde.

De Zalige A.K. Emmerick vertelt over de werking van relikwieën

De Zalige Anna Katharina Emmerick kon aanvoelen of een relikwie echt was of niet, en zij zag vaak visioenen van de heilige aan wie de relikwie verbonden was. Ook beschrijft ze vaak de werking van een relikwie.

23 december 1820. ’s Avonds vroeg zij nogmaals om de zegen en om de relikwie van de heilige Cosmas. Daags daarna was zij nog heel ellendig, maar kon zij enkele woorden spreken. Zij zei: “Ik drukte de relikwie aan mijn borst, zag de heilige bij mij en er kwam een stroom van warmte over mij heen. Nu heb ik iets meer leven, maar ik ben één en al verscheurende pijn. De dorst kwelt mij het meest, maar ik kan niet drinken.”

Het dagboek van dr. Wesener (een medicus uit Dülmen) bevat op 16 oktober 1816 het eerste getuigenverslag van het feit der relikwieën-herkenning:

“Ik trof de zieke in diepe extase aan. Omdat pater Limberg er ook tegenwoordig was, toonde ik hem een kastje, dat ik uit de nalatenschap van mijn pas overleden schoonmoeder had gekregen. Het bevatte, naast meerdere relikwieën, twee flinke partikels van het H. Kruis. Zonder een woord te zeggen nam pater Limberg mij het kastje uit handen, ging naar het bed van de zieke en hield haar op enige afstand het kastje voor. Plotseling richtte de zieke zich op en greep met beide handen begerig naar het kastje. Toen zij het vast had, drukte zij het stijf aan haar hart. Daarop vroeg pater Limberg haar wat zij daar in haar armen had. Zij antwoordde: “Iets zeer kostbaars, iets van het Heilig Kruis!” Pater Limberg riep haar nu uit de extase en ik wilde mijn kastje terug. Zij was erg verbaasd, dat het mij toebehoorde, want zij dacht dat zij het gevonden had onder de oude zijden doek die haar uit Coesfeld was gestuurd voor haar werk voor de armen en zieken.”

Vijf jaar later meldde Brentano van dezelfde kruispartikels:

“Toen haar vandaag een kruispartikel van dr. Wesener werd voorgehouden – zij had juist een visioen – greep zij er naar en zei: “Ik heb dat ook, ik heb dat in en hart en op de borst.” (zij droeg een van Overberg gekregen kruispartikel). “Ik heb ook een stukje van de lans. Op het kruis lag het Lichaam; de lans was binnen in het Lichaam. Wat moet ik meer beminnen? Het Kruis is het werktuig van de Verlossing, de lans heeft een grote poort van liefde geopend. O, ik was er gisteren diep in doorgedrongen (Het was vrijdag geweest). “Het kruispartikel maakt mijn pijnen zoet, de relikwie verdrijft ze. Ik heb dikwijls, als het kruispartikel mij de pijnen zo verzoette, in vertrouwen tot de Heer gezegd: “Heer, als het U zo zoet geworden zou zijn aan dit Kruis te lijden, dan zou dit kruisdeeltje mijn pijnen niet zo verzoeten.”

Toen men op 8 januari 1820 haar een torenvormige reliekhouder bracht, kreeg zij een visioen over het leven van een heilige van wie één van de relikwieën toebehoorde:

“Ik zag de ziel van een jongeling in een algemeen stralende gedaante naar mij toe komen. Hij straalde met een witte aureool en zei tegen mij dat hij zijn heil bewerkt had door het verzaken van en overwinning op de natuur. Zelfs dat hij rozen, die hij begeerde, heeft laten staan, heeft hem geholpen. […] Naderhand zag ik nog dat de jongen naar een afgezonderd klooster ging om er te studeren. Het lag op ongeveer twaalf uren van de geboortestad, op een berg waarop wijndruiven groeiden. Hij was heel vlijtig en zo ijverig vertrouwend op de Moeder Gods, dat hij, als hij in de boeken iets niet verstond, tegen zijn Mariabeeld sprak: “Gij hebt uw Kind onderricht, gij zijt ook mijn Moeder, onderwijs mij ook!” En dan verscheen Maria persoonlijk aan hem en onderwees hem, en hij ging heel eenvoudig en onbevangen met haar om. Hij wilde uit nederigheid nog niet priester worden, maar werd allerwegen om zijn vroomheid gewaardeerd. Hij was drie jaar in het klooster, was een jaar lang erg ziek en hij stierf in de ouderdom van 23 jaren en werd in het klooster begraven.

Er was er één onder zijn kennissen die zijn hartstochten niet de baas kon worden en heel vaak in zonde viel. Deze, die een groot vertrouwen in de overledene stelde, bad gedurende meerdere jaren na zijn dood op het graf. De zalige verscheen aan hem, onderwees hem en zei dat hij een teken aan zijn vinger zou opmerken, in de vorm van een ring, die hij bij zijn huwelijk met Jezus en Maria had ontvangen, en die – als men zijn lichaam zou onderzoeken om zich te overtuigen – moest aantonen dat hij echt aan hem verschenen was. De vriend, een man van in de dertig, maakte het bekend. Men groef het lichaam op, vond het teken en verdeelde de relikwieën onder elkaar. Hij is niet heilig verklaard. Naar zijn natuur deed hij mij zeer denken aan de H. Aloysius.”


Een nuttige website in verband met relikwieën en fake relikwieën:

http://forallthesaints.info/fakes.htm

Relieken van de H. Theodorus in de Kathedraal van Brindisi (Italië).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s