Spring naar inhoud

Jezus spreekt over het Sacrament van het Huwelijk

marriage3

“De gezinnen die geen gezinnen zijn en voortkomen uit grove mislukkingen die vanuit de familiale kern uitdeinen naar de maatschappij en de wereldvrede in gevaar brengen, zijn die gezinnen waarin God niet heerst, maar alleen de wellust en het eigenbelang en zo kindschap aangaan met Satan. Geschapen op een basis van wellusten en eigenbelang kunnen zij zich niet verheffen tot datgene wat heilig is, maar kruipen als onkruid dat opschoot uit het slijk, in de aardbodem terug.

De Engel zei tot Tobias: “Ik zal u leren wie diegenen zijn waarover de duivel macht heeft”. In waarheid zeg Ik u dat er echtgenoten zijn die reeds onder duivelse macht staan vanaf het ogenblik van de huwelijksinzegening of zelfs vroeger. Er zijn er die gedreven worden door oneerlijke en valse beweegredenen gesteund op egoïsme en zinnelijkheid een partner kiezen om het huwelijk aan te gaan. Niets is heilzamer en heiliger dan twee die zich oprecht beminnen en verenigen met het doel het menselijk ras voort te zetten en zielen te schenken aan de Hemel. De waardigheid van de man en vrouw die vader en moeder worden moet alleen onderdoen voor de waardigheid van God zelf. Zelfs is de koninklijke waardigheid er niet aan gelijk, omdat een koning, ook al is hij de wijste op aarde, niets anders doet dan zijn onderdanen besturen. De ouders integendeel trekken Gods blik op zich en ontrukken aan Zijn blik een nieuwe ziel die ze omhullen met het lichaam dat uit hen wordt geboren. Ik zou bijna kunnen beweren dat op dat ogenblik God zelf hun ondergeschikte is, omdat Hij aan hun rechtschapen liefde, die zich verenigt om aan de Aarde en de Hemel een nieuwe bewoner te geven, gehoor geeft en ogenblikkelijk een nieuwe ziel schept.

Zo gij meer nadacht over hun macht die door God onmiddellijk wordt ingewilligd! De Engelen zelf moeten voor die macht onderdoen. Ook zij staan, evenals God, prompt klaar de daad van de vruchtbare echtparen bij te treden en zich als bewaarder ten dienste te stellen van het nieuwe schepsel. Maar zoals Rafaël zegt: “Menigvuldig zijn zij, die de huwelijksstaat op zodanige wijze omhelzen, dat ze God uit hun hart en geest verbannen om zich over te geven aan de zinnelijkheid en zo terecht komen in de macht van de duivel.” Bestaat er wel een verschil tussen het bed van de zonde en dat van twee gehuwden die het zingenot aanvaarden, maar het nakomelingenschap weigeren? Laten we geen opportunistische woorden en leugenachtige redeneringen gebruiken. Het verschil is wel zeer klein. Wanneer wegens ziekt of onvolmaaktheid aangeraden of toegestaan werd geen kinderen voort te brengen, moet men zich de steriele genoegdoeningen ontzeggen die niets anders zijn dan de bevrediging der zinnen. Indien er integendeel geen enkele factor is die de voortplanting in de weg staat, waarom maakt gij dan van de natuurlijke en bovennatuurlijke Wet een immorele daad, door ze uit haar verband te rukken? Weet te leven als kuise echtgenoten en niet als wellustige apen, wanneer er een eerlijke beweegreden aanwezig is om u een groter kroost te ontzeggen. Hoe wilt gij dat Gods Engel over uw huis waakt, wanneer gij er een hol van zonde van maakt? Hoe wilt gij Gods bescherming ontvangen wanneer gij Hem verplicht Zijn blik vol afschuw van uw bezoedeld nest af te wenden?

O beklagenswaardige gezinnen, gevormd zonder degelijke bovennatuurlijke voorbereiding. Ellendige gezinnen waar a priori elk zoeken naar de Waarheid word gebannen, waar gespot wordt met het Woord der Waarheid dat leert wat het Huwelijk inhoudt en waarvoor het dient. Beklagenswaardig zijn de gezinnen gevormd door de angel van zinnelijke begeerten en financiële betrachtingen, en niet door hogere gedachten. Hoeveel gehuwden zijn er niet, die na de onvermijdelijke gewoonte van de godsdienstige plechtigheid, zelfs geen aandacht meer over hebben voor God. Ik zeg wel een gewoonte, en Ik herhaal het omdat het voor de meerderheid niets anders is dan een gewoonte en geen betrachting van de ziel, Gods tegenwoordigheid in dat ogenblik op de roepen. Hun gedachten dwalen van Hem af en ze maken van het Sacrament een feest en van het feest een dierlijke roes. Dat Sacrament, dat niet eindigt met de godsdienstige plechtigheid maar dán eerst begint en duurt zolang de gehuwden leven, zoals bij de kloosterling of kloosterlingen de inkleding niet eindigt met de godsdienstige ceremonie, maar duurt tot zijn sterven. Zo heb Ik het gewild.

De Engel onderricht aan Tobias dat de daad, voorafgegaan door het gebed, wordt geheiligd en gezegend met de ware vreugden en met een kroost. Zo zou het moeten zijn: naar het huwelijk toegaan, de ogen op God gericht, gedreven door ’t verlangen naar een kroost. Want dat is de doel van de menselijke verbintenis. Elk ander doel is een onterende zonde voor de mens als redelijk wezen en kwetst de ziel, tempel van God, die verontwaardigd vlucht. God is geen verdrukkende gevangenisbewaker, maar een goede Vader die zich verheugt over de eerlijke vreugde van Zijn kinderen en die hun heilige omarming beantwoordt met Zijn instemming en hemelse zegeningen, waarvan de schepping van een nieuwe ziel het bewijs levert. Wie zal echter deze bladzijde begrijpen? ’t Zal zijn alsof Ik de taal sprak van een onbekende planeet en gij zult ze lezen zonder de heilige smaak ervan te proeven. Ze zullen toeschijnen als versnipperd stro, terwijl het hemelse doctrine is. De geleerden van dit uur zullen er de spot mee drijven en zij vergeten dat Satan om hun dwaasheid lacht en de zege behaalt door hun losbandigheid en dierlijkheid, die datgene doet veroordelen wat God voor het welzijn heeft geschapen: het huwelijk als menselijke vereniging en als Sacrament.

Ik herhaal de woorden die Tobias sprak tot zijn vrouw, omdat gij erover zoudt nadenken en er naar zoudt handelen, – indien gij het nog kunt door het restje menselijke eer dat in u overblijft: “Wij zijn kinderen van heiligen en wij mogen ons niet verenigen zoals de heidenen die God niet kennen.” Laat zo uw norm zijn, ook al werd gij geboren, daar waar de heiligheid dood was, dan toch heeft het Doopsel u tot kinderen van God gemaakt, van God de Heilige der heiligen, en kunt gij u op dat kindschap beroepen en er uw leven naar richten. Dan zal uw nakomelingschap de Naam des Heren prijzen en in Zijn Wet leven. Wanneer de kinderen in Gods Wet leven zullen de ouders er de vruchten van plukken, want zij onderwijst de deugd, de eerbied en de liefde. Na God zullen het de gelukkige ouders zijn, de heilige echtgenoten, die van het huwelijk een levenslang ritueel wisten te maken en geen schandelijke ondeugd.”

Uit: Jezus zelf geeft onderricht voor deze tijd – Geschriften van Maria Valtorta, uit de schrijfboeken van 1943 en 1944- Deel I, Centro Editoriale Valtortiano, ISOLA-del-LIRI. Italia. 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: