Over de bekoring – uit de Navolging van Christus

Uit de Navolging van Christus – Thomas A. Kempis

Traktaat 3 – hoofdstuk 12

Wij moeten verduldigheid leren en tegen de begeerlijkheid vechten

De dienaar: Heer, mijn God, zoals ik wel zie is verduldigheid mij hoogst noodzakelijk, want in dit leven overkomt ons heel wat tegenslag. Hoe ik het ook aanleg om vrede te hebben, mijn leven kan niet zonder strijd en verdriet lopen.

De Heer: Zo is het, mijn zoon. Maar Ik wil u niet het soort vrede zien zoeken, dat geen bekoringen ondergaat en geen weet heeft van tegenslagen, maar ik wil, dat gij de vrede ook dan meent gevonden te hebben, wanneer gij door allerhande beproevingen wordt gekweld en u staande houdt bij veel tegenslagen. Als gij beweert niet veel lijden te kunnen hebben, hoe zult ge dan het vagevuur doorstaan? Van twee kwaden moet ge altijd het minste kiezen. om de komende folteringen te kunnen ondergaan, moet gij dus proberen uw tegenwoordig leed voor God gelijkmoedig te dragen. Of denkt ge, dat de mensen van deze wereld niets of weinig te lijden hebben? Dat vindt ge niet, zelfs al zoekt gij de meest verwende lieden op. Ja maar, zult ge zeggen, zij hebben toch veel plezierige dingen en zij volgen hun eigen zin, en daarom tellen zij hun beproevingen niet zo zwaar. Goed, laat het zijn dat zij alles hebben wat zij wensen. Maar hoe lang zal dat duren, denkt ge? Geloof Me: als rook vervluchtigen diegenen die overvloed hebben in de wereld, en er blijf geen enkele heugenis aan hun vergane vreugden. Bovendien zullen zij zelfs bij hun leven niet zonder vrees en verveling en bitterheid in die vreugde kunnen rusten. Want uit dezelfde bron, waar zij hun plezier uit putten, krijgen zij vaak de smart die hun straf is. Zij ontvangen hun verdiende loon: omdat zij op ongeregelde manier genoegens zoeken en nalopen, bevredigen zij die niet zonder beschaming en bitterheid. Ach, wat zijn al die genoegens kort en bedrieglijk, wat zijn ze ongeregeld en onterend! In hun bedwelming en verblindheid echter begrijpen die lieden dat niet, maar als stomme dieren halen zij zich voor een beetje genot in dit bederfelijk leven de dood van hun ziel op de hals. Gij moet dus, mijn zoon, niet uw lusten achternagaan en gij moet u afwenden van uw eigen wil. Zoek uw vreugde in de Heer en Hij zal u de wensen van uw hart geven. Want als gij waarachtige vreugde wilt hebben en van Mij overvloediger troost wilt ontvangen, weet dan dat uw zegen ligt in de verachting voor alle wereldse dingen en de verwerping van alle lage genietingen. En rijk zal de vertroosting zijn, die u daarvoor wordt gegeven. En hoe meer gij u onttrekt aan alle troost uit het geschapene, des te heerlijker en machtiger vertroostingen zult gij in Mij vinden.

Maar aanvankelijk zult gij daar niet toe geraken zonder wat verdriet en moeite en strijd. De ingewortelde gewoonte zal zich verzetten, maar voor een betere gewoonte zal ze moeten zwichten. Het vlees zal tegensputteren, maar het zal beteugeld worden door de vurige gloed van de geest. De oude slang zal u prikkelen en treiteren, maar door het gebed zal zij verjaagd worden. Bovendien zullen haar door nuttige arbeid grote kansen ontnomen worden.

hoofdstuk 35

Wij zijn in dit leven nooit veilig voor de bekoring

De Heer: Mijn zoon, nooit zijt gij veilig in dit leven, maar zolang gij leeft, hebt gij de geestelijke wapenen altijd nodig. Gij zit midden tussen de vijanden, en links en rechts wordt gij bestookt. Als gij u dus niet aan alle kanten dekt met het schild van de verduldigheid, zult gij niet lang ongedeerd blijven. Bovendien, als gij uw hart niet onwrikbaar op Mij zet, met de volstrekte wil om alles voor Mij te verduren, zijt gij niet bestand tegen de hitte van dat gevecht en kunt gij de zegepalm van de zaligen niet verwerven. Gij dient dus manmoedig alles te doorstaan en met machtige hand de tegenstand aan te pakken. Want aan de overwinnaar wordt het manna gegeven en de futloze blijft met diepe ellende zitten.

Als gij in dit leven rust zoekt, hoe zult ge dan de eeuwige rust bereiken? Richt u niet op veel rusten, maar op veel verduren. Zoek de ware vrede niet op aarde, maar in de hemel, niet bij de mensen en de andere schepselen, maar enkel en alleen bij God. Uit liefde tot God moet gij alles graag verduren: inspanning en leed, bekoringen, kwellingen, angsten, noden, zwakheden, beledigingen, tegenspraak, verwijten, vernederingen, beschaming, berisping en geringschatting. Deze dingen zijn bevorderlijk voor de deugd, zij stalen de ongeoefende soldaat van Christus, zij smeden zijn hemelse kroon. Ik zal u een eeuwig loon geven voor een korte inspanning en eindeloze heerlijkheid voor een ogenblik beschaming. Meent gij dat gij altijd maar naar uw wens vertroosting zult hebben? Mijn heiligen hebben ze niet altijd gehad, maar wel veel moeilijkheden en allerlei bekoringen en diepe verlatenheden. Zij hebben echter in al die dingen geduldig standgehouden en zich meer op God verlaten dan op zichzelf: zij beseften namelijk dat het lijden van deze tijd niet te vergelijken valt met de toekomstige heerlijkheid die zij moesten verdienen. Wilt gij dan op stel en sprong hebben wat velen na tranen en zware inspanningen maar amper hebben verworven? Wacht op de Heer, handel manmoedig en wees sterk; verlies uw vertrouwen niet en geef de strijd niet op, maar waag standvastig ziel en lichaam voor Gods glorie. Ik zal het u ruimschoots vergelden; Ik zal met u zijn in iedere beproeving.


One thought on “Over de bekoring – uit de Navolging van Christus

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s