Jezus geeft uitleg over de inwendige gesteltenis bij het communiceren

Indien Mijn Vlees waarlijk voedsel en Mijn Bloed waarlijk drank is, waarom sterven uw zielen dan nog van honger? Waarom groeit gij niet in het leven der genade?

Zovelen zijn er voor wie Mijn kerken geen cibories schijnen te bezitten. Het zijn zij die Mij verloochenen of vergeten. Toch zijn er nog veel die zich met Mij voeden en desondanks er niet op vooruitgaan, terwijl bij anderen, na elke vereniging met Mij-Eucharistie, er een toename aan genade is. Ik wil u de oorzaken van verschillen uitleggen.

Er zijn vooreerst de volmaakten die Mij uitsluitend zoeken om dat zij weten dat Mijn vreugde erin bestaat, ontvangen te worden in de harten van de mensen. Zij kennen dan ook geen grotere vreugde dan één te worden met Mij. In hen wordt de eucharistische ontmoeting een ineensmelting, zoals twee metalen in de smeltkroes één worden. Er gaat dan zo’n sterke gloed van Mij uit en van hen zo’n intense uitstraaling dat wij twee één worden. Hoe volmaakter echter de eenwording, hoe meer Ik in het schepsel Mij stempel druk, hoe meer het Mijn eigenschappen en schoonheid overneemt. Zo verenigen zich die zielen met Mij, die gij later “heiligen” noemt, ofwel “volmaakten”, die begrepen hebben wie Ik ben. Maar in alle zielen die met een ware vervoering en een zuiver hart tot Mij komen, stort Ik ontelbare genaden uit, overspoel Ik hen met genaden, zodat zij vorderen op de weg van het leven. Ook dan, wanneer ze niet die ophefmakende, door de wereld erkende heiligheid bereiken, zullen ze toch binnengaan in het eeuwig Leven, want wie in Mij blijft, bezit het eeuwig Leven. Voor al die zielen die tot Mij weten te komen met de vurigheid van de eerstgenoemden en met de hoop van de laatstgenoemden en Mij alles geven wat in hun vermogen ligt, ofwel de liefde waartoe zij in staat zijn, welnu, voor deze zielen ben Ik bereid wonderen, ja, mirakels te doen om Mij met hen te verenigen, want de mooiste hemel voor Mij is te verblijven in de harten van de schepselen die Mij beminnen. Indien Satan’s haat al de kerken zou verwoesten, zou Ik voor deze zielen onder eucharistische vorm uit de Hemel neerdalen, gedragen door Mijn engelen, als levend Brood voor die hongerende zielen. Dat is ten andere geen nieuwigheid! Toen het geloof nog een levende liefdevlam was, ging Ik naar engelachtige zielen die, als levend begraven, verbleven in hun kluizen of ommuurde cellen. Kathedralen zijn er niet nodig om Mij te herbergen. Voor mij volstaat een hart dat geconsacreerd is door de liefde. Zelfs de grootste en mooiste kathedraal is nog altijd te eng en te armoedig voor Mij, God, die alles wat bestaat met Mijn Wezen vervult. Menselijk werk is onderworpen aan beperking en Ik ben oneindig. Terwijl uw hart, ontstoken in liefde, altijd groot en rijk genoeg voor Mij is. De mooiste kathedraal is uw ziel door God bewoond. God woont in u wanneer gij in staat van genade verkeert. God wil uw hart gebruiken als Zijn altaar. Er bestonden geen kathedralen in de begintijd van Mijn Kerk, maar in het hart van ieder christen vond Ik een waardige troon.

Er zijn schepselen die tot Mij komen alleen wanneer de noodzaak hen dwingt, of de schrik hen ertoe aanzet. Dan komen ze kloppen aan het Tabernakel dat open gaat, altijd steun en dikwijls ook de gevraagde genade verlenend wanneer ze nuttig is. Toch zou Ik verlangen dat de mens niet alleen tot Mij komt om te vragen, maar ook om te geven.

Vervolgens komen diegenen aan Mijn Tafel, waar Ik mij tot voedsel geef, aanschuiven uit gewoonte. In hen werken de vruchten van het Sacrament tot zolang de Speciën in hen blijven en verdwijnen nadien even vlug. Geen enkele harteklop doet hun hart vlugger slaan wanneer ze tot Mij komen. Ze gaan dan ook niet vooruit in het leven van de geest die in wezen leven is van liefde. Ik ben en breng Liefde, maar in de lauwe zielen, die door niets kunnen worden opgewekt, kwijnt Mijn liefde.

Nog een andere categorie is deze van de farizeeërs. Er zijn er nog altijd. Het is een onkruid dat niet vergaat. Zij hangen de vurigen uit, maar zijn ijziger dan de dood. Nog altijd gelijk aan hen die Mij ter dood brachten, komen zij, goed in de kijker lopend, opgeblazen van hoogmoed, verzadigd van valsheid, zeker in ’t bezit van de volmaaktheid, geen medelijden kennend tenzij voor zichzelf, terwijl zij denken een voorbeeld te zijn voor de wereld. Zij zijn het, integendeel, die de kleinen schandaliseren en hen van Mij verwijderen, omdat hun leven een antithesis is van het leven dat zij zouden moeten leiden. Hun vroomheid is maar een schijn en heeft geen inhoud. Van zohaast ze zich van het altaar verwijderen, verandert hun godsvrucht in hardheid tegenover hun broeders. Wanneer ze zich met Mij voeden, eten ze dan ook hun veroordeling. Uw zwakheid kennend vergeef Ik veel, maar het gemis aan liefde, de huichelarij en de hoogmoed vergeef Ik niet. Uit die harten vlucht ik zo spoedig mogelijk.

Wanneer men deze categorieën beschouwt, is het gemakkelijk te begrijpen hoe het komt, dat de Eucharistie van deze wereld nog geen Hemel heeft gemaakt zoals het eigenlijk had moeten zijn. Zelf zijt gij de oorzaak en hinderpaal voor de Advent van de liefde, die uw redding is als enkeling en als gemeenschap. Indien gij u werkelijk met hart en ziel, met geest en wil, met kracht in intellect, kortom met al uw vermogens zoudt inspannen en u met Mij zoudt voeden, zou de haat wegvallen en met de haat de oorlogen. Er zou geen bedrog meer bestaan, noch laster, geen ongebreidelde passies die echtbreuk voortbrengen, en doodslag, het achterlaten en onderdrukken van onschuldigen. De vergiffenis zou wederkerig zijn, niet met de lippen, maar uit het hart, en gij zoudt vergiffenis krijgen van Mijn Vader.

Als engelen zoudt gij leven, en uw dagen doorbrengen met Mij te aanbidden in uw hart, verzuchtend naar Mijn nabije komst. Mijn ononderbroken tegenwoordigheid in uw denken zou u van de zonde vrijwaren die steeds begint in uw gedacht en zich daarna vertaalt in de daad. Maar uit het hart, omgevormd tot een ciborie, zouden alleen bovennatuurlijke gedachten komen en de aarde zou erdoor geheiligd worden. Ze zou een altaar worden, een ontzaggelijk groot altaar, in gereedheid gebracht om Christus, de Redder van de wereld, te ontvangen bij Zijn tweede komst.

12038560_1047256598640859_2408162706564488816_n

Uit: Jezus zelf geeft onderricht voor deze tijd – Geschriften van Maria Valtorta, uit de schrijfboeken van 1943 en 1944- Deel I, Centro Editoriale Valtortiano, ISOLA-del-LIRI. Italia. 1987


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s