Verhaal van de bekering van de tempelprostituee Mercuria

mercuria

Uit de visioenen van de Zalige A.K. Emmerick,

5 mei 1821 – Zodra Jezus met zijn gezellen terug in de herberg was, kwam een heiden naar Hem en vroeg om met hem een paar stappen mee te gaan naar de tuin, waar iemand op Hem wachtte, die in haar nood om hulp smeekte. Aanstonds ging Jezus met zijn leerlingen naar de aangewezen plaats. Toen Hij tussen muren naast de weg een heidense vrouw zag staan, die Hem met een buiging begroette, liet Hij zijn leerlingen enkele meters achter zich blijven, en vroeg de vrouw wat zij verlangde. Het was een eigenaardige vrouw, volkomen zonder ontwikkeling, doordrongen van het heidens bijgeloof en overgeleverd aan de onterendste afgodendienst. Een blik van Jezus naar haar had onrust in haar veroorzaakt, zij had het gevoel gekregen dat zij op de verkeerde weg was, maar het eenvoudigste geloof ontbrak haar en zij vond geen eigenlijke reden om te beseffen dat zij verkeerd leefde: er was alleen de onrust. Zij zei tegen Jezus gehoord te hebben dat Hij Magdalena geholpen, en de vrouw met bloedvloeiing, die toch enkel de zoom van zijn kleed aangeraakt had, genezen had.

Ook wilde zij Hem graag om hulp bidden en ze bekende dat zij de dienst van haar godin niet langer kon verdragen, zij werd er ziek van, en besloot daaruit dat wat haar godsdienst van haar vroeg, niets anders was dan losbandigheid en dus onrechtvaardig was, anders zou zij niet ziek worden. Zij smeekte Hem dat Hij haar zou willen genezen en inzicht geven, maar zij vreesde dat Hij haar niet zou kunnen genezen omdat zij niet lichamelijk ziek was zoals de vrouw met bloedvloeiing; alleen had zij zo’n afkeer gekregen van de losbandige eredienst, dat zij er vaak als dood bij neerviel. Zij bekende dat zij getrouwd was en drie kinderen had, van wie één buiten het weten van haar man in overspel was verwekt. Zij had ook omgang met de Romeinse landvoogd, die er meerdere vrouwen op nahield, en in de tempel gaf zij zich over aan de ‘liefde’. Toen Jezus gisteren een bezoek aan de landvoogd had gebracht, had zij Hem van achter een venster gadegeslagen en een stralenkrans om zijn hoofd gezien, en toen hun blikken elkaar kruisten, was er een hevige schok door haar gevaren. Eerst had zij gedacht dat zij verliefd op Hem was geworden, maar tegelijk met die gedachte had zich zo’n verschrikkelijke angst van haar meester gemaakt dat zij in bezwijming was gevallen. Toen zij terug tot bewustzijn was gekomen, had zij een grondige afkeer van haar leven en van zichzelf gekregen en had sindsdien geen ogenblik rust meer gekend. Zij had dan inlichtingen over Hem ingewonnen en had van Joodse vrouwen de genezing van Magdalena en van Enoeë van Cesarea-Filippi vernomen. Daarom smeekte zij Hem nu ook haar te willen genezen van haar losbandige lusten, indien dit in zijn mogelijkheid lag, want dit was geen ziekte.

templepr

Jezus antwoordde haar dat het wel degelijk een ziekte was. Enoeë had een eenvoudig oprecht geloof; zij had niet geaarzeld, niet geredeneerd noch een lange verklaring afgelegd; zij was in alle stilte naar Hem toe gestrompeld met het rotsvaste geloof dat zij zou genezen zijn als zij ook maar de zoom van zijn kleed kon aanraken, en haar geloof heeft haar geholpen.
De heidense vrouw vroeg Jezus nog hoe Hij had geweten dat Enoeë de zoom van zijn kleed had aangeraakt en hoe Hij wist dat zij door die aanraking genezen was. In haar onwetendheid had zij hoegenaamd geen idee van wie Jezus was, of van zijn macht. Maar zij smeekte toch uit het diepst van haar hart om hulp. Jezus gaf haar het bevel met haar schandelijk leven op te houden, Hij vertelde haar over God, de almachtige Vader, en over zijn gebod “Gij zult geen overspel plegen.” Hij toonde haar aan hoe afschuwelijk ontucht was, dat zelfs haar natuur er tegen in opstand kwam, ook al gebeurde het in dienst, een onzuivere dienst van haar afgoden, en Hij zond haar weg. Zijn strenge maar tegelijk barmhartige woorden troffen haar zo diep, dat zij wenend en als vermorzeld heen ging. Zij heette Mercuria. Zij was een grote en heel mooie vrouw van ongeveer 25 jaar. Zij was in een witte mantel gehuld, die achteraan breed en lang was, vooraan zachtjes versmalde, om haar vormde hij een kap. De rest van haar kleding was eveneens wit, maar met veelkleurige randen afgezet. De kleren van de heidense vrouwen waren zo nauwsluitend als waren ze nat, en bovendien zo licht dan men hun figuur goed kon zien; de borst kwam er zelfs uitgesproken door uit.

6 mei – In Salamis zag ik de zondares Mercuria in grote onrust en verdriet in haar huis over en weer lopen; zij weende, wrong zich de handen en lag dikwijls in een hoek op de grond geheel in haar sluier gehuld. Haar man, die me nogal dom voorkwam, en haar dienaressen, dachten dat zij waanzinnig geworden was, maar wat haar verscheurde en als waanzinnig maakte, was spijt en berouw. Het enige waaraan zij dacht was hoe hier weg geraken en zich bij de vrome vrouwen in Palestina te voegen.

Zij had drie dochters, twee van negen en acht jaar en één van vijf. Haar huis stond dicht bij de grote tempel; het was een groot huis met zware muren, waarin ook het personeel woonde, en met zuilen en terrassen omgeven. Men liet haar roepen om naar de tempel te komen, maar zij sloeg het af onder voorwendsel dat zij ziek was. Ik kon een blik in de tempel werpen. Het was een prachtig gebouw met veel zuilen, kamers, woningen en gewelven. Al de afgodenpriesters woonden er met vrouwen. Ik zag er ook mannen en gesluierde vrouwen binnengaan. In de tempel stond een reusachtig beeld van de godin (Derketo), zo groot als een kristoffelbeeld, en het blonk als was het van goud. De godin had het lijf van een vis die zijn staart van achter omhoog plooide, vrouwenborsten en een hoofd met horens, gelijkend op een koeienkop. Er stond nog een figuur voor, waarop de godin haar klauwen of poten legde. Deze beeldengroep stond op een groot eirond verhoog met trappen, waarin openingen waren om wierook en reukwerk te verbranden. In de tempel was ook veel prachtig traliewerk met sierlijke krullen.

Ik zag echter ook veel afschuwelijke dingen in de tempel. Alle deuren waren gesloten. Men verrichte een geheime dienst, waarbij mannen en vrouwen in gesloten ruimten ontucht pleegden voor het afgodenbeeld en dit volgens aanduidingen van de priesters, en dezen zagen toe hoe zij zich gedroegen en deden voorzeggingen uit de offers. Men offerde er dikwijls ook kinderen, meestal gebrekkige. Al deze schandelijke diensten verrichten zij ter ere van hun godin, met de bedoeling een mooi en verstandig ras van mensen voort te brengen, waaruit zij een uitverkoren figuur, een redder, verwachtten. Ik kan en mag niet vertellen wat daar allemaal gebeurde.

14 mei – Ik heb weer de priesteres van Derketo in Salamis gezien. Zij heette Mercuria en werd na Christus’ dood in Jeruzalem gedoopt onder de naam Famula. Zij was als priesteres verbonden aan de tempel en werd omwille van haar grote schoonheid een godin van de mannen genoemd. Zij stamde uit een familie van priesters en uit dezelfde familie waaruit later de moeder van de heilige Katarina is voortgekomen; Katarina’s moeder heeft in hetzelfde huis gewoond als Mercuria.

Mercuria werd na haar ontmoeting met Jezus nog eenmaal verzocht om naar de tempel te gaan, maar zij heeft zich ziek gemeld om zich van de schandelijke dienst los te maken. De gruwelijke eredienst speelde zich af in geheime kamers in het donker, de partners kennen elkaar hoegenaamd niet. De kinderen die uit deze afschuwelijke vereniging geboren werden, werden als heilig beschouwd en in de tempel grootgebracht; hun bezigheden bestonden in het vervaardigen van borduur- en sierwerk, in zingen en dansen voor de tempel; zij werden meestal later dan op hun beurt priester of priesteres en dan viel hun op hun beurt dezelfde schande te beurt. Dikwijls belette hun tempeldienst hun niet te huwen. Ook Mercuria had in de tempel kinderen uit zulke verenigingen. Thuis had zij twee dochters van acht en negen jaar, van haar wettelijke man, en nog een buitenechtelijk zoontje . De dochters volgden hun moeder als zij de tempeldienst ontvluchtte, haar zoontje kon zij niet meenemen. Haar man was een zonderlinge kerel, ik weet niet wat ik van hem moet denken. Hij leidde een gemakkelijk, genotzuchtig leventje en was heel dom; hij liet zich altijd dienen, at en dronk erop los, was dikwijls dronken en deed voor de rest alleen waar hij zin in had. Van het leven dat zijn vrouw leidde, trok hij zich niet het minste aan.
Mercuria schminkte zich: haar oogranden verfde zij zwart; haar wangen en mond rood en daarrond tekende zij nog fijne zacht overvloeiende roodgele strepen: zij zag eruit als een schilderij. Ook haar nagels en de palmen van haar handen schilderde zij rood wanneer zij naar de tempel of naar een feest ging. In de tempel droeg zij een lang, doorzichtig wit kleed, en daaronder een geel met bloemen en biezen. De heidense meisjes en vrouwen waren tijdens feesten allemaal geschminkt; de kleurstof bekwamen zij van een plant.

Ik heb gezien dat de zondares Mercuria Jezus spoedig gevolgd is, samen met haar kinderen en dat zij veel geld en bezittingen heeft meegenomen. Ik heb haar bij de vrome vrouwen gezien en zij heeft later voor de eerste christelijke Gemeente bij de bouw en het onderhoud van een nederzetting rond de Ofel en tot tegen Betanië onder de leiding van de diakens veel geld gegeven en geholpen. Ik heb ook gezien dat zij de dood vond tijdens een opstand tegen de christenen nog voor de bekering van Saulus, toen hij woedend naar Damascus trok.

Uit: Het openbaar leven van Jezus volgens de visioenen van Anna Katharina Emmerick; Derde jaar (deel 1), vertaald door Jozef De Raedemaker. (nog niet uitgegeven).


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s