Skip to content

Maria Tenhemelopneming

ourlady

Opnieuw halen we de visioenen van de zalige A.K. Emmerick aan. Zij beschrijft het sterven van Maria, en haar Tenhemelopneming:

In de namiddag van de 14de augustus sprak Anna Katharina tot de schrijver (Brentano): Ik ga u thans de dood van de H. Maagd verhalen; als ik maar niet gestoord wordt.

Ik zag reeds gisterenmiddag diepe droefheid en zorg in de woning der H. Maagd. De dienstmaagd was ten prooi aan felle smart; zij viel nu eens in een hoek van het huis, dan weer voor de deur op de knieën en bad en weende met uitgestrekte armen. De H. Maagd lag stil en als stervend in haar cel. Zij was geheel, zelfs over de armen, in een wit kleed gehuld, gelijk ik haar ook te Jutta, bij het bezoek aan haar nicht ter ruste heb zien gaan. De sluier, die haar hoofd bedekte, was in plooien boven het voorhoofd tezamen genomen. Wanneer zij met mannen sprak, trok zij hem omlaag over haar gezicht. Zelfs de handen waren slechts ontbloot, wanneer zij alleen was. Ik zag haar in de laatste tijd niets meer gebruiken, dan een lepeltje van het sap dat de dienstmaagd uit gele bessen perste. Tegen de avond, toen de H. Maagd haar einde voelde naderen, wenste zij volgens het verlangen van Jezus de aanwezige apostelen, leerlingen en vrouwen te zegenen en afscheid van allen te nemen. De schermen rondom de slaapcel waren weggenomen. Maria zat rechtop en was doorschijnend wit. […]

Petrus naderde de H. Maagd en diende haar het H. Oliesel toe; dit gebeurde ongeveer op dezelfde wijze als ook nu nog. Hij zalfde de heilige Olie uit een busje, dat Johannes vasthield, het aangezicht, de voeten en één van de zijden, waar een opening in het gewaad was aangebracht zodat het lichaam niet in het minst ontbloot werd. Gedurende de heilige handeling werd door de apostelen in koor gebeden. Daarna ontving zij uit de handen van Petrus de H. Communie. Zonder hierbij ondersteund te worden, richtte zij zich op om de H. Teerspijze te ontvangen en viel toen weer achterover. De apostelen baden enige ogenblikken en dan dronk de H. Maagd, terwijl zij zich weer een weinig oprichtte, uit de kelk van Johannes. Ik zag dat bij het ontvangen van het H. Sacrament een schitterend licht in de H. Maagd overging, waarna zij als in vervoering achterover zonk en haar stem niet meer liet horen. De apostelen keerden in processie met de heilige vaten naar het voorste gedeelte van het huis terug, waar de godsdienstoefening voleindigd werd. Thans werd ook aan Filippus de H. Communie uitgereikt. Er waren slechts enige vrouwen bij de H. Maagd achtergebleven.

Maria sterft

Maria’s gelaat glimlachte en bloosde als in haar jeugd. Zij hield vol heilige vreugde de ogen ten hemel gericht. Nu zag ik een wondervol treffend schouwspel. Het dak boven Maria’s cel was verdwenen, de lamp scheen in de lucht te zweven: ik kon door de open hemel het Hemels Jeruzalem aanschouwen. Twee wolken van licht daalden neer, waarin een menigte engelenkopjes zweefden. Tussen de wolken door viel een lichtstraal op Maria neer. Ik kon van Maria uit over een berg van licht tot in de Hemel zien. Maria strekte de armen met een oneindig verlangen naar de Hemel uit en ik zag hoe haar lichaam, van alles ontdaan, omhoog zweefde, zodat men er onder door kon zien. Dan zag ik haar ziel als een kleine, oneindig zuivere lichtgestalte met vooruitgestoken armen uit het lichaam gaan en langs die berg van licht, die tot aan de Hemel reikte, omhoog zweven. Twee engelenkoren in de wolken verenigden zich onder haar ziel en scheidden ze van het lichaam, dat toen met de armen gekruist weer op de legerstede terug zonk.

Ik zag haar ziel in die glans van licht het Hemels Jeruzalem binnengaan tot voor de troon van de allerheiligste Drie-eenheid. ik zag hoe tal van zielen haar met vreugde en eerbied tegemoet kwamen. Ik herkende vele aartsvaders, Joachim, Anna, Jozef, Elizabeth, Zacharias en Johannes de Doper. Zij echter zweefde door allen heen tot voor de troon van God en van haar Zoon, wiens wonden nog heerlijker straalden dan het licht waarin Zijn gestalte gehuld was. Hij ontving haar met goddelijke liefde en reikte haar een scepter en toonde haar geheel de aarde aan haar voeten, alsof Hij haar alle macht daarover gaf.

Zo zag ik haar ziel ingaan in de hemelse glorie en ik vergat alles wat op aarde bij haar sterfbed voorviel. Enige apostelen, bv. Petrus en Johannes, moeten dit ook gezien hebben, want zij hielden de blikken omhoog gericht. De anderen knielden neer, het hoofd diep gebogen. Alles was vol licht en heerlijkheid, zoals bij Jezus’ Hemelvaart. Ik zag tot mijn grote blijdschap dat Maria’s ziel, toen zij de Hemel binnenging, door een groot aantal verloste zielen uit het vagevuur gevolgd werd en ook vandaag op de gedenkdag van haar Hemelopneming, zag ik tal van arme zielen ten Hemel stijgen, waaronder vele waren die ik kende. […]

Na haar begrafenis wordt ook haar lichaam in de Hemel opgenomen

[…] Bij hun terugkeer zagen ze uit de verte een wonderbaar licht boven het graf van de H. Maagd en waren er diep door getroffen, zonder dat zij evenwel wisten wat dit betekende.Het was als viel er uit de Hemel een lichtstraal op het graf en als vertoonde zich in het licht een fijne gedaante gelijk de ziel van de H. Maagd, vergezeld door haar Zoon en Zaligmaker; het verheerlijkte lichaam van Maria, verenigd met de lichtende ziel, stond uit het graf op en werd door Jezus de Hemel binnengeleid. Daarna verdween de glans en de stille sterrenhemel welfde zich weer over de landstreek. […]

De apostelen bemerken het lege graf

[…] Twee leerlingen bogen het struikgewas voor de ingang ter zijde en zij traden binnen en knielden vol eerbiedige vrees neer voor de grafstede van de H. Maagd. Dan naderde Johannes de grafzerk, die een weinig boven de uitholling der begraafplaats uitstak, maakte de drie grijze banden los, waarmee de zerk was omwikkeld, en nam het deksel eraf. Zij hielden het licht bij de zerk en zagen met ontzetting de grafdoeken en de windsels leeg voor zich liggen. op de plaats van het aangezicht en de borst waren zij los gewikkeld; de windsels der armen waren een weinig losgeraakt, maar hadden toch nog de vorm waarin zij gelegd waren. Maar het verheerlijkt lichaam van Maria was niet meer op aarde. Met opgeheven armen staarden allen omhoog alsof het heilig lichaam nu pas verdwenen was en Johannes riep naar buiten: “Komt en verwondert u, Zij is niet meer hier!” Toen traden allen twee aan twee de nauwe grot binnen en zagen met verwondering de lege grafdoeken. En buiten gekomen knielden allen neer, blikten met opgeheven armen naar de hemel, weenden en baden en prezen de Heer en Zijn lieve verheerlijkte Moeder, die ook hun lieve, trouwe Moeder was. Nu dachten zij aan de lichtwolk, die zij dadelijk na de begrafenis op hun terugkeer uit de verte gezien hadden, hoe die op de grafheuvel was neergedaald en daarna weer was opgestegen. […]

Uit: Het leven der H. Maagd Maria, beschreven naar de visioenen van A. C. Emmerick, J.J. Romen & Zonen, uitgevers, Roermond, 1924.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: