De Heilige Augustinus over seksualiteit

Adam en Eva verloren controle over hun genitaliën

“Het was niet gepast dat dit schepsel zou blozen over het werk van zijn Schepper. Maar door een rechtvaardige straf, was de ongehoorzaamheid van hun genitaliën het gevolg van de ongehoorzaamheid van de eerste mens, voor welke ongehoorzaamheid ze bloosden toen ze hun schaamdelen bedekten met vijgenbladeren, die voorheen niet schaamtelijk waren… Ze waren ineens zo beschaamd over hun naaktheid, die in de dagelijkse gewoonte waren van het naar elkaar kijken, dat ze die seksuele ledematen niet langer naakt konden aanzien, maar er onmiddellijk voor zorgden dat ze ze bedekten. Daarom zagen ze die ledematen voorheen niet als ongehoorzaam aan de keuze van hun wil, die zeker zou geweest zijn zoals de rest van hun lichaam door hun vrijwillige wil.” (Tegen de twee brieven van de Pelagianen, 1,31-32).

De Heilig Augustinus redeneerde dus als volgt: als gevolg van de zondeval zijn alle delen van ons lichaam onder onze controle, behalve onze genitaliën. We sturen ons oog om te kijken, onze voeten om te bewegen, onze handen om iets vast te nemen. Onze geest controleert ze. Maar onze seksuele organen hebben een leven en een wil op hun eigen. Ze proberen over te nemen. Ze doen ons dingen doen die we niet willen (ongewenst opgewonden worden). Augustinus schreef deze ‘ongeregeldheid,’ ‘ongehoorzaamheid’, ‘zelf-gewilde passie’ toe aan de zonde van Adam en Eva. Het is ons opgelegd als een soort straf.

In het paradijs was er geen seksueel plezier of verlangen

“In het Paradijs zou het mogelijk geweest zijn om nakomelingenschap te verwekken zonder de dwaze seksuele passie. De seksuele organen zouden gestimuleerd worden in hun noodzakelijke activiteit door de kracht van de wil alleen, net zoals de wil de andere organen controleert. Dan, zonder geprikkeld te worden door de aanlokking van de lust, zou de man op de borsten van zijn vrouw kunnen liggen rusten met volledige vrede van geest en lichamelijke kalmte, en het deel van zijn lichaam zou niet geactiveerd worden door onstuimige passie maar in werkende dienst gebracht worden door het opzettelijk gebruik van kracht wanneer de nood ertoe is, en het zaad zou in de baarmoeder gebracht worden zonder verlies van maagdelijkheid van de vrouw. Zodus, de twee zouden samen kunnen gekomen zijn voor impregnatie en conceptie door een daad van de wil, eerder dan door seksuele passionele begeerten.” (Stad van God, Boek 14, Hoofdstuk 26).

De passie in seksuele organen door hun eigen wil is veroorzaakt door zonde

“De vraag voor ons, gaat dan niet over de beweging van lichamen, zonder hetwelk geen seksuele gemeenschap kan zijn; maar over de schaamtelijke beweging van de organen van voortplanting, die zekerlijk afwezig zou kunnen zijn. En toch zou de vruchtverwekkende verbintenis er nog steeds kunnen zijn, indien de voortplantingsorganen niet gehoorzaam zouden zijn aan seksuele passie, maar gewoonweg aan de wil, zoals andere ledematen van het lichaam. Is het zelfs nu niet het geval, in het sterfelijk lichaam, dat een bevel wordt gegeven aan de voet, de arm, de vinger, de lip of de tong en ze onmiddellijk in beweging worden gezet door deze wenk van onze wil? En zelfs de vloeistof die in onze urinaire vaten gevat zit gehoorzaamt aan het bevel om uit ons te vloeien naar ons genoegen, en zelfs indien we geen overmatige druk voelen; […]. Met welk hoeveel groter gemak en rust dan, indien de generatieve organen van ons lichaam inschikkelijk zouden zijn, zou natuurlijke beweging volgen en de menselijke conceptie bewerkstelligd worden… ” (Over Seksueel Verlangen, Boek II, hoofstuk 53).

Seksuele passie tijdens de geslachtsgemeenschap is de drager van de erfzonde

“Als zodanig is de hedendaagse toestand van de sterfelijke mens, dat de echtelijke geslachtsgemeenschap en de seksuele passie tegelijkertijd in actie zijn; en bij deze gelegenheid gebeurt het dat als de seksuele passie gelaakt wordt, zo ook de geslachtsgemeenschap, hoewel echter wettelijk en eerbaar, en het wordt verwerpelijk gezien door die personen die niet bereid zijn om het onderscheid tussen hen te trekken. [in Augustinus’ tijd waren er ook mensen die seks op zich als slecht en zondig beschouwden, wat uiteraard verkeerd is]. Ze geven geen acht aan het goed van de echtelijke staat, welke de glorie van het huwelijk is; ik bedoel nakomelingschap, kuisheid en de huwelijksbelofte. Het kwaad echter, waar het huwelijk zelfs uit schaamte voor bloost, is niet de schuld van het huwelijk, maar van de seksuele passie van het vlees. Echter, zonder dit kwaad is het onmogelijk om het goede einddoel van het huwelijk tot stand te brengen, zelfs het verwekken van kinderen; wanneer deze daad zal worden gesteld, wordt er heimelijkheid nagestreefd, getuigen verwijderd, en zelfs de aanwezigheid van de kinderen die uit dit proces worden geboren wordt vermeden zodra ze de leeftijd van verstand bereiken. Zo komt het te gebeuren dat het huwelijk wordt toegelaten om alles wat wettelijk is in die staat ten uitvoer te brengen, enkel mag het niet vergeten worden om alles te verbergen dat ongepast is. Daaruit volgt dat kinderen, hoewel niet in staat om te zondigen, toch niet geboren worden zonder de smet van de zonde – niet inderdaad, door wat wettelijk is, maar door wat onbetamelijk is: want uit wat wettelijk is, wordt het natuurlijke geboren, van wat onbetamelijk is, zonde. Van de natuur die geboren wordt is God de Auteur, die menselijke wezens schiep en die man en vrouw verenigde onder de echtelijke wet, maar van de zonde is de auteur de subtielheid van de duivel die verleidt, en van de wil van de mensen die toestemmen. (Over de Genade van Christus, Boek II, hoofdstuk 42)

Seksueel verlangen, zelfs in een goed huwelijk, geeft de erfzonde door

“Huwelijk op zichzelf is eerbaar in al het goed die er betrekking op heeft, maar zelfs wanneer het bed onbezoedeld is, als het komt tot het feitelijke proces van voortplanting, kan de omhelzing die op zich wettig en eerbaar is, niet gedaan worden zonder het vuur van de seksuele passie, om in staat te zijn om dat te bereiken wat behoort tot het gebruik van rede en niet van seksuele passie (het verwekken van een kind). Nu, deze passie, als deze de wil volgt of voorafgaat, doet op één of andere manier, door een kracht op zichzelf, de ledematen bewegen die niet eenvoudigweg kunnen bewogen worden door de wil, en op deze manier toont dit aan dat ze niet de dienaar zijn van een wil die het beheerst, maar eerder als een straf, van een wil die het niet gehoorzaamt. Het toont daarbij dat het moet geprikkeld worden, niet door vrije keuze, maar door een zekere verleidelijke stimulus, en dat het daardoor schaamte produceert. Dit is de vleselijke seksuele begeerte. Het is de dochter van zonde, en wanneer het instemming krijgt tot het stellen van schaamtelijke daden, wordt het de moeder van vele zonden. Nu is alles wat door deze seksuele begeerte in het bestaan komt door natuurlijke geboorte gebonden door de erfzonde, tenzij het wedergeboren wordt in Hem, die de Maagd ontving zonder deze seksuele begeerte. Daarom, toen Hij zich verwaardigde om geboren te worden in het vlees, was hij alleen geboren zonde zonde [De H. Augustinus vergat hier de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, omdat hij er nooit van had gehoord, dus we kunnen het hem niet kwalijk nemen] (Over seksueel verlangen, Boek I, hoofstuk 27).

“Er was geen echtelijk samenleven bij Maria en Jozef [zoals gewone gehuwde koppels]; want Hij die zonder zonde moest zijn en niet in zondig vlees werd gezonden, maar in de gelijkenis van zondig vlees, zou onmogelijk in zondig vlees kunnen gemaakt zijn zonder die schaamtelijke seksuele passie van het vlees die van de zonde komt, zonder hetwelk Hij wilde geboren worden, zodat Hij ons zou kunnen leren dat ieder die geboren wordt door seksuele gemeenschap in feite zondig vlees is, omdat Dat alleen wat niet geboren was uit zo’n gemeenschap, geen zondig vlees was [behalve dan de Maagd Maria die uit Joachim en Anna werd geboren, die de geheimzinnige Zegen uit de Ark ontvingen en zo zonder zonde Maria verwekten, want Christus moest in een onbevlekt en onbezoedeld Tabernakel van Vlees neerdalen uit de Hemel en Mens worden, niemand was dus waardig behalve Maria]. Desalniettemin is geslachtelijke gemeenschap op zich niet zondig, wanneer het gepaard gaat met de intentie van het verwekken van kinderen; omdat de goede wil van de geest het daaruitvolgende lichamelijke plezier leidt, in plaats van zich erdoor te laten leiden; en de menselijke keuze is niet afgeleid van het juk van de zonde die erop drukt, aangezien de klap van de zonde teruggebracht wordt tot het doel van het verwekken van kinderen. Deze seksuele passie dan, is op zichzelf geen goed in het huwelijk. Het is een obsceniteit in zondige mensen, een noodzakelijkheid in ouders die kinderen produceren, het vuur van de wulpse genietingen, de schaamte van het echtelijk plezier. (Over seksueel verlangen, Boek I, hoofdstuk 13)

Het hebben van kinderen is de enige waardige vrucht van seksuele gemeenschap

“De eerste natuurlijke verbintenis van de menselijke samenleving is man en vrouw… Ze zijn aan elkaar gebonden, zij aan zij, en ze wandelen samen (in het leven) en leiden elkaar terwijl ze gaan. Dan volgt de verbinding van het delen van kinderen, die de enige waardige vrucht is, niet van de band tussen man en vrouw, maar van hun seksuele gemeenschap. Want het is mogelijk dat er in beide seksen een zekere vriendschappelijke en echte verbintenis bestaat, zonder zo’n gemeenschap, met de man die heerst en de vrouw die gehoorzaamt.” (Over Huwelijk, hoofstuk 1)

Seksuele gemeenschap in huwelijk, niet om kinderen te verwekken, is een dagelijkse zonde

“Gehuwde personen zijn elkaar niet enkel het vertrouwen van hun seksuele gemeenschap op zich schuldig, voor het verwekken van kinderen, die de eerste gemeenschap van de menselijke aard vormt in deze sterfelijke toestand, maar ook in een manier, een wederzijdse dienstbaarheid van het versterken van elkaars zwakheid, om de onwettelijke gemeenschap te vermijden… Want gemeenschap in het huwelijk voor het krijgen van kinderen is niet zondig; maar het bevredigen van seksuele passie, zelfs met iemands man of vrouw met de redelijkheid van de huwelijkstrouw is een dagelijkse zonde; maar overspel of hoererij is een doodzonde. Natuurlijk is het zich onthouden van alle gemeenschap inderdaad zelfs beter dan de gemeenschap in het huwelijk die plaatsgrijpt voor het goed van het krijgen van kinderen.” (Over Huwelijk, hoofdstuk 6)

Een perfect Christelijk koppel leeft samen als broer en zus

“Een Christen kan daarom in harmonie leven met zijn vrouw op drie manieren: 1. met haar zijn vleselijke verlangens vervullen, iets waar de apostel Paulus over spreekt met toestemming, niet met bevel; 2. zorgen voor de verwekking van kinderen, wat tot op zekere graad prijzenswaardig kan zijn; of 3. zorgen voor een broederlijke en zusterlijke vriendschap, zonder enige lichamelijke verbintenis, zijn vrouw hebbend alsof hij haar niet had, is het meest uitstekende en sublieme in het huwelijk van Christenen: echter op die manier dat hij de naam van tijdelijke relatie haat, en de hoop van altijddurende zaligheid liefheeft.” (Bergrede, Boek I, hoofdstuk 42)

 


One thought on “De Heilige Augustinus over seksualiteit

  1. Een totaal verwrongen, negatief beeld van seksualiteit, vermoedelijk ontstaan uit schaamte over het leven dat hij (Augustinus) geleid had vóór zijn bekering. Van het ene uiterste in het andere…..

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s