23 september: Sterfdag en Feest van de H. Pater Pio

Pater Pio van Pietrelcina, geboren Francesco Forgione, spirituele erfgenaam van Sint‑Franciscus van Assisi, was de eerste priester die op zijn lichaam de stigmata van de kruisiging vertoonde. Reeds bij leven gekend als “gestigmatiseerde broeder” zette pater Pio, aan wie de Heer bijzondere bovennatuurlijke gaven had geschonken, zich totaal in voor het heil van de zielen. Tot op de dag van vandaag bereiken ons zeer talrijke getuigenissen van de “heiligheid” van de kloosterling, vergezeld van dankbetuigingen. Zijn providentiële voorspraak bij God bewerkte voor velen genezing van lichaam en geest.

Pater Pio van Pietrelcina, alias Francesco Forgione, werd op 25 mei 1887 geboren in Pietrelcina, een dorpje in de streek van Benevento. Hij kwam ter wereld in een huis van arme mensen waar vader Grazio Forgione en moeder Maria Giuseppa Di Nunzio reeds andere kinderen hadden verwelkomd.

Vanaf zijn prilste jeugd voelde Francesco het verlangen om zich totaal aan God te wijden en dit verlangen maakte hem verschillend van zijn leeftijdgenoten. Dit “verschil” was voorwerp van opmerkingen vanwege familieleden en vrienden. Moeder Peppa vertelde:

“Hij beging geen enkele nalatigheid, geen enkel vergrijp, was niet lastig, gehoorzaamde altijd aan mij en aan zijn vader, elke morgen en elke avond ging hij naar de kerk om Jezus en Maria te bezoeken. Van de ganse dag ging hij nooit naar buiten met kameraden. Ik zei hem eens: ‘Francì, ga eens wat buiten spelen.’ Hij weigerde door te zeggen: ‘Ik wil er niet naartoe gaan omdat ze vloeken.'”

Uit het dagboek van pater Agostino van San Marco in Lamis, een van de geestelijke leiders van pater Pio, kwam men te weten dat pater Pio vanaf 1892, toen hij nog maar vijf jaar was, reeds zijn eerste mystieke ervaringen had. Extases en verschijningen waren zó talrijk dat het kind ze volkomen normaal vond.

Mettertijd kon Francesco’s grootste droom verwezenlijkt worden, nl. zijn leven totaal aan de Heer wijden. Op 6 januari 1903, toen hij zestien jaar was, trad hij als postulant binnen in de orde van de kapucijnen en werd priester gewijd in de kathedraal van Benevento op 10 augustus 1910. Wegens zijn precaire gezondheidstoestand begon zijn priesterleven aanvankelijk in verschillende kloosters van de streek van Benevento waar Pio door zijn oversten naartoe gestuurd werd om er zijn genezing te bevorderen. Vanaf 4 september 1916 tot aan zijn dood op 23 september 1968 verbleef hij, behalve tijdens een paar kleine onderbrekingen, altijd in het klooster van San Giovanni Rotondo aan de Gargano.

In deze lange periode waarin geen belangrijke gebeurtenissen de kloosterstilte verstoorden, begon pater Pio heel vroeg aan zijn dag. Vóór dag en dauw begon hij met het gebed ter voorbereiding van de eucharistieviering. Daarna ging hij naar de kerk voor deze eucharistieviering waarna een lange dankzegging volgde, een gebed op de galerij vóór het Heilig Sacrament en tenslotte een langdurige belijdenis.

Een van de gebeurtenissen die het leven van de pater grondig tekenden deed zich voor in de ochtend van 20 september 1918, toen hij biddend vóór het kruisbeeld in het koor van het oude kerkje de gave van de zichtbare stigmata ontving die open, vers en bloedend bleven gedurende een halve eeuw. Dit uitzonderlijke fenomeen wekte de aandacht van artsen, geleerden en journalisten maar vooral van het gewone volk dat in de loop van zoveel decennia zich naar San Giovanni Rotonde begaf om er de “heilige” kloosterling te ontmoeten.

In een brief van 22 oktober 1918 aan pater Benedetto vertelt pater Pio over zijn “kruisiging” het volgende:

“… wat zal ik jullie vertellen over wat jullie me vragen, nl. hoe mijn kruisiging zich heeft voorgedaan? Mijn God, wat een verwarring en wat een vernedering voel ik als ik moet duidelijk maken wat U in mij, uw zielig schepsel hebt verricht! Het was de ochtend van de twintigste van vorige maand (september) in het koor, na de eucharistieviering, toen ik overvallen werd door een gevoel van rust, net zoals een vredige slaap. Alle inwendige en uitwendige zintuigen en ook mijn geestelijke vermogens bevonden zich in een onbeschrijflijke toestand van rust. Rond mij en binnenin mij was er totale stilte; er volgde op het gevoel van gemis aan alles plots een grote vrede en overgave en dan een terugkomen in dezelfde chaos; dit alles gebeurde in een flits. En terwijl dit alles gebeurde zag ik vóór mij een raadselachtig personage zoals dat wat ik gezien had op de avond van de 5e augustus en dat er enkel van verschilde doordat de handen, de voeten en de borst druipten van het bloed. Zijn gezicht joeg me de stuipen op het lijf; wat ik op dat ogenblik in mij voelde zou ik jullie niet kunnen zeggen. Ik voelde me sterven en ik zou inderdaad gestorven zijn indien de Heer niet had ingegrepen om mijn hart te ondersteunen: zó voelde ik het uit mijn borst springen. Het personage trok zich terug en ik stelde vast dat mijn handen, mijn voeten en mijn borstkas doorboord waren en bloedden. Stel jullie de kwelling voor die ik toen ervoer en die ik bijna alle dagen zal ervaren. Uit de wonde van het hart spuit er constant bloed vooral van donderdagavond tot zaterdag. Vader, ik sterf van de pijn, door de kwelling en de daarop volgende verwarring die ik voel in het binnenste van mijn ziel. Ik vrees dat ik ga doodbloeden indien de Heer niet naar het gekreun van mijn arm hart luistert en deze verschijnselen niet van mij wegneemt…”

Doorheen de jaren komen de gelovigen dus vanuit alle delen van de wereld naar deze gestigmatiseerde priester om zijn machtige voorspraak bij God te verkrijgen.

Na vijftig jaar leven in gebed, nederigheid, lijden en opoffering om zijn liefde te verwerkelijken, realiseerde pater Pio twee initiatieven in twee richtingen: een verticale naar God met de oprichting van “gebedsgroepen” en een horizontale naar de broeders met de bouw van een modern ziekenhuis: “Casa Sollievo della Sofferenza” (Huis “Verlichting van het lijden”).

In september van het jaar 1968 kwamen duizenden vromen en geesteskinderen van de pater naar het trefpunt in San Giovanni Rotondo om samen de 50e verjaardag van de stigmata te herdenken en het vierde internationaal congres van de gebedsgroepen bij te wonen.

Niemand kon echter vermoeden dat op 23 september 1968 om 2.30 u het aardse leven van pater Pio van Pietrelcina een einde zou nemen.

Pater Pio had verschillende gaven: zo kreeg hij bijna dagelijks verschijningen van Jezus en de H. Maagd, was hij voortdurend bezig met de engelbewaarders van zijn geestelijke kinderen en had hij de gave van bilocatie. Een greep uit de verhalen:

Bilocatie

Mevrouw Maria was een geesteskind van pater Pio. Op een avond sluimert Maria’s broer in, terwijl hij aan het bidden is. Plots voelt hij een klap op zijn rechterwang. Volgens het geluid dat de klap maakte, had hij de indruk dat de hand die hem geslagen had, gehandschoend was. Hij dacht onmiddellijk aan pater Pio. ’s Anderendaags vroeg hij aan pater Pio of hij hem geslagen had. Die antwoordde: “Slaap je terwijl je bidt?”. Het was dus pater Pio, die de aandacht van de man wou trekken onder een vorm van bilocatie.

Een gepensioneerde legerofficier kwam op een dag de sacristie binnen. Hij ziet pater Pio en zegt: “U bent het werkelijk, alle twijfel is uitgesloten”. Hij kwam dichter, knielde voor pater Pio en weende, terwijl hij zei: “Dank U pater omdat U mijn leven heeft gered”. Daarna vertelde de man aan de aanwezigen: “Ik was infanteriekapitein. Op een dag zag ik midden op het slagveld in volle strijd een monnik met een bleek gezicht en expressieve ogen, die me zei: ‘Mijnheer de kapitein, ga weg van hier!’. Ik ging op hem af en alvorens ik bij hem was, ontplofte een granaat vlak op de plek waar ik tevoren stond en liet een gapende afgrond achter. Ik keerde me naar de monnik, maar hij was verdwenen”. Pater Pio had hem in bilocatie het leven gered.

Priester Alberto, die pater Pio in 1917 leerde kennen, vertelde: “Ik zag pater Pio onbeweeglijk aan het venster zitten, terwijl hij naar de bergen keek. Ik kwam nader om hem de hand te kussen, maar hij deed alsof hij me niet zag en zijn hand leek me verstijfd. Dan hoorde ik hem duidelijk de absolutieformule uitspreken. Even later leek hij te ontwaken uit een slaap, zag me en zei: “Bent u hier? Ik had u niet gezien”. Enkele dagen later kwam een telegram uit Torino aan voor onze overste. Daarin werd hij bedankt om pater Pio naar het sterfbed te zenden. Toen begrepen we dat de zieke gestorven was op hetzelfde moment dat pater Pio de absolutiewoorden te San Giovanni Rotondo had uitgesproken. Onze overste had hem natuurlijk niet naar de stervende gestuurd, maar pater Pio was er in bilocatie.

In 1946 kwam er een Amerikaanse familie uit Philadelphia naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te bedanken. Hun zoon was immers tijdens de Tweede Wereldoorlog piloot van bommenwerpers en hij was gespaard gebleven boven de Stille Oceaan dank zij pater Pio. Toen hij zich klaarmaakte om na een bombardement terug te keren naar het eilandje waar hij was gevestigd, werd hij geraakt door Japanse jachtvliegtuigen. De piloot vertelde: “Het vliegtuig stortte neer en ontplofte nog voor dat mijn bemanning de tijd had om met hun parachute te springen. Ik kon wel springen, ook al herinner ik me niet hoe. Ik probeerde mijn parachute te openen zonder succes. Ik zou dodelijk zijn neergestort, als ik geen gebaarde monnik had gezien, die me zachtjes neer plaatste bij de ingang van mijn commandopost. U kunt zich de verwondering indenken toen ik mijn relaas deed, maar precies het feit dat ik gezond en gered was bracht iedereen tot geloof. Enkele dagen later was ik met verlof en keerde naar huis terug. Toen toonde mijn moeder mij een foto van pater Pio, aan wie ze mijn bescherming had toevertrouwd. Ik herkende onmiddellijk de monnik die mij het leven had gered”.

Engelbewaarder

Een Italiaanse Amerikaan die in Californië woonde gaf aan zijn engelbewaarder dikwijls de opdracht allerlei boodschappen over te brengen aan Pater Pio. Op een dag, na de biecht, vroeg hij aan Pater Pio of hij echt hoorde wat zijn engel hem zie. “Wat, antwoordde Pater Pio, meen je dat ik doof ben?” Pater Pio zei dat hij de laatste dagen zijn engelbewaarder had leren kennen.

Pater Lin vertelde dat hij zijn engelbewaarder bad, om met de tussenkomst van Pater Pio een gunst te bekomen voor een dame die zeer ziek was. Daar het de priester Lin voor kwam dat de zieke niet beter werd, zei hij aan Pater Pio: “Ik heb tot mijn engelbewaarder gebeden, zoals deze dame mij gevraagd heeft te doen; is het mogelijk dat de engel niets gedaan heeft?” Pater Pio antwoordde: “Geloof je dat de engel even ongehoorzaam is als jij en ik?”

Op zijn beurt vertelde pater Eusebio dat hij naar Londen gevlogen was tegen de zin van Pater Pio. Welnu, het ogenblik dat het vliegtuig het Kanaal overvloog brak een hevig onweer los. Doodsbang sprak pater Eusebio een akte van berouw uit, en totaal ontdaan, zond hij zijn engelbewaarder naar Pater Pio. Van zodra pater Eusebio terug thuiskwam in San Giovanni Rotondo, ging hij bij Pater Pio, die hem vroeg of hij een goede reis had gehad. Pater Eusebio antwoordde hem: “Vader, Ik ben aan de dood ontsnapt.” – “Wel, waarom gehoorzaamt u niet?” – “Maar ik heb u mijn engelbewaarder toegestuurd…” – “Gelukkig is hij op tijd gekomen!”, gaf Pater Pio hierop ten antwoord.

Een advocaat uit Fano (Italië) keerde naar Boulogne terug aan het stuur van zijn Fiat 1100, in het gezelschap van zijn vrouw en twee zonen. Erg vermoeid, had hij zich liever ontheven gezien van zijn taak als bestuurder, maar zijn oudste zoon sliep. Enkele kilometers verder, in de buurt van de afrit van Saint-Lazare, viel de advocaat in slaap. Op twee kilometers van Imola, schrok hij wakker en riep uit: “Wie heeft het stuur overgenomen? Wat gebeurt er?”FOTO10.jpg (4634 byte) Zij antwoorden in koor: “.”Niets” Zijn zoon die het dichtst bij hem zat werd wakker en verklaarde geslapen te hebben. Zijn echtgenote en zijn jongste zoon verklaarden verbijsterd dat hij een eigenaardige manier van rijden aan de dag legde en rakelings andere auto’s kruiste maar op het laatste moment hen ontweekt door volmaakte stuurbewegingen. De manier waarmee hij bochten nam scheen hen ook verschillend te zijn geweest. Zijn echtgenote zei hem: “Wat ons vooral opviel is dat je lang onbeweeglijk bleef en je geen antwoord gaf op onze vragen.” De man verklaarde: “Ik kon jullie vragen niet beantwoorden: ik was in slaap gevallen. Ik heb gedurende vijftien kilometers geslapen. Ik heb niets gezien, niets gehoord… Maar wie heeft dan de auto in handen genomen? Wie heeft ons voor een ongeval behoed?” Twee maanden later ging de advocaat naar San Giovanni Rotondo. Toen Pater Pio hem zag, legde hij zijn hand op de schouder en zei: “Je sliep en het is je engelbewaarder die het stuur in handen heeft genomen.”

***

Hieronder nog het laatste stuk van de zeer mooie film over Pater Pio (de scène waarin hij sterft):

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s